Roemenië; Extremisten (nog) buitenspel

Roemenië is, althans voor even, verlost van het spookbeeld van een intocht van nationalistische extremisten in de regering. Een langverwachte wijziging van het kabinet van premier Nicolae Vacaroiu bleef gisteren beperkt tot de vervanging van vier ministers - niet echter door leden van de drie extremistische partijen in het parlement, zoals algemeen gevreesd, maar door technocraten of leden van de regerende sociaal-democratische PSDR.

Vacaroiu leidt een minderheidskabinet van partijloze technocraten en leden van de nomenklatoera-partij PSDR. Hij is voor het overleven van zijn kabinet afhankelijk van de steun, in het parlement, van drie extremistische partijen: de PUNR (Partij van Roemeense Nationale Eenheid), de PRM (Groot-Roemenië-Partij) en de PSM (Socialistische Partij van de Arbeid), die bij de laatste parlementsverkiezingen respectievelijk 7,7, 3,9 en 3 procent van de stemmen kregen. In deze drie partijen hebben de hypernationalisten en de orthodoxe communisten een thuis gevonden.

Sinds enkele maanden al eisen deze partijen, en dan vooral de PUNR van Gheorghe Funar, de radicaal anti-Hongaarse burgemeester van de stad Cluj, zetels in de regering op. Als ze die zetels niet zouden krijgen, zo dreigden ze, zouden ze de regering hun steun in het parlement onthouden.

Dat dreigement - chantage is een passender woord - heeft enkele maanden lang als een zwaard van Damocles boven Vacaroiu en zijn ploeg gehangen. Enerzijds voelden de sociaal-democraten niets voor opname van de extremisten in de regering, die er niet voor terugschrokken PSDR-leider Adrian Nastase openlijk voor “spion” uit te maken. Een coalitie met de extremisten immers zou de politieke polarisatie in Roemenië, die toch al verlammend werkt, nog aanzienlijk opdrijven, de Hongaarse minderheid direct radicaliseren en het gevaar van etnische botsingen als die in Trgu Mures in 1990 sterk vergroten. Het buitenland - en buitenlandse investeerders - zouden geen enkel begrip kunnen opbrengen voor een coalitie met doorgewinterde Hongarenhaters als Funar en Corneliu Vadim Tudor van de PRM, met Ceausescu's hofdichter Paunescu of met volgelingen van Ilie Verdet, die nog premier is geweest onder Ceausescu en die de communistische PSM leidt. De drie extremistische partijen zijn het onderling op een aantal punten niet eens, maar hebben met elkaar gemeen dat ze nationaal-communistisch, fel anti-Westers en tegen economische hervormingen zijn.

Anderzijds waren de alternatieven voor de PSDR al evenmin aantrekkelijk: het ene alternatief bestond uit een regeringscrisis, gevolgd door verkiezingen waarvan de PSDR zelf weinig goeds te verwachten zou hebben, het andere bestond uit een coalitie met de democratische oppositie, aangevoerd door de Democratische Conventie van Roemenië (CDR) en de Democratische Partij - Front van Nationale Redding (PD - FSN) van Petre Roman. En dat alternatief zou niet alleen concessies op het gebied van de onder het bewind van de sociaal-democraten aanzienlijk vertraagde hervormingen maar - erger nog voor de PSDR - ook machtsdeling inhouden.

De afgelopen weken heeft PSDR-leider Adrian Nastase met de democratische oppositie gesproken over de mogelijkheden van een coalitie, waarmee de extremisten de pas kon worden afgesneden. Die gesprekken leverden echter niets op, zelfs niet toen de machtige vakbonden zich ermee gingen bemoeien. De bonden, voorstanders van een brede coalitie van de sociaal-democraten en de democratische oppositie, zetten vorige week een staking op touw waaraan naar eigen zeggen driekwart miljoen werknemers deelnamen. Die staking was in eerste instantie bedoeld om loonsverhogingen af te dwingen, maar diende tevens om de politieke druk op de PSDR te vergroten.

Het overleg met de democratische oppositie liep echter spaak en niets leek een deelname van de extremisten aan een regeringscoalitie nog in de weg te staan tot de PSDR vorige week op de valreep uit het dilemma werd gered door Petre Roman, de leider van de Democratische Partij. Beide partijen werden het vorige week eens over een “moratorium” en een “politiek pact” dat neerkomt op “een nieuwe formule voor de steun in het parlement” voor de regering.

Wat dit pact precies inhoudt - en of het neerkomt op een vorm van desertie van de Democratische Partij uit de gelederen van de democratische oppositie en aldus op een aanzienlijke verzwakking van die oppositie - is nog niet geheel duidelijk. Evenmin is duidelijk of het akkoord voorziet in politieke of economische koerswijzigingen van de regering. In elk geval heeft het “pact” het Vacaroiu voorlopig mogelijk gemaakt de intocht van extremisten in zijn kabinet te verhinderen. Gisteren werden vier ministers vervangen, onder wie die van defensie en binnenlandse zaken, beiden generaals die plaats maakten plaats voor burgers. Maar de vier vervangers behoren, tot opluchting van velen, niet tot een van de extremistische partijen. “Deze wijzigingen geven de regering adem en illustreren Roemenië's aanpassing aan Westeuropese maatstaven”, constateerde president Iliescu. Het klonk heel opgelucht.

    • Peter Michielsen