Irritatie stapelt zich op over FNV-beleid

ROTTERDAM, 8 MAART. Een kat in het nauw maakt rare sprongen. Dat is het beeld dat zich anno 1994 opdringt van de FNV. Op papier wordt de vakcentrale geacht de belangenbehartiging door de 19 aangesloten bonden te coördineren en te 'vertalen' in een samenhangend beleid. Maar in de praktijk komt daar de laatste tijd weinig van terecht. En opmerkelijk is dat vrijwel geen pogingen meer worden ondernomen om de steeds manifestere interne spanningen weg te nemen. “Een hoop kleine dingen bij elkaar leveren zo veel irritatie en ongenoegen op, dat je je afvraagt wanneer de bom zal barsten”, aldus een bondsbestuurder.

De spanningen kwamen vorige week aan de oppervlakte door het advies van de Sociaal-Economische Raad (SER) over het sociaal-economische beleid voor de middellange termijn. De top van de vakcentrale had daar sinds afgelopen najaar onder leiding van secretaris L. de Waal veel tijd en energie ingestoken en meende begin februari tot een alleszins acceptabel compromis met werkgevers en Kroonleden te zijn gekomen. Dat leek niet onbelangrijk, omdat een unaniem advies van de SER de speelruimte voor het volgende kabinet wezenlijk beïnvloedt.

Hoe anders pakte het uit. Onder aanvoering van de twee machtigste bonden, de ambtenarenbond AbvaKabo en de Industriebond FNV, werd het compromis vorige week getorpedeerd. Ze vonden de passage over de koppeling te mistig. Bovendien was de AbvaKabo niet gediend van de vaag verwoorde toespeling op bezuinigingen in de collectieve sector en wenste de Industriebond niet op voorhand in te stemmen met mogelijke heffing van AOW-premie over aanvullende pensioenen.

De bonden stuurden FNV-voorzitter Stekelenburg (De Waal verbleef in Azië) terug naar de onderhandelingstafel, waar hij gisteren nul op het rekest kreeg. Hij zag die bui al hangen en probeerde vorige week nog een klein tegenoffensief: het was allemaal niet zo ernstig, hij had nu eenmaal met een mondige achterban te maken en de FNV bleef “op hoofdlijnen” achter het aanvankelijke SER-compromis staan. Maar het kon niet verhullen dat de FNV-top te ver voor de bonden was uitgemarcheerd en bij wijze van straf behoorlijk in zijn hemd was gezet.

Diezelfde bond raakte eind vorige maand in een onverkwikkelijk conflict met de vakcentrale over het voorkeursbeleid voor allochtonen. Geruggesteund door een enquête onder zijn leden achtte voorzitter Van der Weg van de Industriebond de tijd rijp voor een afzwakking van het officiële FNV-beleid inzake 'positieve actie' voor minderheidsgroepen op de arbeidsmarkt. “Niet zonder meer allochtonen voortrekken ten koste van andere zwakke groepen in de samenleving”, wilde hij bepleiten, maar onder druk van Stekelenburg slikte hij dat schielijk in.

Een paar dagen later kreeg Van der Weg vanuit Middelburg nog eens flink van katoen van de scheidende FNV-vice-voorzitter Adelmund. “Mensen, mensen, doe toch niet zo hypocriet. Het positieve actiebeleid moet bij de meeste bedrijven niet worden afgeschaft. Het kàn niet eens worden afgeschaft, het moet eerst nog van de grond komen. Hou eens op er over te praten en dóe er eens iets aan”, aldus Adelmund.

Omgekeerd zit bij de bonden de frustratie diep over het geringe effect dat het 'centraal overleg' van de vakcentrale met de werkgevers en het kabinet sorteert. Tot ergernis van de bonden heeft de FNV-lobby tegen plannen van het kabinet om de regelgeving rond de arbeidsmarkt wat uit te dunnen niets opgeleverd. En ook op de werkgevers maakt de FNV nog maar weinig indruk. Stekelenburg en werkgevers-voorzitter Rinnooy Kan gaven afgelopen najaar hoog op van 'de nieuwe koers' die zij afgelopen najaar met hun Najaarsakkoord hadden ingeslagen. Daarin werd de noodzaak van 'structurele aanpassingen' in de Nederlandse sociale economie onderkend en werd de CAO-onderhandelaars dringend aangeraden stringente loonmatiging te betrachten en waar mogelijk afspraken te maken over behoud of uitbreiding van de werkgelegenheid.

Maar de onderhandelaars van de bonden die zich op deze laatste aanbeveling beroepen krijgen in de harde praktijk van het CAO-overleg geen poot aan de grond. “Wat hebben we aan al dat gepraat op centraal niveau als we er niets, maar dan ook helemaal niets voor terugkrijgen”, aldus een medewerker van de Industriebond. “Als er dan wat weggegeven moet worden doen we het liever zelf in onze eigen onderhandelingen”. Binnen de bond wordt in dit verband openlijk gesproken over “het failliet van de overlegeconomie”.

Tenslotte zijn de FNV-gelederen diepgaand verdeeld over de toekomst van de sociale zekerheid. De vakcentrale bracht daarover twee weken geleden wel een nieuwe nota ('Sociale zekerheid in beweging') uit, maar die wordt desgevraagd door de aangesloten bonden amper serieus genomen. “Een fundamentele discussie wordt uit de weggegaan”, aldus een FNV-medewerker. Het voorstel uit het gesneuvelde SER-compromis om in SER-verband een nieuw advies over de inrichting van de sociale zekerheid te laten maken, wordt door verschillende bonden als harakiri bestempeld. “Dan kun je er donder opzeggen dat werkgevers en Kroonleden elkaar vinden op verdere ingrepen in de sociale zekerheid. Moet de vakbeweging degene zijn die die deur naar een ministelsel openzet?”, aldus een verontwaardigde bondsbestuurder.

    • Joop Meijnen