Ritman eert mysticus en medische 'ketter' Paracelsus

Tentoonstelling 'Paracelsus in de Bibliotheca Philosophica Hermetica'. T/m 4 april. Bloemstraat 15, Amsterdam. Ma t/m vr 9-12u30, 13u30-17u. Inl 020-6258079. Catalogus ƒ 25,-.

De Luther van de geneeskunde noemden sommigen hem, een wegbereider van de wetenschappelijke revolutie, een hooggeleerde filosoof die Gods wijsheid op aarde verkondigde en ongeneeslijk zieken genas. Anderen veroordeelden hem als een kwakzalver, een tovenaar en charlatan die zijn denkbeelden op een onbegrijpelijke manier te boek stelde en op slinkse wijze inspeelde op de onwetendheid van mensen om hem heen. Potsierlijk klinkt zijn volle naam: Philippus Aureolus Theophrastus Bombastus von Hohenheim, de arts/ filosoof die in 1493 als zoon van een mijnarts in een klein Zwitsers plaatsje werd geboren, en die zich na het behalen van zijn doktersgraad aan de universiteit van Ferrara tooide met de naam Paracelsus.

Vorig jaar was het vijf eeuwen geleden dat Paracelsus werd geboren. Om dit feit te herdenken zijn tentoonstellingen en symposia georganiseerd in onder andere Basel, Heidelberg, Salzburg, Glasgow, en nu, een jaar te laat eigenlijk, ook in Amsterdam. In de Bibliotheca Philosophica Hermetica worden uit eigen bezit 85 handschriften en vroege drukken van Paracelsus en zeventiende-eeuwse navolgers tentoongesteld.

De bibliotheek is opgericht door J.R. Ritman, de uit zijn functie gezette directeur van het plastic serviesgoed producerende bedrijf De Ster dat vorig jaar in ernstige financiële problemen raakte. Ritman heeft jarenlang een groot deel van de inkomsten van De Ster uitgegeven aan zijn eigen verzamelingen Renaissance-kunst, oude handschriften en boeken. Naar het oordeel van de geldschieter van het bedrijf, de ING-bank gaf hij daaraan meer uit dan verantwoord was voor het bedrijf, en onthief hem van zijn functie. De Paracelsus-tentoonstelling van nu is de eerste die sinds de bekendmaking van Ritmans rode cijfers in de bibliotheek te zien is. De tentoonstelling is in overleg met Ritmans grootste schuldeiser, de ING-bank, georganiseerd en gaat vergezeld van een 'on-ritmanniaans' bescheiden catalogus.

Paracelsus (1493-1541) was een ruziemaker, die zo'n beetje alles verwierp wat er voor hem op het gebied van de geneeskunde, de alchemie en de natuurfilosofie gedacht, gezegd en geschreven was. De leer van Aristoteles, de temperamentenleer van Galenus, de medische geschriften van Avicenna: hij beschimpte ze en verbrandde de boeken van deze al tientallen eeuwen gerespecteerde auteurs op het marktplein in Bazel, waar hij toen doceerde.

Anders dan gevestigde medische wetenschappers meende Paracelsus dat vijf uitwendige krachten (entia) ziekten veroorzaakten. Ziekte was niet meer dan de verstoring van het evenwicht tussen de mens, de microkosmos, en de wereld om hem heen, de macrokosmos. Taak van de arts was om door middel van alchemistische therapie deze balans te herstellen.

Paracelsus' medische opvattingen raakten snel achterhaald. In 1542 publiceerde Vesalius zijn anatomische bevindingen en in 1628 ontdekte Harvey het bestaan van de bloedsomloop. Intussen sloegen Paracelsisten nog weleens de plank mis in hun diagnoses en faalden hun therapieën.

Paracelsus' mystieke ideeën hielden echter langer stand. Bekende wetenschapshistorici als Pagel, Debus en Webster toonden vrij recent aan dat het empirisch Paracelsisme in combinatie met het Hermetisme een gezaghebbende visie was in de zestiende en zventiende eeuw. Het was een alternatief voor het rationalisme van Aristoteles en de scholastieke methode van redeneren. De arts/alchemist zoals Paracelsus die voor zich zag, onderwierp met hulp van God de 'schatkist van de natuur' aan chemische analyse en ontfutselde haar haar ultiemste geheimen.

Onderzoek naar de natuur stond voor Paracelsus gelijk aan onderzoek naar God, de schepper van de wereld. Alleen wetenschappers die 'verlicht' waren en op waren gestegen naar een hoger niveau van spiritueel bewustzijn, konden dit onderzoek uitvoeren. Het was een gedachte die appeleerde aan allen die zich tot magie, de kabballa, het Hermetisme, de gnostiek en de geheime leer van de Rozenkruisers voelden aangetrokken.

Deze inleiding op het werk van Paracelsus is nodig om iets van de Paracelsus-tentoonstelling in de Hermetische bibliotheek van Ritman te begrijpen. Want een publieksonvriendelijkere expositie dan deze ben ik nog nooit tegengekomen. Vijfentachtig boekomslagen en pagina's uit handschriften liggen zonder enige toelichting in vitrines. Begeleidende teksten over wie Paracelsus was, wat zijn denkbeelden inhielden en de cultuurhistorische context daarvan ontbreken op de tentoonstelling.

Bij binnenkomst stuit de bezoeker op Franse, Engelse, Latijnse, Nederlandse en (één) Arabische vertalingen van Paracelsus' werk, voornamelijk uit het eind van de zestiende en zeventiende eeuw. In vitrines verderop liggen bloemlezingen en werk van andere auteurs. Er is geen enkel werk uit de periode dat de Paracelsus leefde, en dat kan ook haast niet, want Paracelsus' werk werd pas na zijn dood populair. Maar waarom leggen de organisatoren dat niet uit in al is het maar een piepklein begeleidend tekstje? En waarom wordt er niet eens een poging gedaan om voor die plotselinge populariteit een verklaring te vinden?

Dàt er door heel Europa in de zestiende en zeventiende eeuw groepen vurige Paracelsus-adepten opstonden, moet de bezoeker opmaken uit zakelijke boekomslagen van bijvoorbeeld Oswald Crollius, Alexander von Suchten en Petrus Severinus, drie van de vurigste voorstanders van het Paracelsisme. Dat er dus ook zoiets als tegenstanders bestonden, wordt nergens gezegd. Waar is Thomas Erastus (1528-1578), onder wiens leiding de strijd werd aangebonden tegen de groeiende groep medische 'ketters'? Waar is anti-Paracelsist Libavius en waar Van Helmont, die een gematigde positie innam in het door heel Europa woekerende dispuut over de Paracelsistische kentheorie?

Ze ontbreken, denk ik, omdat de tentoonstelling helemaal niet bedoeld is om een objectief beeld te geven van de ideeën van Paracelsus, ook al wekt de onder redactie van bibliothecaris Carlos Gilly staande catalogus met z'n notenapparaat en literatuurlijst die indruk. De tentoonstelling en catalogus zijn in de eerste plaats bedoeld als apologie. Als apologie voor de overtuiging dat Paracelsus een wegbereider van de Rozenkruisers was, de sectarische broederschap die sinds de eerste vermelding in de bronnen in 1614 claimt geheime, uit de oudste oudheid overgeleverde wijsheid te bezitten. Paracelsus is hun profeet en Ritman zijn apostel.

Want Ritman gelooft in het bestaan van 'Vader Broeder Christian Rosenkreuz', de oervader van de broederschap, van wie het bestaan nooit bewezen is. Hij gelooft dat Paracelsus een wegbereider was van de latere broederschap, wat goed mogelijk is. En hij gelooft ook dat Paracelsus tot op de dag van vandaag zijn mystieke invloed uitoefent. “Daarom kunnen we ons vijfhonderd jaar na de geboorte van Theophrastus Paracelsus von Hohenheim gelukkig prijzen,” schrijft hij in de catalogus, “dat de grote kracht van het Licht en van de Genade die uit zijn werken spreekt, tot op de dag van vandaag werkzaam is. Paracelsus' boeken zijn geen dode letters, maar 'het levende woord en de levende daad, ontsprongen uit een godsvruchtig hart.' Het is waarschijnlijk om die reden dat zelfs zo'n simpel biografisch feit als het sterftejaar van Paracelsus op de tentoonstelling nergens staat neergeschreven. Een profeet gaat immers nooit dood.