Rentero beloont bloeddorstig schaken

LINARES, 8 MAART. Het is een terugkerend ceremonieel dat bij het schaaktoernooi in Linares onlosmakelijk verbonden is geraakt met het begin van de ronde. Terwijl de fotografen hun lenzen richten op het bord van Kasparov verschijnt toernooidirecteur Luis Rentero afwezig kijkend in beeld. Een toevallige passant, die als Zelig in de gelijknamige Woody Allen-film, een fijn gevoel heeft ontwikkeld voor historische momenten. De rijkste en machtigste man van Linares heeft een aparte vorm van bescheidenheid. Alles draait in zijn ogen om de grootmeesters, de veertien leeuwen die in zijn lyrische bewoordingen elk jaar weer een gouden bladzijde bijdragen aan de geschiedschrijving van het schaakspel. Maar de laatste jaren geeft Don Luis, toevallig passerend, steeds vaker te kennen dat hij wel degelijk de geschiedenis in wil gaan als de man die er in slaagde om een onbetekenend Andalusisch plaatsje om te toveren in een schaakmekka. Die met behulp van zijn eigenhandig verworven rijkdom telkens weer de beste spelers weet te verleiden tot hartverwarmend vechtschaak. In een toernooi dat zoveel inzet vergt van de spelers dat toppers als Boris Gelfand verklaren van tevoren bij voorkeur een of twee maanden rust te nemen om optimaal voorbereid aan de start te verschijnen. Dé jaarlijkse schaaktraktatie is de verdienste van de eigenzinnige Luis Rentero, die zijn liefde voor het schaakspel enkele decennia liet rusten om zoveel geld te verdienen dat hij een droom kon waarmaken.

Rentero's succesvolle ondernemerschap is een klassiek verhaal. In 1960 begon hij zijn carrière als kruidenier. Zijn enige bezit was de bakfiets waarmee de jonge Luis boodschappen bezorgde in en rond Linares. Dertig jaar later was hij aanbeland bij een omzet van zo'n 150 miljoen gulden en verkocht hij zijn supermarktketen aan zijn Belgische collega Delhaize. Een van de clausules in het verkoopcontract stelde dat de nieuwe eigenaar zich verplichtte om ieder jaar een substantieel bedrag over te maken naar de gemeente Linares opdat men daar de traditie van het sterkste schaaktoernooi ter wereld zou kunnen voortzetten.

Want Rentero's hart was niet alleen toegewijd aan zijn portemonnee, maar ook aan het schaken, waarin hij het ooit bracht tot halve finalist in het Spaans kampioenschap. Totdat de aanschaf van zijn bakfiets die passie naar de achtergrond verdrong. Eenmaal rijk keerde Rentero niet terug als speler, maar als organisator met een boodschap. Een schaakpartij diende compromisloos tot het bot uitgevochten te worden. Of zoals hij het zelf stelt: “Wie korte remises wil spelen doet dat maar thuis met zijn eigen geld.”

Om een indruk te krijgen van het profcircuit bezocht hij in 1978 het grootmeestertoernooi in Bugojno. Geschokt kwam hij terug: “Ik zag zoveel korte remises dat ik niet begreep waarom ik zoveel kilometers had gereisd. Het was één grote belediging voor de organisatie. Toen bedacht ik dat ik wellicht ooit iets zou kunnen ondernemen om dit soort schaken uit te bannen.”

Het zou nog een handvol eigen toernooien duren voordat hij zijn ware kruistocht tegen bloedeloze partijen zou beginnen. Dat keerpunt kwam in 1985 tijdens zijn vijfde toernooi. Spassky en Polugajevsky besloten in een handomdraai tot remise en ontvingen een brief op poten. Zonder omhaal stelde Rentero dat zij de inwoners van Linares beledigd hadden, die zich zoveel moeite hadden getroost om deze schaakmatadoren in hun stadje te krijgen. De volgende dag speelden beiden voluit en wonnen hun partij.

Het was de eerste keer dat Rentero merkte hoe hij spelers kon aanzetten tot grotere daden en spoedig begon hij opmerkelijke premies uit te loven. Wie de nummer één op de ranglijst op een nul trakteerde kon al snel op zo'n duizend dollar rekenen. Zijn excuus is simpel: “Als ik ze een cruise naar de Caraïben of vrouwen kon aanbieden zou ik dat doen, maar ik heb alleen maar geld.”

Hoeveel geld er in Linares precies omgaat is onbekend. De prijzen zijn zeker niet spectaculair en iedereen weet dat het de startgelden zijn die het hem doen. Hoeveel Kasparov dit jaar heeft gekregen is geheim, maar de schattingen schommelen rond de ton. Als FIDE-wereldkampioen stelde Karpov slechts één eis. Wat hij kreeg was onbelangrijk, als het maar precies even veel was als wat Kasparov kreeg.

Vanaf het zesde toernooi in 1988, dat gewonnen werd door Jan Timman, groeide het prestige van Linares snel. Rentero's formule was simpel en effectief. Je probeert de veertien eerste spelers op de wereldranglijst uit te nodigen en zet deze vervolgens tot bloeddorstig schaken aan middels premies. Wie zich aan de algemene gewelddadigheid denkt te kunnen onttrekken wordt eenvoudig niet meer uitgenodigd.

Timman behoorde tot het selecte groepje vechters dat steevast op een uitnodiging kon rekenen. Tot dit jaar. De eenvoudigste verklaring lijkt Timmans bescheiden plaats op de ratinglijst. Rentero is de enige organisator die een categorie 18 toernooi met veertien spelers voor elkaar krijgt en wil dat zo houden. Toch verkiest hij zelf een diplomatieke reden: “Timman is natuurlijk een geweldige speler, maar hij heeft hier al zo vaak gespeeld. Je kunt toch niet iedere keer weer dezelfde veertien spelers uitnodigen?”

De roep van Linares bereikte een hoogtepunt toen Kasparov het zich tot doel stelde om hier zijn suprematie in de schaakwereld te onderstrepen. De toernooien die hij in '92 en '93 won behoren tot zijn mooiste prestaties. Verleden jaar was Kasparov zo tevreden over zijn krachtsexplosie dat hij Linares uitriep tot het officieuze wereldkampioenschap. Linares was het toernooi van de schakers, waar zij onderling de balans opmaakten. Of hij op dit moment nog steeds zo ingenomen is met zijn gloedvolle betoog valt te betwijfelen. Maar dat er weer een historisch toernooi wordt gespeeld valt niet te ontkennen. Mocht Karpov hier winnen dan zal dat zeker gevolgen hebben voor de machtsverhoudingen binnen de schaakwereld, die sinds de komst van de PCA in onrust verkeert.

De sympathie voor Karpov is groot in Linares, maar voorlopig hebben de inwoners andere zorgen aan hun hoofd. De plaatselijke Suzuki-fabriek, veruit de grootste werkgever, wordt met sluiting bedreigd. Het ontslag van de 2.400 werknemers zou gelijk staan aan sluiting van Linares. Het stadje treurt en ook het schaaktoernooi voelt de rouw. In het verleden stond in de hal van hotel Anibal nog een Suzuki-jeep te wachten op de winnaar. Bij aankomst werden de spelers op de hoogte gebracht dat er geen openingsdiner zou zijn. Wellicht was Kasparovs opgeluchte reactie dat het toernooi echt met het jaar vooruit ging niet de meest tactvolle, maar wel werd hij zoals velen bereid gevonden om een groen lintje op zijn revers te dragen uit solidariteit met de arbeiders van Linares.

Diezelfde arbeiders gaven bij de loting blijk van hun woede middels spandoeken met teksten als 'Bombardeer Japan'. De sfeer was zo grimmig dat de uitbaters van het Chinese restaurant naast het hotel zich haastten te verklaren dat zij geen Japanners waren.

De onderhandelingen om de fabriek open te houden verlopen hoopgevend, maar nog steeds maakt ook Rentero een bedrukte indruk. Tot veler verbazing reageerde hij niet eens toen temidden van het bloedvergieten een paar partijen in vredige remises eindigden. Geen veroordelingen, geen boetes, niets. Toch bleek in kleine kring dat het werkverzuim niet onopgemerkt was gebleven. Gelaten stelde de 62-jarige ijzervreter: “Anand, Gelfand en Kramnik hoeven volgend jaar niet terug te komen. We willen hier mannen, geen toeristen.”

In de negende ronde van het schaaktoernooi in Linares heeft Gary Kasparov zijn achterstand op koploper Anatoly Karpov teruggebracht tot één punt. Karpov kwam tegen Sjirov niet verder dan remise. Kasparov verpulverde Kamsky met een openingsopzet die hij naar eigen zeggen twee ronden geleden om onduidelijke reden tegen Karpov verzuimd had te spelen.