Beloften worden nog niet ingelost

Er verstrijkt bijna geen week of een vooraanstaande buitenlandse economische 'goeroe' roemt weer eens de fraaie toekomstperspectieven voor de Indiase economie. Tot dusverre heeft India deze belofte echter niet kunnen inlossen. De groei van het bruto nationaal produkt was in het nu bijna afgelopen begrotingsjaar zelfs lager dan in het jaar daarvoor: 3,8 procent tegen 4,0 procent. Op zichzelf is een groei van 3,8 procent niet slecht, maar dit cijfer verliest aan glans als in aanmerking wordt genomen dat de bevolking met ruim 2 procent toenam. Het inkomen per hoofd van de bevolking groeit daardoor maar slapjes.

De hartewens van alle Indiërs is dat hun economie spoedig in een zelfde stroomversnelling terechtkomt als die van veel staten in het Verre Oosten, waar al jaren groeipercentages van tegen de tien worden gehaald. India streeft er naar het komende jaar boven de 5 procent uit te komen. Dat was ook voor het afgelopen jaar al de doelstelling, maar daar kwam niets van terecht. Begin vorig jaar werd India geteisterd door bloedige godsdiensttwisten, die het vertrouwen in de economie maandenlang ondermijnden. Daar bovenop kwam nog eens de nasleep van een groot beursschandaal.

Premier Narasimha Rao, wiens politieke positie het afgelopen jaar precair was, besloot tot overmaat van ramp om kort voor belangrijke deelstaatverkiezingen geld verslindende sociale programma's te lanceren. Politiek gezien loonde Rao's gulheid: hij bracht de oppositie een onverwachts grote nederlaag toe. Economisch gezien betaalde hij echter een hoge prijs in de vorm van een begrotingstekort van ruim 7 procent van het bnp en een groeiende inflatie. Die bedraagt nu 8,6 procent, tegen ruim 6 procent vorige zomer.

Het zorgenkind van de afgelopen paar jaar was de Indiase industrie. Stagnatie was daar troef. Indiase ondernemers pasten zich maar moeizaam aan het nieuwe klimaat aan, dat sinds 1991 is geschapen door de ingrijpende economische hervormingen van Rao en zijn minister van financiën Manmohan Singh. Opgegroeid achter een torenhoge muur van tarieven, waren ze niet gewend te concurreren met buitenlandse bedrijven.

De trage aanpassing was overigens niet de schuld van de industriëlen alleen. Zij bleven met handen en voeten gebonden aan oude wetten. Zo kunnen ze nauwelijks werknemers ontslaan, waardoor het wel erg lastig wordt hun inefficiënte ondernemingen nieuw leven in te blazen. Een andere handicap voor entrepreneurs is het archaïsche bankstelsel met een onwaarschijnlijk hoge rente van ruim 14 procent. Pas sinds kort hebben ze de optie om, tegen een veel lagere prijs, kapitaal in het buitenland aan te trekken.

Er zijn aanwijzingen dat de Indiase industrie eindelijk uit het dal kruipt. Minister Singh probeerde de industriëlen vorige week bij het indienen van zijn begroting nog een duwtje in de rug te geven door de winstbelasting en de in- en uitvoertarieven te verlagen. Aller ogen zijn nu op de industrie gericht. Die zal de rol moeten overnemen van de landbouw, die de afgelopen jaren als trekpaard fungeerde van de bescheiden groei. Het was vooral de landbouw die ervoor zorgde dat de export het afgelopen jaar met ruim 20 procent steeg. Aangenomen wordt echter dat de boeren, die konden profiteren van enkele zomers met uitzonderlijk goede moessonregens, voorlopig over hun hoogtepunt heen zijn.

De beurs heeft er alle vertrouwen in dat de industrie als motor van de economie zal slagen. De koersen zijn de afgelopen maanden sterk gestegen. Een steeds grotere rol spelen daarbij buitenlandse investeerders, wier vertrouwen in de Indiase economie dat van de Indiërs nog overtreft. De industrie zal deze groei echter moeten bereiken onder omstandigheden die ondanks Singhs maatregelen nog steeds verre van ideaal zijn. Fabrieken kampen met aanhoudende stroomtekorten, de wegen zijn slecht en een ondoelmatig overheidsapparaat zorgt voor veel nodeloze complicaties.

Singh hoopt van ganser harte dat de industrie hem niet in de steek laat. Wanneer die immers geen kans ziet om aanzienlijke nieuwe groei te genereren, kan India gemakkelijk wegzakken in een nieuw moeras van begrotingstekorten en inflatie. Van substantiële economische groei kunnen de Indiërs dan voorlopig alleen dromen. Het drastische saneringswerk van Singh en Rao van de afgelopen jaren zou dan voor niets zijn geweest.

    • Floris van Straaten