Moslims, Kroaten trekken zich terug

SARAJEVO, 8 MAART. De Bosnische Kroaten en de moslims houden zich aan het onlangs bereikte bestandsakkoord en trekken over een honderden kilometers lang front hun zware wapens terug of plaatsen ze onder VN-toezicht. Volgens VN-woordvoerders heerst in de moslim-Kroatische conflictgebieden in Bosnië aan beide kanten 'optimisme' over de uitvoering van het bestandsakkoord en de kans op vrede.

Op grond van het bestandsakkoord moeten de Bosnische Kroaten en de moslims hun mortieren tien kilometer van de frontlijn terugtrekken en hun artillerie twintig kilometer. In de aldus ontstane gedemilitariseerde zone patrouilleert de VN-vredesmacht UNPROFOR. Gisteren ondertekenden vertegenwoordigers van de twee partijen landkaarten waarop de gedemilitariseerde zones nauwkeurig zijn aangegeven.

De enige uitzonderingen die terzake van de demilitarisatie zijn gemaakt worden gevormd door twaalf plaatsen, “actieve gebieden” genoemd, waar de Kroaten en de moslims wapens mogen laten staan om te kunnen reageren op eventuele aanvallen van in de buurt gelegerde Serviërs, die niet bij het bestandsakkoord zijn betrokken.

Ook in de noordelijke moslim-enclave Tuzla is gisteren verdere voortgang gemaakt met de tenuitvoerlegging van een akkoord dat voorziet in de heropening van het vliegveld van de stad. De moslims hebben hun stellingen inmiddels geheel ontruimd en die overgedragen aan Zweedse en Deense militairen van de VN-vredesmacht, van wie de laatsten van Leopard-tanks zijn voorzien. Het is de bedoeling dat het vliegveld van Tuzla binnen drie dagen weer in gebruik wordt genomen. Het zal echter nog zeker twee weken duren voordat de humanitaire luchtbrug op de moslim-enclave op gang komt, gezien het ontbreken van de noodzakelijke controleapparatuur.

De Serviërs hebben gisteren opnieuw de moslim-enclave Maglaj onder vuur genomen, ondanks een plaatselijk overeengekomen bestand dat bedoeld was om de lichamen van omgekomen soldaten uit te wisselen. Maglaj was gisteren de enige plaats in Bosnië waar sprake was van oorlogsgeweld. VN-waarnemers vermoeden dat de Serviërs met hun beschietingen willen verhinderen dat waarnemers van de VN en personeel van de VN-hulporganisatie UNHCR de enclave bereiken. Maglaj, waar 19.000 moslims zitten ingesloten, heeft sinds oktober vorig jaar geen hulp van buiten meer gehad. Volgens ooggetuigen zijn de levensomstandigheden in Bosnië nergens zo slecht als in Maglaj.

Joegoslavië (Servië en Montenegro) zal geen verdachten uitleveren aan het in Den Haag gevestigde speciale internationale tribunaal voor de berechting van in ex-Joegoslavië begane oorlogsmisdaden. De Joegoslavische minister van justitie, Zoran Stojanovic, zei in een gisteren door een krant in Belgrado gepubliceerd vraaggesprek dat voor een dergelijke uitlevering veranderingen in de grondwet en het wetboek van strafrecht van de federatie nodig zouden zijn. Joegoslavië, zo zei hij, kan verdachten wel op grond van bilaterale verdragen uitleveren aan andere landen, maar niet aan een internationaal tribunaal. Volgens Stojanovic zal Joegoslavië oorlogsmisdadigers zelf berechten. Hij zei dat Joegoslavië zelf in Kroatië en Bosnië begane oorlogsmisdaden heeft onderzocht en het resultaat van die onderzoekingen naar de Verenigde Naties heeft gestuurd. De meeste namen op die lijst van verdachten betreffen Kroaten en moslims die van misdaden tegen Serviërs worden verdacht. (Reuter, AP, AFP)