Alleen Haagse winkeliers blij met vrije openingstijden

DEN HAAG, 8 MAART. Het experiment in veertien gemeenten met vrijere openingstijden van winkels is alleen in Den Haag goed aangeslagen en minder in Almere, Arnhem, Groningen en Utrecht. In de negen andere gemeenten die tweeëneenhalf jaar geleden de mogelijkheid kregen te experimenteren met openingstijden, is er mondjesmaat of geen gebruik van gemaakt.

Dat blijkt uit een evaluatie van het experiment in de zogeheten deregulerings-gemeenten (D-gemeenten) door Research en Beleid. In Den Haag ging de deregulering het verst. Daar mochten de winkeliers zelf hun openingstijden bepalen, mits ze het maximum van 55 uur per week niet zouden overschrijden en de deuren op zondag dicht hielden. Vooral de kleine buurtwinkels voor levensmiddelen maakten van het aanbod gebruik. Die winkels kozen voor een verschuiving van later open in de ochtend naar langer open in de avond. In Arnhem, Almere, Groningen en Utrecht waar de beperking gold dat de winkels uiterlijk negen uur 's avonds dicht moesten, merken de ondernemers dat het publiek weinig behoefte heeft aan ruimere openingstijden.

Minister Andriessen van economische zaken heeft zich steeds een voorstander getoond van vrijere openingstijden. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten wil die in het hele land invoeren. Ook Albert Heijn maakt zich sterk voor vrijere openingstijden en het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel wil de discussie hierover heropenen. De dienstenbond FNV voelt daar niet voor.