Ministers voor joods vertrek uit Hebron

JERUZALEM/ KAIRO, 7 MAART. Een groeiend aantal Israelische ministers toont zich sinds het bloedbad in Hebron voorstander van het verwijderen van de 400 militante kolonisten uit het centrum van die stad, die zich daar temidden van 80.000 Palestijnen ophouden. Premier Yitzhak Rabin, wiens stem veruit het zwaarst weegt, heeft zich nog niet over deze specifieke zaak geuit, hoewel hij zich in het algemeen tegen ontmanteling van joodse neerzettingen in bezet gebied heeft gekant.

Bijna de helft van de 16 ministers bepleitte gisteren ontruiming van de joodse aanwezigheid in Hebron tijdens de wekelijkse kabinetszitting, aldus minister van toerisme Uzi Baram. Een dergelijke eis werd zaterdagavond ook door enkele tienduizenden Israelische betogers, zowel joden als Arabieren, tijdens een demonstratie door de beweging Vrede Nu in Tel Aviv verwoord. De ministers onderstreepten overigens daarbij te worden gedreven door veiligheidsoverwegingen - er werd zelfs gesproken van een veiligheidsnachtmerrie - en niet te reageren op druk van de zijde van de Palestijnse Bevrijdings Organisatie (PLO). Rabin weigerde echter de zaak in stemming te brengen.

Wel besloot het kabinet dat voortaan opruiing ten laste zal worden gelegd aan mensen die het bloedbad in de moskee in Hebron waarbij een kolonist tien dagen geleden tientallen Palestijnen doodschoot, prijzen. Daarop staat verscheidene jaren gevangenisstraf. De staatsradio en -televisie mogen niet langer vraaggesprekken met extremistische kolonisten uitzenden. De dader van het bloedbad, Baruch Goldstein, en zijn moord zijn door medekolonisten verheerlijkt.

PLO-leider Yasser Arafat onderstreepte vannacht in de Egyptische hoofdstad Kairo dat de PLO de onderhandelingen met Israel over tenuitvoerlegging van het principe-akkoord van september niet zal hervatten voor de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties het eens is geworden over een resolutie over het bloedbad in Hebron waarin gewag wordt gemaakt van een internationale bescherming voor de Palestijnen in bezet gebied en ontwapening van de kolonisten in Hebron. De Veiligheidsraad is al tien dagen met deze resolutie bezig.

De leden van de raad zijn het wel eens over een krachtige veroordeling van de moordpartij - zoals ook door Arafat geëist - maar ze blijven verdeeld over een verwijzing naar Jeruzalem als bezet gebied (waartegen de VS en Israel zich met kracht verzetten) en over de kwestie van de internationale bescherming. Israel en de VS zijn akkoord met een ongewapende, civiele buitenlandse aanwezigheid in bezet gebied, maar Arafat eist een gewapende buitenlandse macht. PLO-onderhandelaar Nabil Sha'ath zei gisteren na bezoeken aan Washington, Londen en Oslo dat Groot-Brittannië en Noorwegen bereid zijn deel te nemen aan een “internationale aanwezigheid”. De Britse minister van buitenlandse zaken, Douglas Hurd, zei later echter dat Londen alleen ongewapende, civiele waarnemers wil sturen. (Reuter, AP, AFP)