Het AOW-offer

TOT DE DAG van gisteren was de rol van CDA-partijvoorzitter Van Velzen in de roerige AOW-kwestie niet speciaal. Hij was erbij toen het besluit werd genomen om de uitkeringen - en dus inclusief de AOW - vier jaar lang te bevriezen. Hij was erbij, zoals velen met hem. De kritiek van de achterban naar aanleiding van de AOW-voornemens richtte zich dan ook niet in het bijzonder op Van Velzen. De eind vorige week verstuurde open brief van enkele CDA-lijsttrekkers uit Brabant waarin de partij werd opgeroepen terug te komen op het 'onrechtvaardige' AOW-besluit was geadresseerd aan fractievoorzitter en lijsttrekker Brinkman. Het was dezelfde Brinkman die tot gisteren van geen wijken wilde weten.

Het vertrek van Van Velzen past derhalve in de categorie 'zoenoffers'. In zekere zin is dit het trieste lot dat veel partijvoorzitters beschoren is. Bewindslieden hebben het vaak moeilijk om consequenties te trekken uit ministeriële verantwoordelijkheid, maar partijvoorzitters worden vlot tot aftreden gebracht. Als het echt gaat stormen in een partij zijn zij de eersten die overboord slaan. PvdA-voorzitter Sint moest in de zomer van 1991 het veld ruimen naar aanleiding van de WAO-besluiten die in het kabinet waren genomen, VVD-voorzitter Ginjaar vertrok in een poging de eenheid in zijn partij te herstellen, zijn opvolgster moest vorig jaar haar voortijdige vertrek aankondigen en nu dus Van Velzen. De hongerige wolven is een prooi toegeworpen en hebben daar, getuige de eerste reacties, genoegen mee genomen. Maar de vraag is voor hoe lang?

HET KOMT NU allereerst aan op de zaak zelf. CDA-lijsttrekker Brinkman gaat zich de komende dagen “oriënteren” op een “nadere invulling” van het AOW-voorstel. Hij is dus om. Zeker nu zijn 'peetvader' Lubbers heeft aangeboden hem daarbij terzijde te staan, zal er ongetwijfeld een ingenieuze tekst uitrollen. Maar dat daarmee alle plooien worden rechtgestreken, valt te betwijfelen. Wat dat betreft is de AOW een te gevoelige materie en is de emancipatie van de kiezer te ver voortgeschreden. Net als indertijd de WAO-voorstellen van het kabinet, raakt het AOW-plan van het CDA blijkbaar het hart van de verzorgingsstaat. Wie op dat punt te ver voor de eigen kiezers uitloopt, krijgt te maken met een vertrouwensbreuk.

De ervaring met de PvdA in de WAO-affaire leert dat het aanmerkelijk verzachten van het oorspronkelijke besluit niet voldoende is. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van vorige week betaalde de PvdA nog steeds de prijs voor wat er in de zomer van 1991 is gebeurd. Wat dat betreft zijn de vooruitzichten voor het CDA, met nog acht weken te gaan tot de Tweede-Kamerverkiezingen, verre van rooskleurig.

DAARBIJ KOMT DAT de problemen in het CDA niet louter zijn te herleiden tot de AOW. De plannen hebben een katalyserende rol gespeeld, maar het CDA staat reeds lange tijd op verlies. Er is meer aan de hand. De partij ligt behalve met de bejaarden ook nog overhoop met de boeren en met het orthodoxe deel van de achterban. Bij al die moeilijkheden is er ook nog de leiderswisseling. Dat zelfs een goed geoliede machine als het CDA niet tegen zoveel onheil tegelijk is bestand, hoeft geen verwondering te wekken.

De komende tijd zal zich nog meer dan al het geval was de aandacht richten op CDA-lijsttrekker Brinkman. Partijvoorzitter Van Velzen heeft met zijn aftreden dan wel de eerste klappen opgevangen, dat wil niet zeggen dat Brinkman onbeschadigd blijft. Alle begin is moeilijk, maar het blijft een weinig overtuigende start voor een partijleider wanneer hij de temperatuur van zijn achterban zo weinig aanvoelt. En trouwens, ook voor een kandidaat-premier is dat lastig.