Nederlandse auteurs schieten wortel in Russisch bewustzijn

Katja Ljoebarova is een van de meest vooraanstaande Russische vertalers van Nederlandstalige literatuur. Volgens haar is er iets in de Nederlandse cultuur en volksaard dat Russen aantrekt, ook de kleintjes: zo is Annie M.G Schmidt er een groot succes.

Al ruim vijftien jaar houdt Katja Ljoebarova (36) zich bezig met het vertalen van literatuur uit het Nederlands. Onlangs verbleef ze twee maanden in het Vertalershuis in Amsterdam. Van haar hand verschenen vertalingen van onder meer Hugo Claus - op wie zij ook promoveerde -, Belcampo, Carmiggelt, Vandeloo en Keuls. Nog steeds wordt het Nederlands in Rusland gewoonlijk ingedeeld bij de categorie 'zeldzame talen'. Een passende benaming, want, zo vertelt Ljoebarova, nog altijd is een van de meest gehoorde reacties wanneer ze haar beroep noemt: “Is Nederlands dan een aparte taal?”

Afgelopen september vond er in Moskou een conferentie plaats over het vertalen en publiceren van Nederlandstalige literatuur in Rusland. De organisatoren van de conferentie - het Nederlandse Literaire Produktie- en Vertalingenfonds, de Nederlandse Taalunie en het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - waren aangenaam verrast door de belangstelling die er, vooral van de zijde van de nieuwe, onafhankelijke uitgeverijen, voor Nederlandse literatuur bleek te bestaan.

Toch is er voor de Nederlandse en Vlaamse literatuur, en voor de vertalers daarvan, de laatste tijd nogal wat veranderd. Vroeger móest er om de zoveel tijd een Nederlands boek vertaald worden; of het ook verkocht werd, maakte niemand iets uit. Tegenwoordig moeten uitgeverijen zichzelf bedruipen en zijn ze dus huiverig voor onbekende namen. Boeken als Het meisje met het rode haar en Pastorale 1943 hebben hun tijd gehad op de Russische markt, maar hun plaats wordt niet automatisch ingenomen door ander Nederlandstalig werk. Uitgevers willen wel, maar durven niet. Iedere uitgave moet bevochten worden, en wel door de vertalers zelf. “Vroeger waren vertalers vazallen, gebonden aan één staatsuitgeverij. Ze vertaalden wat ze door de planners kregen toegewezen. Nu kun je als vertaler zelf je uitgevers kiezen, maar je bent daarbij ook literair agent. Russische uitgeverijen moeten we zien te bepraten tot Nederlandstalige auteurs, met buitenlandse uitgeverijen onderhandelen we over de auteursrechten en subsidies. We hebben dus wel meer manoeuvreerruimte, maar het is erg vermoeiend.”

Vertalers van Nederlandse literatuur moeten sterk in hun schoenen staan. “Op onmiddellijk resultaat of persoonlijke roem hoef je niet te rekenen. Je moet erop voorbereid zijn dat het boek volkomen onopgemerkt voorbijgaat.” Ljoebarova blijft echter hopen op een echte ontdekking van de Nederlandse literatuur in Rusland, zoals een jaar of tien geleden het geval was met de Latijnsamerikaanse. Ze acht zoiets helemaal niet uitgesloten, want volgens haar is er iets in de Nederlandse cultuur en volksaard dat Russen aantrekt. “De combinatie van rationalisme en anarchisme, die zo typerend is voor Nederlanders en waar jullie schrijvers het veel over hebben, kennen wij ook, maar dan in omgekeerde vorm. Bij jullie domineert de ratio, het anarchisme zit in de diepte. Bij ons liggen anarchie en irrationaliteit aan de oppervlakte, maar van binnen heeft de Rus een groot verlangen naar orde en redelijkheid.”

De aantrekkingskracht is wederkerig, Rusland laat het Nederlandse gemoed ook niet onberoerd. Ondanks de verschillende vormen van onderdrukking is Rusland voor Nederlanders door de geschiedenis heen een land van onbegrensde mogelijkheden. “Ruimte, uitgestrektheid, is iets wat je bij ons lijfelijk ervaart. Een Nederlander moet elke stap die hij doet goed uitkienen, anders stoot hij op een muur, een hek of een hoek. Hij is gedwongen concreet te zijn en houdt ook van die concreetheid die het ruimtegebrek met zich meebrengt. Maar tegelijkertijd wil hij uitbreken. Kijk maar naar al die kanalen in Nederland, die verglijden in de eindeloosheid.”

Kinderen voelen die verwantschap intuïtief aan. Zo verklaart Ljoebarova het grote succes dat Annie M.G. Schmidt momenteel bij kleine Russen heeft. Heksen en zo kwam in juli vorig jaar in een voor Rusland bescheiden oplage van 50.000 uit. Graadmeter voor de snel stijgende populariteit van het boek is de prijs. Bij zijn verschijning was het heel goedkoop - vierhonderd roebel -, in september werd er al twaalfhonderd, vijftienhonderd en zelfs achttienhonderd roebel voor neergeteld. Bedragen dus, zegt Ljoebarova, die ook opgebracht worden door de Westerse erotische thriller.

Hugo Claus, die Ljoebarova als een van de grootste Nederlandstalige schrijvers beschouwt, valt deze eer nog niet te beurt. “In de zomer zag ik in een piepklein provinciestadje mijn vertaling van De verwondering in de boekhandel liggen. Mijn blijde verrastheid maakte plaats voor pijnlijke getroffenheid toen ik de prijs zag: slechts elf roebel, een bedrag van het soort dat in Rusland al jaren geleden is afgeschaft. Enige troost putte ik uit het prijskaartje aan Nabokov: drie roebel.”

Voor een eventuele doorbraak van de Nederlandstalige literatuur is de factor kwantiteit van groot belang. “Nederlandse auteurs moeten wortel schieten in het bewustzijn van het Russische publiek, en dat kan alleen als er heel veel vertaald wordt.”

Maar waar haal je kwantiteit vandaan als er maar een handjevol vertalers met Nederlands bezig is? Op de Universiteit van Moskou, waar Ljoebarova binnenkort in functie treedt als docent Nederlandse literatuur, begint elke vier, vijf jaar een groepje studenten met Nederlands als hoofdvak. Toen Ljoebarova zelf afstudeerde, telde haar groep zes studenten; de huidige groep heeft er maar twee. Van de weinig doctorandi wordt bovendien lang niet iedereen literair vertaler; de meesten kiezen voor lucratiever werk, zoals die jaargenoot van Ljoebarova die hoofdredacteur van de Russische Cosmopolitan werd.

Maar Ljoebarova, die Nederlandstalige literatuur als haar lotbestemming ziet, heeft nog andere wegen om die literatuur aan de grote en kleine man te brengen. Als redacteur van een Moskous opinieblad schrijft ze regelmatig artikelen over onze auteurs, en de kleintjes bereikt ze door het experiment 'Cultuur via taal', dat door de Vriendschapsvereniging Nederland-USSR op een Moskouse school werd georganiseerd. Met de USSR is ook de Vriendschapsvereniging opgeheven, maar het experiment drijft voort op het enthousiasme van enkelingen. Een groep Russische kinderen van circa tien jaar leert Nederlands aan de hand van Jip en Janneke. Echte leermiddelen zijn er niet en de kinderen kunnen hun kennis nergens in de praktijk brengen. Sinds kort corresponderen ze tot grote wederzijdse vreugde met een Belgische school. Ljoebarova zoekt nu al enige tijd vruchteloos naar een Nederlandse school die daar ook wat in ziet: “Schrijf dat vooral in uw krant.”

    • Helen Saelman