Dansers van Scapino als decorstukken

Voorstelling: Scapino Ballet Rotterdam met Edges: choreografie Ed Wubbe; muziek Henryk Górecki/Henk van der Meulen. Dangerous Choir: choreografie en toneelbeeld Roberto de Jonge/Maria Voortman; muziek Jan Willem van Mook/Gesualdo da Venosa. Muzikale begeleiding: Het Mondriaan Kwartet. Gezien 7/3 Rotterdamse Schouwburg, tournee t/m mei, inl. 020-615.3916.

In het nieuwe ballet Edges, dat Ed Wubbe voor zijn gezelschap het Scapino Ballet Rotterdam heeft gemaakt, zijn veel elementen uit zijn laatste werken terug te vinden: de meestal frontale opstelling van de ensembles, de aggressiviteit in de beweging, de strakke zwarte kostumering, de conflictsituaties tussen mensen waarbij het hebben of nemen van macht een grote rol speelt.

Een grote, zilverglanzende tafel is het nadrukkelijke middelpunt van het eerste deel. De dansers benaderen het gevaarte met een ingehouden, dreigende houding, klemmen zich gebogen aan de randen vast, posteren zich er boven op en laten met harde knallen de uitstekende onderdelen van positie verwisselen. Op de stoel een man, een heerser, een manipulator en tegelijkertijd een gemanipuleerde. Korte tableaux worden gescheiden door een donkerslag. Daarna wordt de tafel in een hoek gezet en vervult slechts een decoratieve functie.

Een fascinerende vrouwensolo leidt het tweede deel in. Verstart voert zij, gefixeerd op één plek, langzame, uiterst gespannen en lang uitgerekte armbewegingen uit, later gecombineerd met plotselinge uitbarstingen in het hele lichaam. Op de achtergrond verkoopt een tweede vrouw de man regelmatig een fikse klap. Die drie figuren en hun onderlinge relatie vormen de kern van het ballet.

Edges maakt op mij de indruk dat Wubbe vast zit in zijn verworven bewegingsmateriaal. Soms zijn er onderdelen die intrigeren, zoals de korte duetten van twee mannenparen, maar die blijven in de aanzet steken. De altijd aanwezige aggressieve ondertoon en de constante staccato kwaliteit van het dansen verliezen de zeggingskracht die ze zouden kunnen hebben als de reden ervan duidelijk werd gemaakt binnen een heldere dramatische opbouw. Bovendien vond ik het werk weing aansluiten bij de sfeer en klankkleur van de imponerende muziek. Alleen die ene vrouwensolo - zeer sterk vertolkt door Esperanza Aparicio Romero - heeft die samenhang wel en werd daardoor het beste fragment.

Zwart en strak is ook de kostumering in Dangerous Choir van het duo Roberto de Jonge en Maria Voortman. Die wordt gezet tegen het felle rood van de gordijnen in de twee lage, halfronde segmenten die het toneelbeeld vormen. Ook wordt het 'koor' geleid door een in even fel rood geklede danseres. De Jonge's achtergrond in de beeldende kunst maakt duidelijk hoe mensen vaak als decorstukken fungeren en dan voor mooie beelden zorgen. Het is de eerste keer dat De Jonge en Voortman werken met een grote groep van goed getrainde dansers, voor wie de spitzen-techniek geen geheimen bevat. Dat heeft hun nieuwe werk positief beïnvloed, want het laat een veel grotere variatie in beweging en ruimte zien.

Voor mij is wat De Jonge en Voortman doen heel wat minder vernieuwend en opwindend dan gesuggereerd wordt, al is het feit dat zij dit schoeisel gebruiken in het circuit waarin zij werkzaam zijn zeker ongewoon te noemen, evenals het feit dat zij mannen op spitzen laten dansen. Het publiek reageerde enthousiast op Dangerous Choir, dat in al zijn strengheid toch levendig bleef en door de dansers kundig en met verve werd uitgevoerd, zoals ook in Edges het geval was.