Spierballenverslaggeverij van Hugo van Rhijn

Vier problemen de wereld uit, te beginnen in Nederland, RTL5, 20.35-21.30u.

Hugo van Rhijn helpt de komende weken '4 problemen de wereld uit! Om te beginnen uit Nederland!' Let vooral op de uitroeptekens in de titel, die zetten de toon voor het hele programma.

Vanavond probleem 1, onder de nogal gewrongen titel 'Waar een klein land vol in kan zijn'.

“Nederland.” Dat is de eerste zin van Van Rhijns commentaar en de kijker weet meteen weer waar hij is: op het verslaggeverseiland van Monty Python's Flying Circus, waar de mannen continu met een microfoon aan de mond in de camera kijken. Geen beeld mag zonder woorden passeren. In zijn verslaggeversjas ijsbeert Van Rhijn over de Dam in Amsterdam, “een stad die uit zijn voegen barst en een stad waar de verkeerde mensen wonen”.

Van Rhijn belooft “een beetje originaliteit” in deze serie, en “oplossingen”. Over 55 minuten weet de kijker dus waar een klein land zichzelf weer leeg in kan maken.

Eerst een inventarisatie van de Amsterdamse problemen. Hier strooit Van Rhijn kwistig met zijn uitroeptekens. Woningnood: “Als we het IJsselmeer nodig hebben dan pakken we het IJsselmeer - schaamteloos!” Ook de grote taboes schuwt Van Rhijn niet. “In alle eerlijkheid”, vraagt hij een van zijn gesprekspartners: “Kan deze stad nog meer buitenlanders aan?!”

De hardste uitroeptekens gooit hij in de strijd in gesprekken met directeur A. Oskam van de Amsterdamse dienst ruimtelijke ordening en stedebouwkundige C. van Ruyven. Hier komt ook de premisse van de hele serie naar boven: het is allemaal de schuld van de politiek en de ambtenaren. Stedebouwkundigen zijn mensen die “hoog boven de stad verheven in hun ivoren toren” uitmaken hoe over tien jaar de burgers moeten wonen. Politici en ambtenaren die de Bijlmer hebben ontworpen, die zijn niet meer te vertrouwen.

Tegen vooronderstellingen van journalisten is het moeilijk opboksen, merkt Oskam als Van Rhijn hem vraagt of de ambtenaren “een methode ontwikkeld” hebben om met lastige burgers om te gaan. Oskam denkt dat hij een neutrale vraag heeft gekregen en vertelt dat inspraak van bewoners beter is geregeld, dat ambtenaren ook beter naar hun argumenten luisteren en dat lastige burgers op die manier dus meer invloed op beslissingen uitoefenen dan vroeger. Maar Van Rhijn heeft geen neutrale vraag gesteld en daarom ook geen neutrale conclusie klaarliggen: “Een spelletje, dus”, spelen de ambtenaren op de inspraakavonden.

En de beloofde oplossingen? Die zijn in de serie telkens voorbehouden aan R. Das. Deze futuroloog houdt ons stapelbouw voor, groene heuvels met containerhuizen en, op de nog langere termijn, alle snelwegen onder de grond, zodat als je uit je huis stapt, je alleen maar bos ziet. Dat Van Rhijn hem niet met uitroeptekens onderbreekt in zijn toekomstscenario is vast omdat zijn plannen nog nooit zijn uitgevoerd (“ik ben al twintig jaar aan het roepen”) en vooral omdat hij geen ambtenaar is.