Crisis in Europese Unie over gevolgen uitbreiding

BRUSSEL, 8 MAART. De onderhandelingen met Noorwegen over toetreding worden overschaduwd door een ernstig intern conflict binnen de Europese Unie over de machtsverhoudingen in de raad van ministers. Vanmiddag zou een nieuwe poging worden ondernomen om de hoog opgelopen tegenstellingen te doorbreken tussen Spanje en Groot-Brittannië aan de ene kant en Frankrijk en de Benelux-landen aan de andere kant. Inmiddels lijkt Polen als tweede Oosteuropese land het lidmaatschap van de Europese Unie te zullen aanvragen.

De Griekse minister van Europese zaken, Theodoros Pangalos, zei gisteravond dat het beraad over “de institutionele kwestie” in “een impasse” verkeert. Als vandaag geen oplossing wordt gevonden, dan zal volgens hem sprake zijn van “een ernstige politieke crisis”. In dat geval zal premier Papandreou gedwongen zijn als fungerend voorzitter van de EU zijn collega-regeringsleiders bijeen te roepen voor een extra top om de crisis te bezweren, aldus Pagalos. Hij noemde dat “geen waardige gang van zaken”.

Het uitblijven van een akkoord deze week zal bijna onvermijdelijk als consequentie hebben dat de voorgenomen toetreding tot de EU van Zweden, Finland en Oostenrijk (waarmee vorige week in Brussel al overeenstemming werd bereikt) en eventueel van Noorwegen in ieder geval per 1 januari volgend jaar van de baan is - mogelijk zelfs voor langere tijd. Het Europees Parlement wil donderdag beslissen of het de toetredingsaanvragen van de vier aspirant-leden nog voor de komende Europese verkiezingen (in juni) in behandeling zal nemen. Voor die tijd moet er duidelijkheid zijn.

In de eigenlijke onderhandelingen met Noorwegen over het lidmaatschap van de EU is de lucht ook nog lang niet geklaard. Op verschillende terreinen is sinds zondagmiddag vooruitgang geboekt, maar op het cruciale punt van de toegang tot de Noorse visgronden staan de partijen nog steeds lijnrecht tegenover elkaar, concludeerde minister Pangalos gisteravond.

Het conflict draait hier vooral om de Spaanse (en in mindere mate Portugese) eis - die wordt ondersteund door de andere EU-lidstaten - van extra visquota. In totaal gaat het om zo'n 25.000 ton kabeljauw. Vanochtend zijn de onderhandelingen op ministerieel niveau verdergegaan en in Brussel wordt er op gerekend dat pas vanacht een akkoord zal worden bereikt, als dat er komt.

Pag.5: Spanje en Londen dwars

Het conflict over de machtsverhouding binnen de ministerraden van de EU betreft de hoeveelheid stemmen die nodig is een blokkerende minderheid te vormen die besluitvorming kan tegenhouden. Nu nog zijn daarvoor 23 stemmen voldoende, wat neer komt op 30 procent van het totaal aantal van 76 stemmen dat proportioneel is verdeeld over de 12 lidstaten. De grote landen hebben daarbij elk 10 stemmen, Spanje 8 en Nederland weegt bijvoorbeeld voor 5 stemmen mee.

Volgens het uitgangspunt van de 'mechanische' aanpassing wordt het totaal aantal stemmen met de toetreding van Noorwegen, Zweden, Finland en Oostenrijk uitgebreid tot 90 en wordt de blokkerende minderheid verhoogd van 23 naar 27 stemmen, dat is 30 procent van 90). Maar Spanje en Groot-Brittannië verzetten zich daar heftig tegen. Groot-Brittannië wil vasthouden aan 23, wat in de praktijk betekent dat het gemakkelijker zal zijn om besluiten in Brussel tegen te houden. Dat laatste is juist de reden waarom met name Frankrijk, Nederland, België en Luxemburg groot belang hechten aan het verhogen van de drempel voor de blokkerende minderheid en op dit punt absoluut niet willen toegeven.

De idee dat Groot-Brittannië er vooral op uit is om de 'macht' van Brussel zo veel mogelijk in te perken, werd gisteren nog eens bevestigd door een toespraak van de Britse minister van buitenlandse zaken, Douglas Hurd, voor het Instituut voor buitenlandse betrekkingen in Brussel. Daarin verkondigde hij de boodschap dat de EU zich niet moet verliezen in allerlei bespiegelingen over grote institutionele veranderingen, maar dat de prioriteit moet liggen in het verbeteren van “de integriteit en de effectiviteit” van het huidige EU-bestuur. Die opvatting strookt met de aloude Britse lijn dat de EU minder zou moeten doen, maar beter.

Spanje, gesteund door Italië, neemt een iets genuanceerde standpunt in. Het gaat akkoord met de verhoging naar 27 stemmen, maar het wil vasthouden aan de drempel van 23 indien daarbij ten minste één grote lidstaat bij is. In Brussel wordt er fijntjes op gewezen dat de drie lidstaten aan de Middellandse Zee - Spanje, Italië en Griekenland - samen precies 23 stemmen op tafel leggen. Maar tegenover de Griekse voorzitter Pangalos hield de Spaanse delegatie gisteren vol dat het om “een principiële zaak” gaat en niet om het beschermen van eigenbelangen in zaken als de zuidelijke landbouw en de cohesiefondsen. “Dus in die richting kan ik ook niet op zoek gaan naar een oplossing”, aldus Pangalos.

Indien wordt gekozen voor de Britse of Spaanse variant, zal de voorgenomen uitbreiding van de EU ongetwijfeld worden geblokkeerd door het Europese Parlement, voorspelt Pangalos. De leider van de socialistische fractie in het Europese Parlement, Jean-Pierre Cot, liet hem gisteren nog weten dat zijn partij dwars zal gaan liggen als de Europese besluitvorming moeilijker zal worden gemaakt. Andere fracties denken er net zo over, aldus Pangolos, die ook nog wees op de referendums die in de toetredende landen zullen worden gehouden. In Noorwegen, Zweden en Finland bestaat veel verzet tegen de EU. “Als we zeggen dat we maatregelen gaan nemen om de positie van de kleine landen nog verder te marginaliseren, kan ik u nu al wel zeggen, wat de uitslag zal zijn. Dan kunnen we net zo goed nu al stoppen.”

    • Wim Brummelman