Op de Wallen valt corpsherrie niet op

Half vier 's nachts lopen ze zwijgend naast elkaar. De een heeft bloed op zijn voorhoofd, de ander zijn mouw hangt uit het lood. Alle concentratie hebben ze nodig om vooruit te komen, de blik wezenloos op de straat gefixeerd. Dan begint de een te zingen en valt de ander in. Er is geen zweem van vrolijkheid meer over, alleen de plicht.

“Het geluid van die stemmen”, huivert een bewoonster van de Raamgracht. “Met dat geluid zeggen ze: de wereld is van ons, deze gracht bestaat pas sinds wij hier rondlopen.” Nu hebben de bewoners hun gracht weer terug: het Amsterdams Studenten Corps en de Amsterdamsche Vrouwelijke Studenten Vereniging hebben na bijna dertig jaar hun boeltje gepakt en staan klaar om met hun 2.600 leden te verhuizen naar de Warmoesstraat. Daar wordt de laatste hand gelegd aan de verbouwing van de voormalige drukkerij De Bussy. Acht miljoen gulden hebben de studenten op tafel gelegd voor aankoop en inrichting van het 3.5OO vierkante meters metende pand. In april gaat het open.

Studenten in een universiteitsstad willen zich verenigen, dat begrijpen de Amsterdammers wel - but not in my backyard. Op de ranglijst van favoriete buren bungelen studentenverenigingen onderaan, naast asielzoekerscentra, pensions voor daklozen en sekspaleizen. Misschien wel het meest ongewenst is het traditionele studentencorps met zijn vechtpartijen, het op rij plassen in de gracht en vooral het lawaai. “Niet te accepteren”, vindt buurvrouw Blom.

Nu is de Raamgracht weer een kort en kalm grachtje tussen de Kloveniersburgwal en het Waterlooplein. De lawaaiigste middenstander daar is de fietsenmaker die 's middags om kwart voor zes zijn brommer start en naar huis rijdt. Nee, dan de Warmoesstraat, dat is de slagader die bloed naar het nachtelijk hart van de stad pompt: de Wallen. Wat overlast betreft vallen de studenten er straks in het koor van mannen die tot vroeg in de ochtend op luidruchtige wijze betaalde liefde zoeken. “Die straat kan het er wel bij hebben, was misschien de redenering”, denkt Blom.

Zij raadt de bewoners van de Warmoesstraat aan meteen contact te zoeken met de nieuwe buren: ze zijn voor rede vatbaar. Zeker sinds de Hinderwet zo'n twee jaar geleden van toepassing werd op de sociëteit, is er heel wat verbeterd op de Raamgracht. Op de stoep staat een 'fluisterwacht' uit het corps die elke naar buiten tredende student 'sst' toesist. En dat daarmee niet te spotten valt, merkte een jolig corpslid dat ruim een jaar geleden na een paar vergeefse 'sst's ' door de fluisterwacht werd afgetuigd en met een zware hersenschudding in het ziekenhuis belandde.

“We kenden de verhalen”, zegt Barbara Westra, voorzitter van de bewonersvereniging het Blaauwlakenblok aan de Warmoesstraat en straks de naaste buurvrouw van de studenten. Toen ze najaar '91 hoorden wie de nieuwe buurman zou worden, hebben ze meteen hun advocaat erop afgestuurd. Alles ligt inmiddels bij contract vast: het aantal decibellen dat wordt getolereerd, het aantal afzuigkappen, de nooduitgangen. Functioneert de fluisterwacht niet afdoende, dan zal het corps een betaalde portier in dienst moeten nemen. Het gebouw is een thermoskan, zegt Ad de Jong, oud-bestuurslid van de bewonersvereniging. “Binnenin is het lawaai, daaromheen gewikkeld zitten de kantoren en de bijruimten.”

Westra heeft er vertrouwen in dat alles in goede banen wordt geleid. Mocht dat niet zo zijn, waarschuwt De Jong, dan zal de buurt niet zo lijdzaam toezien als op de Raamgracht. “Hier wonen wat hardere types.” De ex-krakers van het Blaauwlakenblok hebben net na taaie onderhandelingen met de gemeente een schappelijke huur afgedwongen in hun opgeknapte huizen. “Als wij een week lang overlast hebben en we bellen daarover en vergaderen, dan moet het de volgende week niet weer mis zijn. We gaan niet nog een week telefoneren en praten.”

    • Bas Blokker