De hekelladder

Wat is de essentie van pfp, persoonlijke financiële planning? Deze: je hebt een vermogen dat bloot staat aan negatieve en positieve (zoals een erfenis) risico's, dient als bron van (im)materiële inkomsten en middel om in de toekomst een of meer doelen mee te realiseren, een mooie oude dag of een eigen huis. Die verschillende, maar samenhangende (integrale) zaken, moeten optimaal geregeld zijn en blijven.

Een erfenis lijkt een prijs uit de loterij, maar het onzekere tijdstip van overlijden en eventuele problemen met belastingen en liquiditeiten vragen om (estate) planning, mits de schenker dat ook wil.

Een vermogen is de som van bezittingen en vorderingen, zoals pensioen of inkomsten uit arbeid, verminderd met schulden en verplichtingen, zoals alimentatie. In balanstaal: activa minus passiva.

De gevolgen van veel risico's ondervang je door verzekeringen af te sluiten, spaargeld aan te houden of passende juridische constructies op te zetten.

Zo kan het ook met de rendementspoot. Voor de oude dag spaar je via pensioenfondsen, lijfrentekapitaalverzekeringen, fiscaal vriendelijke spaarverzekeringen of door zelf te sparen. Iedereen probeert - of zou dat moeten doen - risico's te verkleinen en rendementen te vergroten.

Een echtpaar (64) uit de buurt van Utrecht stond op dit punt voor een lastige keus. Het ontving 75.000 gulden uit een polis met lijfrenteclausule, hetgeen inhoudt dat dit bedrag binnen een redelijke termijn moet worden besteed voor de koop van een lijfrente, anders volgt belastingheffing volgens het schijventarief, tenzij het gaat om een polis van vóór 1 juli 1964. Daarom vragen zij offerte voor zo'n rente. Die ziet er goed uit, tot ze overvallen werden door twijfel: “Als ik samen met mijn vrouw morgen onder de tram kom is het geld voor de verzekeraar. Waarom? Die hebben het toch niet gespaard? Ik zie het nog liever naar de fiscus gaan, die zijn aandeel dan ziet mislopen. Kunt u mijn afkeer van verzekeringmaatschappijen uitleggen? Ook al bent u geen psycholoog.”

Interessante vraag. Meestal staan verzekeraars op de ladder van hekel en afkeer onder de belastingdienst. En die komt na de affaire-van der Valk onder de FIOD, afgaande op brieven en alle reacties. Ook politie-arrestatieteams moeten het afleggen tegen die fiscale opsporingsdienders. Kan je iedere vorm van criminaliteit niet definiëren als een fiscaal misdrijf(je)?

Niemand hoeft zich zorgen te maken over de fiscus. Wanneer de lijfrente loopt zijn de uitkeringen belast. Wie direct na het ondertekenen van de polis op een andere manier kennismaakt met het openbaar vervoer, schenkt zijn deel aan rentetrekkers die blijven leven. Dit gaat in grote lijnen als volgt.

De maatschappij houdt rekening met een standaard rente (circa 4 procent), kosten, sterftekans van mensen met dezelfde leeftijd, kosten, winstopslag, desgewenst overgang van de uitkering op de langstlevende partner en duur van de verzekering, hier 12 jaar. Door uit te gaan van afvallers ligt het bedrag hoger dan wanneer levenskansen geen rol spelen. Daardoor ontvangt de fiscus dus ook iets meer.

En de verzekeraar? Die stopt de uitkeringen van overledenen niet in eigen zak, maar verdeelt ze onder overblijvers. Er is sprake van een fors voordeel op sterfte (theoretisch) wanneer alle verzekerden direct na ondertekening met de tram reizen. Even onwaarschijnlijk is het grote verlies als iedereen veel langer blijft leven dan de sterftetafels vermelden.

Dus geen reden om verzekeraars hoog op de ladder te plaatsen. Wel bestaan er grote verschillen tussen de rente die ze geven. Op dit punt past voorzichtigheid. Je moet misschien de hoogste kiezen, maar stel je voor dat het een Vie d'Or is.

De briefschrijver koos na lang aarzelen, uit eigen beweging, voor afkoop en betaalde belasting, meer dan indertijd aan aftrek is genoten. Wat niet weg neemt dat de polis een goed rendement opleverde, per saldo. Daar komt bij dat het risico van voortijdig overlijden van beide partners (niet groot) ook bij het afsluiten van de polis, en de vrijwillige keuze voor een lijfrenteclausule, al bekend was. Wie dat niet wil, moet een andere opzet kiezen of meer adviseurs raadplegen voor een second opinion. Wie een ladder plaatst voor een ander, stapt er zelf (ook) op?

Hoe nu verder? Kijk eens naar obligaties. Door de krach van vorige week daalden de koersen en stegen de rendementen. De 7,5 % staatslening, die tot 2023 loopt, levert per jaar 75 gulden per 1000 gulden op. Op een koers van 107,80 een rendement van 6,87 procent. Het kapitaal blijft altijd in de familie, ook na overlijden van beide partners. Vraag altijd advies bij bank of commissionair en vergelijk aanbiedingen met een obligatie-belegging.

    • Adriaan Hiele