W. VAN VELZEN; Bestuurder zonder politiek instinct

De afgetreden CDA-voorzitter W. van Velzen werd in eigen kring vooral geprezen om zijn organisatorische vermogen, en veel minder om zijn politiek handwerk. Zijn voorganger, de huidige minister van landbouw P. Bukman, smeedde het CDA met 'ijzeren hand' tot een eenheid en schakelde een groep dissidenten uit. Van Velzen (50) moest, toen hij in 1986 het roer in het Kuyperhuis overnam, de discussie weer op gang brengen.

Hij werd de 'manager van het CDA' en ontwikkelde de nota 'politiek dichtbij mensen' om het debat met de CDA-leden inhoud te geven. Onder zijn bestuur kwamen er diverse discussiestukken zoals een rapport over sociale zekerheid, volksgezondheid en landbouw. Ook was Van Velzen de architect van het kader- en vormingswerk in het CDA om bestuurders te scholen. Van Velzen, die voortkomt uit het onderwijs en werkzaam was op het ministerie van onderwijs, bracht de netwerken en structuren aan in het CDA die voor binding in de partij zouden moeten zorgen.

“Een effectief bestuurder”, zo luidde vaak het oordeel over de voorzitter, die echter een minder gelukkige hand had in puur politieke zaken. Zo zorgde hij in september 1992 voor onrust in de partijgelederen met de opmerking dat het CDA “geen christelijke partij” was, maar “een christen-democratische”. Hij doelde daarmee op de bereidheid van het CDA om partijleden die niet het christelijk geloof aanhingen, zoals CDA-Kamerlid Ramlal, op te nemen in de CDA-fractie. De opmerking leidde tot woede van de bijbelvasten en later was het Lubbers die verklaarde het CDA “moeiteloos als christelijke partij” te omschrijven. De misslag werd Van Velzen aangerekend omdat veel protestanten naar de kleine christelijke partijen dreigden uit te wijken.

Bij de Tweede Kamerfractie van zijn partij was Van Velzen niet geliefd. Nu bestaat er een natuurlijke spanning tussen de Kamerfractie en de voorzitter die grote invloed heeft op de samenstelling van de kandidatenlijst voor Kamerverkiezingen. Maar Van Velzen verscherpte de spanning door een pleidooi te houden voor het plan van een partijcommissie om CDA-politici na drie termijnen van de CDA-lijst te weren. Niet alleen langer zittende Kamerleden ergerden zich over het voorstel, ook CDA-wethouders en raadsleden moesten niets van het plan hebben.

Zijn aanpak was functioneel, maar populair werd Van Velzen niet in de gelederen van de partij. Ook in de partijtop had hij geen sterke positie. Van de trojka Lubbers/Brinkman/Van Velzen was de partijvoorzitter de minste, maar hij wilde door grote dadendrang laten merken dat hij erbij hoorde. Een enkele keer wist hij een prominente rol te spelen, zoals bij de opvolgingskwestie van Lubbers. Toen onduidelijk werd of Lubbers bleef en Brinkman hem opvolgde, forceerde hij in het partijbestuur het besluit Brinkman als kroonprins aan te wijzen. Maar vaak viel hij op door gebrek aan 'Fingerspitzengefühl', zoals bij de AOW. De gebrekkige presentatie van het politiek geladen onderwerp werd hem aangerekend.

De ambtstermijn van Van Velzen liep deze zomer af, de profielschets voor zijn opvolger is al klaar. Van Velzen staat op de lijst voor het Europarlement. Als tweede, achter minister H. Maij-Weggen. Hij had nog gehoopt als lijsttrekker naar Europa te kunnen vertrekken, maar de partijtop wees Maij-Weggen aan. Na gisteren vertrekt hij vooral uit het Kuyperhuis als de afgetreden voorzitter die werd geofferd in de AOW-misère van het CDA.