AOW

Met een sterk vereenvoudigde berekening m.b.t. de heffing van belasting en o.a. premies AOW heb ik geprobeerd te onderbouwen dat het best rechtvaardig is om bejaarden met een redelijk tot goed aanvullend pensioen-/lijfrente-inkomen te vragen bij te dragen aan de AOW-premie (NRC Handelsblad van 20 febr.).

A. 't Hart stelt in zijn/haar brief (NRC Handelsblad van 1 maart) dat volgens mijn berekening er tweemaal belasting zou worden geheven over hetzelfde bedrag. Dit is niet juist.

Ook ik weet, dat de pensioenuitkeringen later 'belast' zijn. Maar in ons systeem van 'inkomensheffing' zitten nu eenmaal belasting en o.a. premies AOW; althans vóór de 65-jarige leeftijd. Daarna vervalt de AOW-premie.

De boodschap blijft: als ik geld reserveer voor de 'oude dag' door het (laten) betalen van pensioen-/lijfrentepremies, waardoor ik op dat moment minder hoef bij te dragen aan de samenleving (door minder inkomensheffing te betalen) dan vind ik het niet onrechtvaardig als later - bij het krijgen van de uitkeringen - aan mij gevraagd wordt niet alleen belasting, maar ook nog een stukje AOW-premie van dat aanvullende inkomen af te dragen.

Daarmee wordt mijn 'spaarzaamheid' niet afgestraft, zoals Brinkman eerder had gesteld. Ik vind het juist onrechtvaardig om de huidige bejaarden, die niet (meer) in de gelegenheid zijn om extra aanvullend pensioen-inkomen te creëren en het alleen van de AOW moeten hebben, in hun uitkering te 'korten'.

    • R. Goedhart