Whitewater: gedrag Witte Huis meer omstreden dan affaire zelf

WASHINGTON, 7 MAART. Het is ironisch dat Bernard Nussbaum, de voormalige leermeester van de ambitieuze juriste Hillary Clinton in de Watergate-commissie in de Senaat in 1974, de juridische mijnen van de Whitewater-affaire niet heeft kunnen detecteren. Daardoor heeft hij zowel zijn voormalige protégée Hillary als president Bill Clinton grote politieke schade berokkend.

Nu dreigt zich het ene onderzoek op het andere te stapelen, zoals in Washington gebruikelijk is bij dergelijke zaken waar belangenconflicten aan de orde komen. De slagvaardigheid van het Witte Huis zal de komende maanden behoorlijk zijn aangetast.

Door de in de staf van de Watergate-commissie ontstane persoonlijke band tussen Hillary en Nussbaum heeft het ontslag zo lang op zich laten wachten. Al direct bij Nussbaums aantreden begonnen de blunders. Twee keer mislukte de benoeming van een minister van justitie. Na het ontslag van de medewerkers van het reisbureau van het Witte Huis liet Nussbaum de FBI verklaren dat zij een onderzoek naar die medewerkers instelden. Later is er nooit meer iets van dit onderzoek vernomen. Ook moest Clinton een door hem voorgedragen kandidaat voor de post van staatssecretaris voor burgerrechten terugtrekken.

Maar het meest flagrant waren de gedragsfouten bij de Whitewater-affaire. Het gedrag van het Witte Huis is nu meer omstreden dan het Whitewater-schandaal zelf. Het verbergen van feiten en materiaal voor justitiële autoriteiten wordt in het Amerikaanse rechtsstelsel zeer serieus genomen, soms bijna even serieus als de oorspronkelijke delicten, die werden verborgen. Zeker de onhandige pogingen van Nussbaum doen iedereen vermoeden dat er meer achter Whitewater steekt dan tot nog toe bekend is.

Sinds president Nixon in 1974 zijn minister van justitie naar aanleiding van het justitiële onderzoek in Watergate ontsloeg, zijn het Congres en de pers extra gevoelig voor belangenverstrengelingen tussen de uitvoerende en de rechterlijke takken van de overheid. Er zijn weinig landen waar de ethische gedragsregels voor overheidsfunctionarissen zo streng zijn als in Amerika. Er wordt dus in Washington veel onderzocht en men spreekt al gauw van een schandaal met het achtervoegsel “gate”. Dergelijke schandalen vormen een grote belemmering voor de bestuurlijke effectiviteit. Whitewater zal de koppen beheersen ten koste van de gezondheidszorg en de hervorming van de bijstand.

Wat tot nog toe van de Whitewater-affaire aan het licht is gekomen, heeft qua machtsmisbruik zeker niet het kaliber van de Watergate-zaak die Nixon tot aftreden dwong. Watergate ging om een door Nixon georganiseerde inbraak in het partijkantoor van de Democraten. De Whitewater-affaire gaat over de privébeleggingen van gouverneur Clinton en zijn vrouw.

Het speelde in de wilde jaren tachtig toen de overheid onder president Reagan bijna alle wettelijke beperkingen voor spaarbankbeleggingen ophief. Zo wilde Reagan de spaarbanken die niet meer concurrerend waren, nieuw leven inblazen. De daarop volgende wilde speculatie met spaarbanken heeft de Amerikaanse overheid die de spaardeposito's van gefailleerde spaarbanken garandeert, zeker honderd miljard dollar gekost.

James McDougal, voormalig staflid en vriend van gouverneur Clinton, kocht met geleend geld de Madison Guaranty spaarbank om met het geld van de spaarrekeningen in onroerend goed te gaan beleggen. McDougal wilde met het spaarbankgeld in een natuurgebied in Arkansas een complex vakantiewoningen beginnen onder de naam Whitewater. Beide echtelieden McDougal en Bill en Hillary Clinton waren partners in deze onderneming. Het is onduidelijk in hoeverre de McDougals de Clintons hebben vrijgehouden van grote investeringen in het partnerschap.

Bovendien gaf de spaarbank leningen voor het herverkiezingsfonds van gouverneur Clinton. De vraag is of die leningen zijn terugbetaald. Tegelijkertijd trad Hillary Clinton op als advokaat voor de Madison Guaranty spaarbank in zaken die voor de deelstaatregering van haar man werden gepresenteerd. Op zijn zachtst gezegd was hier sprake van belangenverstrengeling. In een klein deelstaatje als Arkansas, waar iedereen elkaar overal tegen komt, waren dergelijke dubbelrollen niet ongebruikelijk. De door Clinton benoemde toezichthouder van Arkansas zag de roekeloze investeringspraktijken van Madison Guaranty spaarbank door de vingers. Later greep de federale Resolution Trust Corporation die de brokstukken van de spaarbankschandalen moest opruimen, in en dat leidde tot het faillissement van Madison Guaranty.

Tijdens de presidentsverkiezingen kreeg Clinton te maken met vragen over Whitewater. De Resolution Trust Corporation verzocht het ministerie van justitie om een onderzoek naar het gemak waarmee Whitewater geld had kunnen lenen van de Madison Guaranty spaarbank. Het ministerie voelde toen weinig voor een dergelijk onderzoek dat door de betrokkenheid van de tegenkandidaat van president Bush politiek zeer beladen zou kunnen worden.

Na de verkiezing van Clinton tot president in 1992 kocht McDougal het belang van de Clintons uit. De advokaat van de Clintons was toen Vince Foster, tevens voormalig partner van Hillary, die na de verkiezingen haar ontslag had genomen. Diezelfde Foster werd vorig jaar benoemd tot Nussbaums tweede man. In juli 1993 werd hij dood in een Washingtons park gevonden met een pistool in de hand. De parkpolitie bepaalde na een onderzoek dat hij zelfmoord zou hebben gepleegd. De FBI werd pas laat bij het onderzoek betrokken.

In het Witte Huis kamde Nussbaum voor de FBI en de parkpolitie kwamen met een medewerkster van Hillary de papieren van Foster uit en lichtte hij de privé-dossiers van de Clintons uit het kabinet van Foster. Zo laadde Nussbaum de verdenking op zich dat hij iets te verbergen had. Onder de papieren bevond zich ook het Whitewater-dossier. Toen dit bekend werd, nam de opwinding in Washington toe. Ook rees de vraag wat een overheidsfunctionaris als Foster met Clintons particuliere papieren deed. In Amerika wordt er zwaar aan getild als een overheidsfunctionaris zich ook met privé-zaken bezighoudt.

In oktober vorig jaar vroeg de Resolution Trust Corporation weer om McDougal en Madison Guaranty aan een onderzoek te onderwerpen. Een functionaris van het ministerie van financiën, waaronder de Resolution Trust Corporation valt, had toen een ontmoeting met Nussbaum en zei hem dat de Clintons in de papieren werden genoemd maar geen voorwerp van onderzoek waren. Toen deze ontmoeting afgelopen donderdag bekend werd, moest Nussbaum ontslag nemen. Het wordt gezien als inmenging in een onafhankelijk justitieel onderzoek.

Afgelopen december werd bekend dat Nussbaum de Whitewater-dossier uit Fosters kantoor had gehaald. Toch treuzelden de Clintons met het vrijgeven van de papieren over Whitewater aan het ministerie van justitie. Vooral Hillary, die meer dan Bill bij Whitewater is betrokken, hield het vrijgeven tegen. Weinig stafleden durfden Hillary tegen te spreken. Achterdochtig geworden Congresleden eisten een onderzoek.

Na lang dralen en veel aandringen kwam het Witte Huis met de papieren over de brug. Daarna duurde het nog weken voor Clinton de minister van justitie verzocht om de benoeming van een onafhankelijke aanklager, hetgeen op 12 januari gebeurde. In februari lichtte onderminister van financiën Robert Altman Nussbaum in over de stand van het onderzoek van de Resolution Trust Corporation in Madison Guaranty. Na hevige kritiek heeft Altman zich openlijk van het onderzoek in Madison Guaranty gedistantieerd.

President Clinton hoopte telkens de Whitewater-zaak uit de publiciteit te houden maar door zijn geheimzinnigheid gebeurde het tegenovergestelde. Nussbaum heeft hem geen verstandig advies geboden. Er zijn nu in Washington en in Arkansas drie onderzoeken in de Clinton en Whitewater-affaire gaande. De Resolution Trust Corporation die valt onder het ministerie van financiën, onderzoekt Madison Guaranty. De onafhankelijke aanklager onderzoekt de betrokkenheid van Clintons bij Whitewater, de zelfmoord van Foster en het eventuele verbergen van materiaal voor de justitiële autoriteiten. In Arkansas onderzoekt een speciale Grand Jury of Whitewater en de Clintons een rechtzaak waard zijn. Misschien zal het Congres in dit verkiezingsjaar tot een onderzoek worden bewogen.

Tot nog toe ging Whitewater nauwelijks ten koste van Clintons populariteit die sinds het aantrekken van de economie is gestegen. De kiezers kennen Clinton, die op betrouwbaarheid nooit hoog heeft gescoord. Maar dagvaardingen voor zijn medewerkers om voor een Grand Jury te getuigen zullen hem geen goed doen. Clinton hoopt door de benoeming van een onbesproken en bekende opvolger van Nussbaum een nieuwe toon te zetten in het Witte Huis en daarbuiten. Daar is het rijkelijk laat voor.

Tot overmaat van ramp wordt de onderminister van justitie en Hillary's vroegere partner, Webster Hubbell, door zijn voormalige werkgever onderzocht wegens te hoge rekeningen aan cliënten en misbruik van declaratiegeld in het verleden. En ten slotte hoopt Hillary's onhandige broer, Hugh Rodham, zijn kandidatuur voor een senaatszetel in Florida op haar naam te kunnen bouwen. De Clintons hadden afgelopen weekeinde dus alle reden om uit te puffen in het presidentiële zomerverblijf Camp David.