Vrouwen kunnen in industrie nog moeilijk carrière maken

AMSTERDAM, 8 MAART. In de Nederlandse industrie zijn maar weinig vrouwelijke werknemers te vinden. Van deze vrouwen werkt de overgrote meerderheid op het kantoor, als secretaresse, telefoniste of administratief medewerker. Zowel op de produktievloer als in het kantoor bezetten vrouwen nauwelijks leidinggevende functies. Het ontbreken van voldoende voorzieningen op het gebied van deeltijdwerk en kinderopvang maken het voor vrouwen in de industrie zeer moeilijk om carrière te maken; de meesten geven daarom na enkele jaren hun betrekking bij een industrieel bedrijf op voor een baan in een vrouwvriendelijker sector.

Over de positie van vrouwen in de Nederlandse industriële bedrijfstakken is weinig bekend. Ook de vakbonden, die traditioneel sterk aanwezig zijn in de industrie, hebben de afgelopen decennia nauwelijks aandacht geschonken aan deze groep werknemers, zo schrijven de Amsterdamse onderzoeksters dr. K.G. Tijdens en drs. A. Goudswaard in hun gisteren verschenen boek Kantoorarbeid van vrouwen in de industrie. Het boek is de weerslag van een onderzoek dat zij in opdracht van de Industriebond FNV hebben verricht.

Die verwaarlozing van vakbondszijde komt volgens hen voort uit het feit dat de bonden in de industrie zich nog steeds vooral richten op “geschoolde mannelijke werknemers in de industriële handarbeidsberoepen”. Binnen de kantoren, waar het grootste deel van de vrouwen werkt, is hun rol als belangenbehartiger veel kleiner. Deze vrouwen hebben daarom op hun beurt ook nauwelijks belangstelling om zich bij de vakbond aan te sluiten.

De Nederlandse industrie is nog steeds een mannenmaatschappij, blijkt uit het onderzoek van Tijdens en Goudswaard, dat gebaseerd is op het cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek en op een enquête onder kantoorvrouwen in de industrie. Terwijl één op de vijf mannen in een industriële branche werkt, geldt datzelfde maar voor één op de tien vrouwen. In totaal omvat de industrie ongeveer één miljoen werknemers, waarvan er ruim 200.000 vrouwen zijn. Ter vergelijking: de totale beroepsbevolking bestaat voor ongeveer 40 procent uit vrouwen.

Vooral de (basis)metaalindustrie is “een uitgesproken mannenindustrie”, zegt Tijdens. Nog geen vier procent van de werknemers in de produktie is vrouw, tegen tien procent op de kantoren. De kledingindustrie is het andere uiterste: twee van de drie produktiemedewerkers zijn vrouwen, terwijl 50 procent van het kantoorpersoneel uit vrouwen bestaat. Het leidingevende personeel bestaat echter in alle industriële branches (zowel in de produktie als op het kantoor) vrijwel alleen uit mannen.

Dat vrouwen in de industrie nauwelijks carrière maken, heeft veel te maken met de soort functie waarop ze binnenkomen. De meeste vrouwen zijn secretaresse, telefoniste/receptioniste of verrichten administratieve banen. “Dergelijke functies lenen zich niet voor doorstroming naar boven”, zegt Goudswaard. Ook op het gebied van salariëring groeien de vrouwen nauwelijks door. Goudswaard: “Vrouwen krijgen er in de loop van de tijd wel steeds meer taken bij, maar zonder de bijpassende honorering”. De geringe mogelijkheden om in deeltijd te werken of via het bedrijf kinderopvang te regelen leiden er volgens haar bovendien toe dat veel vrouwelijk kantoorpersoneel al na enkele jaren besluit om de industrie te verlaten. “Ook herintredende vrouwen komen bijna altijd in andere sectoren terecht”, aldus Goudswaard.

De door Tijdens en Goudswaard gesignaleerde hoge werkdruk in de industrie maakt het voor de vrouwen op kantoor moeilijk om werk en privé-leven te combineren. Hoewel de onderzoeksters de reden voor de hoge werkdruk niet nader hebben onderzocht, hebben ze uit de enquête wel de indruk gekregen dat de toenemende bezuinigingen op personeel hierbij een grote rol spelen. “De reden waarom vrouwen vaak zelf niet in deeltijd willen werken, is dat het werk dan op de schouders van collega's terechtkomt”, constateerden de onderzoeksters.

De industriële sector heeft tijdens de economische recessie opnieuw zware klappen gehad. Bedrijven proberen hun kosten te drukken door het personeelsbestand waar mogelijk te reduceren. Vielen de ontslagen tot nu toe vooral bij het produktiepersoneel, de komende jaren zullen ook de werknemers op de kantoren 'weggesaneerd' worden. Daarbij zijn de lagere functies, waar in de industrie de meeste vrouwen zitten, over het algemeen het eerst aan de beurt. Goudswaard: “Het gevaar bestaat dat, als het nog minder gaat met de industrie, vooral voor vrouwelijk kantoorpersoneel de situatie zal verslechteren”.