Aanspreekvormen

Stilletjes uit het sociale landschap verdwenen: ooms en tantes. Alleen mensen boven de 65 hebben nog jongere familieleden die hen aanspreken met 'tante Loes' of 'oom André'. Dalen we de ladder van de generaties verder af, dan is er nergens meer zo'n familierelatie te bekennen. Althans niet met zoveel woorden. De meeste kinderen hebben wel ooms en tantes, ze noemen hen alleen niet zo. Ze noemen hen bij de voornaam, net zoals ze dat met vrienden van hun ouders doen.

Alleen oma en opa behouden nog steeds hun aanspreektitel en daarmee hun identiteit. Opa's en oma's worden dan ook in het algemeen door volwassen kinderen in hun hoedanigheid van vader of moeder betiteld, terwijl diezelfde volwassenen hun broers en zusters en vrienden bij de voornaam aanspreken. En de tendens is dat kinderen het al dan niet hanteren van aanspreektitels overnemen van hun ouders. Waar ouders het over 'Elly' en 'Kees' hebben, volgen de kinderen. Spreken de ouders over 'meneer Jansen' en 'mevrouw de Vries', dan doen de kinderen dat ook.

Een bekende wordt al snel getutoyeerd, behalve als het om functionele relaties gaat of om verschil in sociale klasse. De algemene formaliteit van kinderen tegenover volwassenen (bekend of onbekend) is een beetje uit het zicht verdwenen. Tante Joke en oom Bob werden Joke en Bob. Op school werden juf van Vliet en meester Bos opgevolgd door juffie Sandra en mees Piet (op middelbare scholen Sandra en Piet).

Dit loopt allemaal heel soepel, behalve dat er toch nog hier en daar kleine korzeligheden blijven bestaan op het gebied van de formaliteit tussen de generaties. Een vriendin van mij merkte op dat ze er moeite mee had door allerlei onbekende kinderen met haar voornaam aangesproken te worden. Dit gold met nadruk niet voor de kinderen van haar vrienden die al jaren over de vloer kwamen, maar voor de klasgenoten van haar opgroeiende zoontje of de jongetjes uit de buurt, wier ouders ze verder niet kende. “Ze noemen me Marsha”, verzuchtte ze, “maar ik voel me tegenover hen mrs. McGraw. Ik ben veertig jaar en zij zijn zeven of acht.”

In theorie heb ik net als mijn vriendin Marsha een hekel aan mensen die hun gebrek aan jeugd compenseren door aan te dringen op voornaamgebruik (“getsie, als je mevrouw tegen me zegt, dan voel ik me net mijn moeder”). Je kunt je maar beter laten aanspreken in overeenstemming met je leeftijd, want oud ben je toch in de ogen van een kind. Maar in de praktijk word ik door tal van kinderen met de voornaam aangesproken (het Amerikaanse equivalent van tutoyeren), zonder dat ik me daaraan stoor. En verder heb ik allerlei nichtjes en neefjes die niet eens weten wat een tante eigenlijk is.

Nu zoveel formalismen op hun retour zijn, blijft er geen andere oplossing over dan de mensen rechtstreeks te vragen hoe ze aangesproken willen worden. Wie prijs stelt op de titel 'tante', kan hem krijgen. Oma en de buurman van de overkant zijn 'u'. De vaders en moeders van schoolvriendjes zijn tot nader order meneren en mevrouwen. Dit lijkt eenvoudig, maar het is ingewikkeld. Neem nu bijvoorbeeld mezelf. Mijn naam is Ritsema, zo staat het in mijn paspoort. Ik hoefde niet van naam te veranderen toen ik trouwde en ik was blij dat ik de mijne kon houden. Toch noem ik mezelf vaak Huygen. Niet alleen is dat makkelijk op school, want dan weten ze welke kinderen bij mij horen, het is ook een letter minder om te spellen tegenover instanties en ik ontlok er het Vietnamese stomerijpersoneel een glimlach van herkenning mee (“You from Vietnam, no?”). Maar een zootje wordt het wel op die manier. Ik mocht bijna niet met het vliegtuig mee, omdat de namen op ticket en paspoort niet correspondeerden. En af en toe word ik door volstrekt onredelijke woede besprongen, als ik verkeerd geadresseerd word door iemand die in mijn ogen beter had kunnen weten. Maar het is natuurlijk allemaal mijn eigen schuld. Te nonchalant om op mijn feministische strepen te staan.

Zo gaat het ook met het oom en tante zeggen. Even let je niet op en onmiddellijk maak je deel uit van die toffe groep van elkaar door roeien en ruiten tutoyerende je-bent-zo-jong-als-je-je-voelt-adepten. Alleen als ik erover nadenk, ben ik een formalist. Verder noemt iedereen van oud tot jong mij Beatrijs.

    • Beatrijs Ritsema