Fors hogere premie dreigt voor scholen

DEN HAAG, 8 MAART. De kosten van vervanging van leraren op basis-, en middelbare scholen zijn de afgelopen maanden met gemiddeld 12 procent gestegen. Voor scholen dreigt komend schooljaar een premieverhoging, die varieert van 850 gulden per jaar voor een basisschool tot gemiddeld 28.000 gulden voor een school voor voortgezet onderwijs. Dit heeft het vervangingsfonds aan de scholen laten weten.

Het vervangingsfonds voor het onderwijs is enkele jaren geleden in het leven geroepen om iets te doen aan de hoge kosten van ziekteverzuim en vervanging in het onderwijs. Scholen declareren de gemaakte kosten niet meer bij het ministerie van onderwijs, maar bij het fonds. Ze geven elk jaar een bijdrage aan dat fonds. Het jaarbudget van het fonds bedraagt ongeveer 550 miljoen gulden. Een belangrijke taak van dat fonds is ziekte onder leraren te voorkomen.

Als de huidige stijging van de kosten zich doorzet, komt het vervangingsfonds jaarlijks ruim 50 miljoen gulden tekort. De oorzaak van de stijging staat nog niet vast. Het ziekteverzuim van onderwijzend personeel is in het schooljaar 1992-1993 gedaald naar gemiddeld 6,4 procent, zo blijkt uit voorlopige cijfers van het Leids Instituut voor Sociaal Wetenschappelijk Onderzoek. In het schooljaar 1991-1992 was het nog 7,0 procent. Tachtig procent van de vervanging op scholen vindt plaats in verband met ziekte, de rest heeft te maken met onder meer studieverlof en buitengewoon verlof.

Volgens directeur F. van Moorsel van de stichting Vervangingsfonds en Bedrijfsgezondheidszorg voor het Onderwijs loopt een onderzoek naar de aard van de uitgavenstijging. Het is mogelijk dat er meer vervangers beschikbaar zijn, zodat vaker een vervanger kan worden aangesteld in geval van verzuim. Ook houdt het fonds er rekening mee dat scholen te veel of ten onrechte hebben gedeclareerd. “Het gaat om hooguit enkele gevallen, maar het is niet uit te sluiten”, aldus Van Moorsel. Het fonds probeert nu een duidelijk beeld te krijgen van de redenen waarom een vervanger wordt aangesteld.

Bovendien heeft het vervangingsfonds nog een geschil met het ministerie van onderwijs over een bedrag van 26 miljoen gulden, dat scholen bij het fonds hebben gedeclareerd over de periode vóór de start van het fonds. Het ministerie meent dat het fonds daar voor moet opdraaien.

Als duidelijk wordt waar de uitgavenstijging vandaan komt, zal het bestuur van het fonds definitief vaststellen welke maatregelen nodig zijn. Dat kan een premie-opslag zijn. Het fonds denkt er echter ook aan om scholen voor voortgezet onderwijs pas toe te staan om een vervanger te declareren als ze zelf drie uur vervanging per week hebben geregeld. De tekorten doen zich namelijk vooral in het voortgezet onderwijs voor.