Zware tijden voor de Portugese textielindustrie; Textielbranche kan niet opboksen tegen goedkope import

MINDE, 8 MAART. Het komt uit Turkije, textielproducent Carlos Achega weet het zeker. Van Italiaanse labels voorzien en zo de Europese markt binnengekomen. Achega wijst verontwaardigd naar een folder met truien en slip-overs die hij juist uit zijn bureau heeft getrokken. “Hier kijk, tachtig procent wol en een prijs van omgerekend 1.500 escudo's. Dat kan helemaal niet. Wij maken zoiets voor 2.300 escudo's. Minder is niet mogelijk.”

Achega is boos, net als veel van zijn collega's in de Portugese textielindustrie. De zaken gaan de laatste tijd steeds moeizamer. De Europese Unie mag Portugal vanaf het toetreden in 1986 dan wel veel subsidies hebben gebracht, het blijkt steeds moeilijker om de hemden, rokken, truien en sokken op de Europese markt te slijten. Erger nog, steeds meer goedkope handel komt vanuit het buitenland Portugal binnen.

De textielindustrie is een van de belangrijkste bedrijfstakken van Portugal. Over het algemeen kleinschalig, is de textiel goed voor dertig procent van de totale export van het land, en een kwart van de arbeidsplaatsen in de industrie. Geholpen door het lage loonpeil was Portugal lange tijd een aantrekkelijke markt voor de produktie van kleding, niet in de laatste plaats voor buitenlandse investeerders. Maar de meest recente produktiecijfers geven aan dat de textielindustrie het afgelopen jaar de hardste klappen te verduren kreeg. Tussen oktober 1992 en oktober 1993 daalde de totale produktie meer dan een kwart.

Maar de aansluiting bij de Europese Unie bracht ook een aantal veranderingen teweeg die de produktie in het goedkope Portugal gaandeweg minder aantrekkelijk maakten. Hoewel de lonen in Portugal nog steeds op een verhoudingsgewijs laag niveau staan, zijn de verschillen niet meer zo groot als vroeger. En de strenge anti-inflatie politiek, waarmee premier Cavaco Silva het land rijp maakte voor de aansluiting bij het Europese monetaire stelsel, hield de koers van de Portugese escudo op een betrekkelijk hoog niveau wat weer ongunstig was voor de export. Een en ander bracht ook nog eens een hoge rente met zich mee die niet direct bevorderlijk was voor het investeringsklimaat.

Bonafide Portugese textielbedrijven hebben niet alleen te maken met toenemende concurrentie uit het buitenland. In eigen land groeit het aantal ondernemingen dat gebruik maakt van laagbetaalde kinderen, aldus de Portugese vakbonden. De gebrekkige registratie voor de leerplicht maakt dat kinderen min of meer spoorloos uit de schooladministratie kunnen verdwijnen. Volgens schattingen die de socialistische vakbond UGT deze maand publiceerde zou het aantal kinderen in de Portugese industrie het afgelopen jaar verzesvoudigd zijn tot rond de 200.000. De kledingindustrie zou hiervan een belangrijk deel voor haar rekening nemen.

De textielonderneming Coelho &a Irmos waar Carlos Achega (36) werkt is zo'n bonafide bedrijf dat probeert op te boksen tegen de toenemende concurrentie uit binnen- en buitenland. Het bedrijf ligt in Minde, in de heuvels even ten zuiden van de bedevaartplaats Fátima. Minde drijft op de textiel, zoals er in Portugal hele streken zijn die afhankelijk zijn van de kledingproduktie. Van de circa drieduizend inwoners werkt praktisch iedereen in de textiel, zo schat Achega. Bij Coelho &a Irmos, veertig jaar geleden opgericht door Achega's vader en ooms, werken tachtig mensen, onder wie zijn broer en zijn neven. Er worden ondermeer truien en pullovers gemaakt.

De tijd heeft niet stilgestaan in de fabriekshal van de firma Coelho. Ze staan er nog wel, de oude Singer-naaimachines waarmee mouwen en boordjes worden vastgenaaid. En in het middelste deel van de fabriek zitten zelfs nog vrouwen achter de traditionele, lage tafeltjes met de hand het stikwerk te verrichten. Maar tevens zijn er grote, computergestuurde weefmachines die kant en klaar patronen in de stof aanbrengen. Het bedrijf kreeg vorig jaar een Portugese ondernemersprijs voor de kwaliteit van zijn produkten. En vijf jaar geleden werd de gehele werkruimte keurig voorzien van een airconditioning.

De investeringen liepen de laatste jaren aardig op, beaamt Achega, maar het was het waard, want een nieuwe machine vervangt al snel drie machines van de oude generatie wat betreft snelheid en weefmogelijkheden. Vijf weefmachines ter waarde van meer dan een miljoen gulden heeft de fabriek de afgelopen drie jaar gekocht, een zesde machine ter waarde van een kleine negen ton komt er dit jaar bij. De investeringen werden voor de helft gefinancierd met Europese steun.

De vernieuwing van de textielproduktie in Portugal is niet alleen een kwestie van de vervanging van oude produktiemethoden. Groot probleem vormt de marketing van de produkten door de kleine en middelgrote bedrijven. Daarvan is doorgaans nog weinig sprake: er wordt niet ingehaakt op nieuwe ontwikkelingen, consumenten en markten. “We hebben altijd in opdracht van anderen geproduceerd. Het ontwerp kwam uit het buitenland en wij maakten het”, zegt een analist. Veel voormalige opdrachtgevers laten hun ontwerpen tegenwoordig fabriceren in Marokko, Turkije of desnoods China. En anders dan in Frankrijk en Italië bestaat in Portugal weinig traditie op het gebied van mode.

Bovendien blijkt het zelf exploiteren van exportmarkten voor veel Portugese bedrijven een probleem. Bij Coelho &a Irmos is in het verleden wel geprobeerd te exporteren, maar Achega bewaart er weinig prettige herinneringen aan. “We hebben twee jaar geleden voor 10 miljoen peseta's (140.000 gulden) naar Spanje geëxporteerd, maar dat geld moeten we nog steeds krijgen”, zucht de textielfabrikant, terwijl hij over een lamswollen trui wrijft. “Voorlopig houden we ons maar even bij de Portugese markt.”

De exportmogelijkheden waren een belangrijk punt van discussie bij de onderhandelingen over de totstandkoming van de GATT, eind vorig jaar. Portugal weigerde aanvankelijk akkoord te gaan met het vrijhandelsakkoord, maar ging overstag nadat er een extra steunplan van 320 miljoen ecu van Europese zijde en nog eens 400 miljoen ecu aan zachte leningen van de Europese Investeringsbank was toegezegd. Niettemin zijn de organisaties van textielondernemers nog steeds boos over het bereikte akkoord waarmee de regering terug naar Lissabon kwam. Een totale uitverkoop van de kroonjuwelen van de Portugese industrie, vond de secretaris-generaal van de industrie-werkgevers, Rui Teixeira da Mota.

Het stof rond de GATT is inmiddels enigszins opgetrokken, maar de onvrede blijft. Veel ondernemers vrezen dat, alle leningen en Europese steunmaatregelen ten spijt, de Portugese kledingindustrie ten dode is opgeschreven. De goedkope produkten uit het Oosten en het Zuiden zullen over de grens blijven komen, denkt ook Achega. En de Amerikaanse markt die nu open is komen te liggen biedt weinig soelaas, zo vreest hij. Te goedkoop om echt mee te concurreren en te complex om goed je weg in te vinden.

Blijft de vraag hoe de toekomst er uit ziet. Somber, zo is het antwoord van veel Portugese textielproducenten. Wie in staat is zijn marketing te verbeteren heeft wellicht een overlevingskans. Coelho &a Irmos zoekt het in een heel andere richting. “We proberen de afnemers aan ons te binden door aan de ene kant sneller te leveren”, zegt Achega. “Terwijl we aan de andere kant langer moeten wachten voordat we ons geld ontvangen. We worden langzaam maar zeker een soort bank voor onze klanten.”