Schaatsers kijken toe bij stoelendans van coaches

Pag.17 PORTRET KROOK

DEN HAAG, 7 MAART. Na het schaatsen komt het praten. En vooral over de trainerscarrousel. Nu het einde van de langebaan-kalender nadert, staat de schaatsbond de komende weken voor een aantal ingrijpende beslissingen van structurele en technische aard. Er moeten zes sectiebesturen worden gekozen aan het hoofd van elke tak. Vervolgens dienen er bij de hardrijders drie nieuwe kernploegcoaches te worden aangesteld. Krook (mannen allround) en Gemser (vrouwen allround) willen stoppen in hun huidige functie. Wopke de Vegt (sprinters) zal de consequenties moeten aanvaarden van de slechte prestaties en krijgt te horen dat zijn contract niet wordt verlengd.

Bij het opvullen van de vacatures mogen ook de schaatsers hun zegje doen in die zin dat zij tijdens de jaarlijkse evaluatiegespekken met het bondsbestuur hun visie mogen geven op de toekomst. Bart Veldkamp zal op 21 maart namens de mannen een belangrijke bijdrage leveren aan de discussie. De stayer, die tot zijn eigen verbazing komend weekeinde ten koste van Falko Zandstra deelneemt aan het wereldkampioenschap allround in Gothenburg, broedt momenteel op een plan voor een nieuwe opzet in de begeleidingssfeer. Veldkamp vindt dat zowel de mannen als de vrouwen vier tot vijf vakgroeptrainers tot hun beschikking moeten krijgen, zodat de individuele begeleiding en de specialisatie per afstand beter wordt verzorgd. Boven het trainerskorps, dat wegens de kosten voornamelijk uit parttime-coaches zal bestaan, functioneert een technisch directeur. Dat kan bijvoorbeeld Ab Krook zijn.

“De KNSB zou absoluut gestoord zijn als ze een man met zoveel know how laten vertrekken”, vindt Veldkamp. “Voor Henk Gemser hetzelfde laken een pak. Wie er nu precies in die trainersstaf worden gekozen, maakt in feite niet zoveel uit. Je krijgt voor de korte, middellange afstanden en de lange afstanden een aparte coach. Zij kunnen onderling eventueel rouleren. Mannen en vrouwen zouden per discipline samen op trainingskamp kunnen.”

De komende weken wil Bart Veldkamp benutten om zijn voorstel uit te werken met de rijders. Over de kans van slagen is hij echter niet erg optimistisch. “Officieel heet het misschien dat wij betrokken worden bij de besluitvorming, maar de praktijk is meestal anders. Die evaluatiegesprekken gaan doorgaans uitsluitend over het afgelopen seizoen. Wij mogen hoogstens achteraf iets zeggen over de nieuwe coach. Terwijl de rijders toch met die man moeten werken. Ik heb gehoord dat er al besluiten zijn gevallen over de vacatures. Dat zou ik kwalijk vinden.”

Jan Kleine, voorzitter van de zieltogende Begeleidings Commissie Kernploegen, het college dat aan het einde van het seizoen wordt opgedoekt, zweert trouwens dat er nog geen namen zijn gevallen. “Ik heb er wel mijn gedachten over. Maar ik zal met het andere BCK-lid, Jan Charisius, deze week rond de tafel gaan zitten om het een en ander op een rijtje te zetten. Voorlopig heeft het aanstellen van de conditietrainer (ook Arie Koops zet een punt achter zijn werkzaamheden, red.) de hoogste prioriteit. Tenslotte moeten de rijders met hem in de zomer werken.”

De BCK doet een voordacht aan het dagelijks bestuur van de KNSB. Dat zal zijn uiteindelijke besluit over de nieuwe coaches moeten afstemmen met het nieuwe sectiebestuur hardrijden. Met de vorming van dat college wil het nog niet erg vlotten. Officieel zouden op 28 maart de namen van de negen bestuurders bekend worden gemaakt. Aangezien een aantal van de acht gewesten, die de leden van het sectiebestuur kiezen, nogal traag is geweest met de kandidaatstelling, bestaat de kans dat de 'inauguratie' naar een latere datum wordt verschoven. Dat zou ook de aanstelling van de nieuwe coaches kunnen vertragen. Penningmeester Arie Griffioen van de schaatsbond: “In de eerste helft van april moeten we de complete trainersstaf rond hebben. Nee, de kandidaten zullen niet uit het buitenland komen. Nu we aan het begin van een nieuwe olympiade staan, is er tijd om coaches uit de gewesten het voordeel van de twijfel te gunnen.” Wat dat betreft lijkt het bestuur op een lijn te liggen met de BCK. Jan Kleine: “Er zijn tien kunstijsbanen in Nederland. Het moet wel al te gek lopen, als daar geen bekwame coach voor de kernploeg rondlopen. Ab Krook heeft zich bovendien bereid verklaard zijn opvolger in te werken.”

Veel rijders en rijdsters maakten het afgelopen weekeinde tijdens de nationale kampioenschappen in Den Haag duidelijk, dat zij niet zondermeer met iedere coach die de KNSB aanstelt in zee zullen gaan. Er is dus veel zorgvuldigheid geboden voor de bond. Tot nog toe lijkt daarvan nog geen sprake. Henk Gemser werd tot tweemaal toe in het voorbij lopen door Jan Charisius gevraagd of hij “door wil gaan volgend seizoen”. De ervaren schaatscoach, die de vrouwen iets dichter terugbracht bij de wereldtop, heeft een groot aantal grieven ten aanzien van het topsportklimaat binnen bond en antwoordde dan ook met een resoluut “nee”. Maar wie de Fries goed kent, weet dat hij met bloedend hart afscheid neemt. De rijdsters van de kernploeg hebben de hoop dat Gemser aanblijft al opgegeven. Gewestelijke trainster Sijtje van der Lende staat hoog genoteerd om hem op te volgen.

Ab Krook is slim en hult zich in nevelen als er naar zijn toekomst wordt gevraagd. Hij heeft aanbiedingen op zak uit Duitsland en Japan. Maar sportief gezien is hij in Nederland beter af. Krook wacht dan ook rustig op de ontwikkelingen bij de KNSB. Dat geldt ook voor sprinttrainer Wopke de Vegt. Maar hij bevindt zich in een geheel andere positie. Uit het “informele circuit” heeft de leraar economie vernomen dat de bond met hem niet meer verder wil. Verbitterd komt hij tot de conclusie dat je in Nederland “binnen twee jaar een wereldkampioen moet leveren om je als schaatscoach te handhaven”. De Vegt wijst vervolgens op de grote sprintnaties Japan en Amerika. “Daar zie je dat de rijders pas op oudere leeftijd gaan presteren. Dan weten ze pas goed om te gaan met hun coördinatief vermogen. Maar die tijd word je bij ons niet gegund.” De Vegt gaat zich inlezen op zijn vakgebied economie om zo snel mogelijk weer als leraar aan de slag te kunnen.

    • Erik Oudshoorn