Stille melodie van licht en donker in nieuwe kerk

Gebouw: Bijlmerkerk De Nieuwe Stad. Gulden Kruis 11. Amsterdam Zuidoost. Architect: Architektenburo L. Lafour en R. Wijk. Opdrachtgever: de Evangelische Broedergemeente Amsterdam, de Evangelisch Lutherse Gemeente, de Gereformeerde Kerk Bijlmermeer, de Nederlands Hervormde Gemeente Bijlmermeer, de Rooms Katholieke Parochie De Graankorrel. Uitvoering: 1993.

Dat de architect Lucien Lafour een liefhebber is van de muziek van John Coltrane, Thelonius Monk en Charles Mingus is aan zijn gebouwen te zien. En niet alleen te zien, maar ook te horen. Zijn elegante dakranden bekronen composities van ruimte en licht die meer zintuigen beroeren dan alleen het oog. Daarom is 'gebouw' eigenlijk een te zwaar woord voor zijn creaties.

In Amsterdam Zuidoost, dat de onverschrokkenen onder ons gewoon Bijlmermeer blijven noemen, is het kerkcentrum De Nieuwe Stad van de hand van Lafour (1942) van het Amsterdamse bureau Lafour en Wijk verrezen. Hij componeerde het eerbiedwekkend onderkomen voor, en ook een beetje samen met vijf kerkgenootschappen. Nadat de onder een autobaan weggefrommelde gereformeerde kerk in de buurt van Ganzenhoef was gesloopt in een actie tegen de algehele verloedering van deze buurt, moesten niet alleen de gereformeerden hun heil zoeken in scholen en noodlokalen, maar ook de hervormden en de katholieken die in de gereformeerde ruimte onder de rijweg gastvrijheid genoten. Religieuze dolenden in de Bijlmermeer waren ook de Evangelische Broedergemeente Amsterdam en de Evangelische Lutherse Gemeente en in een gebaar van hartverwarmende oecumene sloegen de vijf groeperingen de handen ineen met als resultaat De Nieuwe Stad, in naam verwijzend naar Nieuw Jeruzalem.

Als de leerstelling “een huis is een kleine stad en een stad een groot huis” van de vijftiende eeuwse architect en humanist Leon Battista Alberti, voor één huis geldig is, dan is het voor dit kerkcentrum dat dus ook in architectonisch opzicht een symbolische naam draagt. De L-vormige diensten- en vergadervleugel en de twee kerkruimtes die samen een halve maan vormen, liggen rond een binnenplein dat natuurlijk bovenlicht ontvangt uit een ovale overdekking. Hier bevindt zich het centrum van de nieuwe stad waar de straten op uitkomen en waaraan ook het kleine portaal grenst dat toegang geeft tot de twee kerkzalen en de consistoriekamers.

De ontworpen stemming op het binnenpleintje is lichtvoetig, bijna vrolijk. Er staan gekleurde stoeltjes en tafeltjes, er is een bar, en aan de rand van het plein - aangegeven door kolommen en een natuurstenen vloerband - staan banken die inventief zijn opgebouwd uit een verwarmingsradiator met een gelakte plank erop. Alleen het kerkenportaal in de kom van de halve maan en recht tegenover de bar heeft donkere, warme tinten gekregen en verraadt zo, samen met zorgvuldig gedetailleerde, met blank hout betimmerde deuren die in een sierlijke omlijsting zijn gevat, dat hier de drempel wordt overschreden naar de kostbaarste zalen van de nieuwe stad.

De twee hoge kerkruimtes - een voor tweehonderd en een voor driehonderd bezoekers - zijn fragmenten van een betonnen schoepenrad dat in de buitencirkel voor indirect licht zorgt. Tussen de waaiervormige bladen valt het daglicht door smalle, gevelhoge ramen naar binnen en de stoelenrijen staan haaks op de stralen van de cirkel opgesteld zodat de bezinning van de bezoekers niet wordt verstoord door een regelrecht uitzicht naar buiten. Ook omdat de religieuze parafernalia tot het allerminimaalste zijn beperkt - het altaar is een kale, lichthouten tafel met gebogen zijpanelen, de preekstoel niet meer dan een in dezelfde stijl ontworpen katheder - is er vrijwel niets dat de concentratie op de ruimte, op de stille melodie van licht en donker verbreekt.

De buitengevel van het onopgesmukte ensemble is opgetrokken uit baksteen van een kleur die duidelijk de voorkeur van Lafour geniet, een mooi, gebroken geel dat hij ook voor zijn woningbouw heeft gebruikt en hier in verrassende overeenstemming is met de sprieterige, winters getooide, wanordelijke begroeiing op het terrein aan het Guldenkruispad. De stijgende en dalende koperen dakrand benadrukt het ingetogen, maar melodieuze profiel van De Nieuwe Stad en roept de strakke paviljoen-architectuur van Alvar Aalto in herinnering.

Voor nog geen vier miljoen gulden is de Bijlmermeer een begerenswaardig bijou rijker geworden, dat straks door een cirkelvormige, een meter vijfentwintig hoge haag van een mengsel van botanische rozen en witte, lichtgele en gele bloemen zal worden omringd (tuinontwerp Urban van Aar). Het is te hopen dat de bloemencirkel zodanig zal worden samengesteld dat De Nieuwe Stad gedurende alle seizoenen door een helder bloeiend aureool is omgeven. Niet omdat het zo'n verheven of heilig gebouw zou zijn - het tegendeel is waar - maar om het gemakkelijk te kunnen vinden. Want ook als u niet aangesloten bent bij de Evangelische Broedergemeente Amsterdam, de Evangelische Lutherse Gemeente, de Gereformeerde Kerk Bijlmermeer, de Nederlandse Hervormde Gemeente Bijlmermeer of de Rooms Katholieke Parochie De Graankorrel, moet u deze nieuwe creatie van Lucien Lafour beslist eens gaan bekijken.

    • Max van Rooy