Spanje gaat tot het uiterste in Brussel

MADRID, 8 MAART. Spanje zal de aansluiting van Noorwegen bij de Europese Unie vetoën indien niet wordt tegemoet gekomen aan de gevraagde concessies op het gebied van de stemverhoudingen en de visserij. “Als de opstelling van Noorwegen niet verandert, gaat Spanje tot het uiterste”, verklaarde minister van buitenlandse zaken Javier Solana vastberaden tot op de trap van het vliegtuig naar Brussel.

Solana zal de zwaarste onderhandelingen moeten voeren sinds Spanje in 1986 toetrad tot de toenmalige Europse Gemeenschap. Spanje staat vrijwel alleen in zijn verzet en het is voor de eerste keer dat de positie van het land zo duidelijk wordt bepaald door de eigen, nationale belangen. Onder leiding van premier Felipe González was immers altijd een zeer pro-Europese koers gevaren. Spanje ontving miljarden ecu's uit de Europese structuur- en cohesiefondsen en was in ruil daarvoor het beste jongetje in de klas.

Met de uitbreiding van de EU vreest Spanje verhoudingsgewijs veel invloed te zullen inboeten. Met bijna veertig miljoen inwoners heeft Spanje maar acht stemmen in de Europese ministerraad, zo wordt in diplomatieke kring geklaagd, terwijl straks een Scandinavisch blok (Denemarken, Noorwegen, Zweden en Finland) met 13 stemmen klaar staat om de krachten te bundelen, terwijl het hier alles bij elkaar maar 23 miljoen inwoners betreft. En daarnaast bestaat de vrees dat Spanje ook bij het blokkeren van beslissingen in de toekomst aanmerkelijk meer moeite zal moeten doen om de vereiste stemmen bijeen te garen.

Ook onderhuids borrelt de onvrede. Spanje is niet vergeten dat het eind vorig jaar bij de verdeling van de Europese instellingen het Merkenbureau en het Bureau voor de Arbeidsomstandigheden kreeg toebedeeld. Dat was een grote teleurstelling, want Spanje had ingezet op het Medicijnen- en Milieubureau, twee instellingen die uitgerekend werden gegeven aan notoire Europese lastposten als Groot-Brittannië en Denemarken.

Los van de dalende invloed wordt met de komst van Noorwegen een nieuwe concurrent op economisch gebied binnengehaald. De Spaanse visserij, vooral in het politiek onrustige Baskenland, kreeg de afgelopen jaren al de nodige klappen te verwerken. En de komst van Noorse zalm en kabeljauw op de Europese markt zal die positie er niet beter op maken. In Spanje wordt er op gewezen dat de Noorse visvangst voor negentig procent voor de export is bedoeld. De toestemming om 3.000 ton kabeljauw in de Noorse wateren te vissen is slechts een schrale troostprijs, zo vinden de Spanjaarden, die ten minste vijf keer zoveel in gedachte hebben. En zelfs dat wordt nog beschouwd als een verwaarloosbare toegift, want 15.000 ton is slechts driekwart procent van de jaarlijkse Noorse kabeljauwvangst.