Stormachtige jazz met ouderwets lekkere beat

Concert: Podium Trio + Cornell Rochester (drums) en Jamaaladeen Tacuma (basgitaar). Gehoord: 5/3 Mahogany Hall, Edam. Verder: 8/3 De Brasserie, Emmen, 9/3 Provadja, Alkmaar

10 en 11/3 BIMhuis, Amsterdam (+ extra gasten), 12/3 Centrum Nieuwe Muziek, Middelburg.

Het spookte zaterdagnacht op het IJsselmeer. De oorzaak was een spontane orkaan uit de richting Edam met als centrum de pal aan de plas gelegen 'Mahogany Hall' waar drummer Cornell Rochester en basgitarist Jamaaladeen Tacuma aan het uitpakken waren. Doet de palingpop uit Volendam doorgaans slechts de kassa's rinkelen, de jazzfunk van dit duo rukte aan de voegen van deze Edamse 'Hall' - 's zomers fungerend als campingkantine - en liet tot aan Stavoren en Schokland de dijken zuchten.

Het Podium Trio bestaande uit gitarist Jan Kuiper, saxofonist Paul van Kemenade en trombonist Wolter Wierbos zocht krachtige inspiratie en belde maar weer eens naar Philadelphia. Er was nog een reden voor een reunie; het verschijnen van de cd Live in Köln (Timeless SJP 421), vandaag exact een jaar geleden opgenomen in de 'Stadtgarten' aldaar. Camping en stadstuin, de jazzmuziek heeft heel wat terrein veroverd sinds hoerenmadam Lulu White in de echte Mahogany Hall in New Orleans dit onechte kindje haar zegen gaf.

Het stormachtige optreden van het Podium Trio + 2 maakte duidelijk dat er sindsdien veel is veranderd. Qua instrumentbeheersing is Jamaaladeen Tacuma tien keer zo goed als de 'theekist' bassisten van toen. Tijdens de meest ingewikkelde figuren toch de beat volhouden, het lijkt voor hem de gewoonste zaak. Ook gitarist en organisator Jan Kuiper doet dingen die vroeger ondenkbaar waren: van vlammende solo's moeiteloos overgaan op mellow begeleiden, een degelijk wandeltempo larderen met razendsnelle tussensprints.

Het technisch niveau is kortom enorm gestegen, maar wat dit kwintet voor een clubpubliek aantrekkelijk maakt, is niet veel anders dan waar men in het goeie ouwe New Orleans voor kwam: een lekkere beat en een flinke portie show. Een keiharde drumsolo waarbij Cornell Rochester een stok verliest, haastig een nog dikkere grijpt, vervolgens - de ogen rollend, de tong soms uit de mond - minuten lang zijn vellen beukt en aan het eind opstaat als een gladiator, wat is er nog mooier voor het oog? Close Enough heette het stuk. Men stond erbij en men keek er naar, als naar een zeldzaam natuurfenomeen.