Wetten noch wetmatigheden in China

PEKING, 8 MAART. Gaat de geschiedenis zich herhalen en staat China voor een nieuw cyclisch keerpunt in zijn historische transformatie-proces? Na de gewelddadige afrekening met de protest-golf in juni 1989 was de prognose van de ontsnapte dissidenten, die nu nog in ballingschap leven dat de volgende ronde binnen twee jaar zou beginnen en dat dan het communistische regime ten val zou worden gebracht.

De omwentelingen in Oost-Europa en de Sovjet-Unie verhieven die profetieën, vooral onder Cassandra's in Washington tot wetmatigheid. Maar China is een land dat noch volgens wetten, noch volgens wetmatigheden opereert. Medio 1991 begon de grootste explosie van economische groei in de geschiedenis die het communistische regime nieuwe legitimiteit verschafte, maar die legitimiteit wordt nu op de proef gesteld juist door de sociale intellectuele en morele repercussies van die economische groei.

De overeenkomst met 1989 is groot. Dat jaar begon met een rebellie van topintellectuelen onder leiding van de 'Chinese Sacharov', de astrofysicus Fang Lizhi, die in een petitie-beweging 1989 tot amnestie-jaar voor politieke gevangenen, met name Wei Jingsheng, proclameerde. De voedingsbodem voor een rebellie was vruchtbaar. Er heerste algemene malaise vanwege inflatie en corruptie en acute machtsstrijd binnen de partij, die toen nog een sterke, maar gestaag verzwakkende liberale vleugel had onder Zhao Ziyang.

De rol van de VS voerde de spanning verder op. Eind februari '89 bracht de nieuwe Amerikaanse president George Busch een kort bezoek aan Peking en nodigde hij Fang Lizhi uit voor een officieel diner, waaraan ook de Chinese leiders zouden deelnemen. Fang werd door de Chinese politie gekidnapt en het werd een debâcle.

Tijdens de psychologische oorlogsvoering van de daaropvolgende weken stierf onverwacht de eerder afgezette liberale partijleider Hu Yaobang en dat werd het beginsignaal voor een golf van studentendemonstraties, die de liberale vleugel trachtte te gebruiken in de strijd op leven en dood met de orthodoxe communisten. De toen 84-jarige Deng Xiaoping balanceerde in het midden en sloot zich in de eindfase bij de stalinisten aan, waarmee het lot van de liberalen werd bezegeld.

Anno 1994 zijn de dissidenten (nog) niet in een staat van rebellie, maar zeker in de voor-fase. Wei Jingsheng is de nieuwe Fang Lizhi en zijn ontmoeting met de bezoekende Amerikaanse onderminister van buitenlandse zaken voor mensenrechten John Shattuck, begin vorige week, was waarschijnlijk het alarmsignaal waarop elementen in de Chinese leiding besloten toe te slaan. Zij zouden desnoods met geweld verhinderen dat Wei, de cause célébre bij uitstek van China's Gulag, in toenemende mate respectabiliteit en legitimiteit zou worden verleend door bemoeizuchtige Amerikaanse kruisvaarders voor democratie en mensenrechten. Na zijn kortstondige arrestatie is Wei gedwongen Peking te verlaten om te voorkomen dat minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher, hem later deze week ook zou ontmoeten. Wat het verdere lot van Wei zal zijn, zal de komende maanden het klimaat in de Chinees-Amerikaanse betrekkingen bepalen.

De algemene malaise is anders dan in 1989, maar veel dieper. Er is aanzienlijk meer welvaart en maatschappelijke vrijheid, maar het is een misvormde maatschappij: wetteloos, mega-corrupt en verstoken van morele waarden. Er wordt ernst gemaakt met de ontmanteling van verlieslijdende staatsbedrijven, er volgen in toenemende mate massa-ontslagen maar er is vrijwel geen sociaal vangnet. Onafhankelijke vakbondsleiders-in-spe zijn vorige week gearresteerd. Voor het eerst wordt ernst gemaakt met het innen van belastingen, maar de nieuwe rijken weten hoe ze moeten ontduiken en de minder-bedeelden kunnen en/of willen evenmin betalen.

Belastingrellen zijn schering en inslag, vooral onder de boeren. Op het platteland lijken de boeren op een leider voor een historische opstand te wachten. De stedelijke intellectuelen - met staatsambtenaren de laagstbetaalde klasse - wordt aangeraden om in de handel te gaan, maar de overgrote meerderheid heeft daar noch het talent, noch de mogelijkheid voor, laat staan er zin in. Zij zijn het meest getraumatiseerd door de alles dominerende vulgaire commercialisering en het morele verval.

Een intellectueel vertelde dezer dagen dat de politie in zijn buurt maar af en toe aangiftes van diefstal en andere misdrijven accepteert; hoe meer geregistreerde misdaad er in hun wijk is, des te minder bonus ze krijgen. De misdaad in China wordt dus 'bestreden' door verzwijging en politiefraude. De leider van een petitie-beweging tegen politiewillekeur, professor Yuan Hongbing, werd vorige week gearresteerd. Boven het sociale kruitvat hangen twee lonten, een binnenlandse en een buitenlandse.

De binnenlandse is de beperkte resterende levensduur van Deng Xiaoping. Het kan net zo goed morgen afgelopen zijn als nog een paar maanden of een jaar duren. De South China Morning Post van gisteren meldde dat de orthodoxe marxisten klaar staan om meteen een grootscheepse tweevoudige aanval op de hele erfenis van Deng te lanceren. Ten eerste omdat hij China's deur heeft opengezet voor het kapitalisme en ten tweede omdat hij het bevel heeft gegeven het vuur te openen in 1989.

Het touwtje aan het tweede lont loopt naar Washington en de kans dat dat ontstoken wordt neemt toe. President Clinton heeft zichzelf in een presidentieel decreet (executive order) inzake de verlenging van de status als Meest Begunstigde Handelsnatie (MFN) voor China vorig jaar zodanig klem gezet dat hij geen manoeuvreerruimte heeft. Er moet immers “algehele en belangrijke vooruitgang” op het gebied van de mensenrechten zijn. Die is er vooralsnog niet en de kans dat die voor het tijdstip van de beslissing - eind mei - nog komt is klein. Amerika eist vrijlatingen, niet alleen van de recente nieuw-gearresteerden, maar van prominente slachtoffers van de beweging vijf jaar geleden.

Afgezien van het feit dat China niet van zins is deze extra destabiliserende factoren te riskeren, is het mordicus tegen direct en openlijk toegeven aan Amerikaanse pressie. President Bush begreep dat en sprak jaarlijks zijn veto uit tegen de Democratische pogingen MFN ingetrokken te krijgen. Clinton is de gevangene van zijn eigen retoriek en van zijn Democratische Partij en wordt absoluut niet geholpen door de situatie in China nu. Zijn acute binnenlandse problemen zouden hem kunnen beletten de komende maanden leiderschap te geven in deze netelige kwestie. Als MFN uiteindelijk ingetrokken wordt zal de economische schade voor China immens, maar niet fataal zijn. De klap zal het hardst aankomen in Zuid-China, maar het ergst zijn in Hongkong dat de exit-haven voor de meeste Chinese exporten is.

Een regeringsfunctionaris in Hongkong zei vanmorgen op de BBC World Service dat Hongkong 24 miljard dollar aan exporten zal verliezen. En Hongkong is juist het semi-democratische aanhangsel van China waar Amerika de democratie wil versterken. Behalve concrete economische schade zal intrekking van MFN een harde en langdurige confrontatie in de Chinees-Amerikaanse betrekkingen teweegbrengen en opnieuw een psychologische staat van beleg rondom China creëren. China's problemen zijn immens genoeg en hoeven niet door een verkeerd gericht Amerikaans beleid moedwillig verergerd te worden.