Gezondheidszorg

Het kabinet heeft de adviezen van de commissie Biesheuvel over de honoreringsstructuur van de medisch specialisten in grote lijnen overgenomen. Dit betekent, dat de specialist een, door het ziekenhuis betaald, vast inkomen krijgt. Gedacht wordt aan een gemiddeld bruto inkomen van ƒ 220.000,-.

Na aftrek van beroepskosten en pensioenpremie blijft een belastbaar inkomen van ƒ 130.000,- over. Ongeacht of men dit veel of weinig vindt zal het grootste deel van de specialisten hier geen genoegen mee nemen. Het is onrealistisch te verwachten, dat in een maatschappij, waar het materialisme zo centraal staat, dit niet voor specialisten geldt. Zij zullen daarom proberen hun inkomen te behouden. Dit zal waarschijnlijk wel mogelijk zijn, omdat de vraag naar gezondheidszorg alleen maar toeneemt, terwijl de overheid niet bereid is hiervoor de middelen ter beschikking te stellen. De vraag overstijgt het aanbod, waardoor particuliere initiatieven ontstaan. De verzekeraars, verplicht tot het bieden van goede zorg, zullen zich genoodzaakt zien hiervan gebruik te maken. Dit is natuurlijk wel duurder dan behandeling in een gewoon ziekenhuis. Nu gaat datgene gebeuren, wat in de Verenigde Staten en Engeland al jaren geleden gebeurd is en waarvan wij in Nederland vinden dat het kwalitatief zo slecht is: Er ontstaat een twee sporen-gezondheidszorg. Een voor de mensen die extra kunnen betalen en een voor diegenen die dat niet kunnen. Het laat zich raden dat naar analogie van de Verenigde Staten en Engeland, de medische behandeling voor de ene groep ook beter zal worden dan voor de andere. De patiënten die zich niet extra kunnen verzekeren worden de dupe. Het is te hopen dat na dit ongelukkige kabinetsbesluit, de overheid er met de specialisten in zal slagen alsnog dit gevaar af te wenden.