Specialisten eisen oordeel experimenten

DEN HAAG, 8 MAART. De politiek moet snel duidelijk maken of de experimenten met een nieuwe honoreringsstructuur voor medisch specialisten kunnen doorgaan. Als er nog veel tijd wordt verloren zal de bereikte overeenstemming tussen lokale specialisten, ziekenhuizen en verzekeraars verloren gaan.

Die waarschuwing kreeg gisteren de commissie voor volksgezondheid in de Tweede Kamer van prof.dr. A.P.W.P. van Montfort, directeur van het Nationaal Ziekenhuisinstituut. Dit gebeurde tijdens de hoorzitting van de commissie over het rapport van de Commissie modernisering curatieve zorg, de Commissie-Biesheuvel. Van Montfort sprak namens de vijf locale initiatieven die in aanmerking komen voor een 'experimenteerstatus'. Het gaat daarbij om de ziekenhuizen in Noord-Holland en in de Rijnmond, in Emmmen, in Venlo/Venray en in Bergen op Zoom. Bij deze experimenten zijn ruim 1.300 medisch specialisten betrokken, zo'n twintig procent van de in de 'gewone' ziekenhuizen werkzame specialisten.

In de afgelopen maanden is in vaak zeer moeizaam overleg overeenstemming bereikt over de meeste voorwaarden waaraan de verschillende initiatieven moeten voldoen om voor erkenning als experiment door de Ziekenfondsraad en het Centraal Orgaan Tarieven Gezondheidszorg in aanmerking te komen. Volgens betrokkenen is dat deels het gevolg van de angst bij deze organisaties voor de overheveling van bevoegdheden naar de betreffende regio's.

De verschillende partijen konden het niet eens worden over de hoogte van het budget waaruit de specialisten volgens het experimentele systeem worden gehonoreerd. Oud-staatssecretaris Simons (volksgezondheid) vond in eerste instantie hun omzet in 1989, waarop een kleine toeslag, voldoende. Half februari schreef hij dat het 'aanvaardbare niveau 1994' de basis mag zijn. Volgens ambtenaren van het ministerie en medewerkers van de Ziekenfondsraad en het Centraal Orgaan is dat een budget waarin rekening is gehouden met de eerder door Simons aangekondigde verlaging van de tarieven met ongeveer 14 procent.

Alle deelnemers aan de experimenten vechten dit aan. Volgens T. van de Ploeg van verzekeraar het Groene Land in Zwolle, en betrokken bij het experiment in Emmen, zou dit er op neerkomen dat de specialisten die meedoen de enige zijn die daadwerkelijk hun inkomen als gevolg van de tariefsverlaging zien dalen “terwijl degenen die niet deelnemen alle kans houden om de verlaging te compenseren door meer te doen, zoals in de afgelopen jaren tariefsverlagingen steeds ruimschoots zijn gecompenseerd door een stijging van het aantal verrichtingen. Dat is een erg onbillijke behandeling van specialisten die hun nek vaak ver hebben uitgestoken en die daarop nog herhaaldelijk door hun collega's worden aangevallen”.

De Kamercommissie, die zich gisteren positief betoonde over de experimenten, zal in de loop van de week bepalen of zij vindt dat de gewraakte korting ook voor de deelnemers moet gelden. De commissie wil echter eerst de hoogte weten van het totale bedrag waarover het gaat en of kan worden gegarandeerd dat de kosten van specialistische hulp door de experimenten niet toch zullen stijgen.