Volkswoede in een socialistenparadijs

BETONDORP. “De sociaal-democraten hebben overal ter wereld hun eigen graf gegraven, juist omdat ze zo succesvol zijn geweest”, stelde de Amerikaanse econoom John Kenneth Galbraith vorige week in deze krant. Als dat waar is, dan is Betondorp geen graf, maar een oorlogskerkhof.

Betondorp is de gerealiseerde utopie van Wibaut, Tak, De Miranda en Pieter Jelles Troelstra. Het 'Tuindorp Watergraafsmeer' was jarenlang de bouwplaat voor de ideale maatschappij van de toekomst: sobere maar eerlijke woningen, tuintjes voor èn achter, goede scholen, een park en een gemeenschapsruimte onder handbereik, veel groen en frisse lucht, en een leeszaal vol hoogstaande gedachten. Op 1 mei hing de buurt vol rode vlaggen, de kinderen hadden vrij, op de Brink zong De Stem des Volks en op een naburig veldje danste de AJC om de meiboom.

Nog steeds lijkt deze intieme buitenwijk van Amsterdam gebouwd als het decor voor een 1 mei-optocht uit 1925. De opvolgers van Wibaut en De Miranda hebben de grijze blokken van De Stijl en Het Nieuwe Bouwen enkele jaren geleden vakkundig gerenoveerd en opgefleurd, in de Veeteeltstraat, de Zaaiersweg en de Huismanshof worden de voortuinen alweer ijverig omgespit en het kleine carillon speelt de Zilvervloot. Aan de leestafel van de bibliotheek verzamelt zich intussen, zoals op iedere zaterdagochtend, het denkende deel van de buurt om de kranten en de politiek door te nemen. Ik vraag fluisterend wat er in godsnaam met de buurt aan de hand is. Het is alsof ik een aansteker bij een plas benzine houd. “Dan hadden ze maar eerder moeten luisteren”, gromt Hans van Loon, gepensioneerd onderhoudsmonteur. “Er wonen hier bijna geen racisten. Maar ze zouden zelfs op de duivel stemmen om de politici wakker te schudden”, zegt Hans Bethlehem, die al bijna een halve eeuw in de buurt woont. “De mensen hier voelen zich getild, geplukt en in de steek gelaten”, mompelt Henk van Hunnik, actief in de plaatselijke politiek, in de WAO wegens een lichte hersenbeschadiging.

Tot ver in de jaren tachtig stemde Betondorp nog altijd voor driekwart rood. Maar anno 1994 is bijna één op de vijf kiezers naar extreem rechts overgelopen. Met 18,5 procent scoort de buurt, na Volewijk in Noord, het hoogste van heel Amsterdam. “Als het zo doorgaat stemt over vijf jaar dertig procent van de mensen hier Janmaat of een andere rattenvangerspartij”, zegt Hans Bethlehem. “Ze zijn razend. En ze hebben het over niets anders meer.”

Het opvallende van Betondorp is dat de wijk in geen enkel opzicht voldoet aan het stereotiepe beeld van de verpauperde, ontwortelde buurt waar extreem-rechts gemakkelijk wortel schiet. De statistieken tonen een stabiele gemeenschap, waarvan het merendeel van de bewoners boven de vijftig is en er vaak al “van moeder op kind woont”. Niet rijk - veel ouderen leven van nauwelijks meer dan de AOW - maar wel degelijk. Het percentage immigranten ligt er aanmerkelijk lager dan in grote delen van de stad. Op de Brink in Betondorp wonen tegenwoordig vier Marokkaanse families, hun kinderen bepalen in belangrijke mate het straatbeeld in het centrum van het dorp, één van de jongens steelt bovendien wel eens een bromfiets, daar wordt dus het nodige over gezegd, maar uiteindelijk gaat het daar niet om.

“De stille armoede, dat is hier het echte probleem”, zegt een van de mannen aan de leestafel. De belangrijkste oorzaak van de volkswoede van Betondorp heeft te maken met de illusiewereld van Den Haag waarin men eindeloos kon beloven en bezuinigen, zonder dat er ooit consequenties aan verbonden leken te zijn. De wereld van “een tandje minder”, “een pas op de plaats” en “allemaal samen” - zonder ooit iets te beseffen van de waarde van een briefje van honderd op een bevroren AOW van 1240 gulden, de angst voor weer een huurverhoging, de schrik bij een naheffing van het energiebedrijf.

Een paar jaar geleden, toen Betondorp gerenoveerd moest worden, werden de bewoners door de maatschappelijk werkers van de gemeente over de streep getrokken met de belofte dat alles gesubsidieerd zou worden, en blijven. Toen lag de huur rondom de tweehonderd gulden, nu kosten de opgeknapte huizen ongeveer zeshonderd gulden per maand en van het verschijnsel huursubsidie is nauwelijks meer iets over. Daarbovenop komen dan nog eens alle andere prijsverhogingen en bezuinigingen: de nieuwe telefoontarieven, de verdubbeling van de reinigingsrechten, de eigen bijdrage in de ziektekosten - veel ouderen in Betondorp tobben bijvoorbeeld sinds 1 januari met een extra uitgave van tientallen guldens per maand voor vitamines en incontinentiematerialen. “Iedereen knijpt hem hier, je kunt geen kant meer uit met je AOW”, zegt Hans van Loon. “Alles komt bovenop alles, dat is het probleem.” zegt Henk van Hunnik. “Ik leef op m'n tenen.” Hans Bethlehem: “En als je dan zo'n krantenkop ziet: 'Rijk eist van gemeenten 37000 opvangplaatsen vluchtelingen'. Of het feit dat een stadsdeelwethouder 70.000 gulden verdient. Als de mensen dat met hun privé-situatie vergelijken ontstaat een enorme kortsluiting. Zo langzamerhand voelen ze zich in hun pure bestaan bedreigd.”

“Betondorpers hadden vroeger een streepje voor omdat ze wisten hoe de toekomst eruit zou zien”, lees ik in een tien jaar oud knipsel. “Nu weten we alleen nog hoe het verleden eruit zag.” Bij deze verkiezingen is het beeld van de beschaafde stad en de paar wilde uitzonderingsbuurten definitief gebroken: de woede van Janmaat zit nu overal. En het is nog slechts een kwestie van tijd, en de nieuwe, beschaafde kiezers zullen leden worden, en kaderleden. En dan zal extreem-rechts in Nederland eindelijk iets kunnen ontwikkelen wat hun Europese collega's altijd al hadden: een eerste niveau, een beschaafde, fatsoenlijke beschermlaag die het grove tweede niveau coördineert en aan het zicht onttrekt.

De bibliotheek gaat dicht, en we gaan alledrie met Henk van Hunnik mee, koffiedrinken. Zijn kleine huis in de Oogststraat is sober gemeubileerd. Het gesprek is weer vergleden naar de immigranten, en ook de woede. Hans Bethlehem en Hans van Loon discussiëren over de chaos in Europa, de angst die dat oproept, over goede en slechte buitenlanders, over het feit dat de deelraad subsidie geeft voor fietslessen voor Marokkaanse vrouwen “Dat hebben wij toch ook zelf geleerd?” - en Henk scharrelt ondertussen met z'n grote lijf tussen de kopjes en de papieren. “Bijna alles hier heb ik gekregen, bijna niets is van mezelf. Alleen die thermoskan heb ik laatst gekocht, voor m'n verjaardag.” Zorgen? “Ach, er is altijd wel een stuk brood.” Henk vertelt dat hij sinds een paar jaar christen is, lid van de Pinkstergemeente. “Niet dat ik de hele dag rondloop met een tamboerijn, ik heb wel wat anders te doen. Maar ik weet dat er Eén is, die wel altijd voor me zorgt.”

    • Geert Mak