Michael Moore

The Persons: Live during Wartime (Ramboy # 03), Michael Moore Quartet: Négligé (Ramboy # 04), Clusone 3 (Ramboy #05). Distributie: BVHAAST

Rietblazer Michael Moore is zo produktief dat hij maar een eigen label begonnen is: Ramboy. De jongste drie uitgaven hebben cellist Ernst Reijseger als constante factor maar verder zijn er grote verschillen. Op Live during Wartime, op naam van The Persons, worden met o.a. twee gitaristen de uiterwaarden van de jazz verkend: traditionele muziek uit Java, space-rock, middernachtballaden, atonale pop en 'mystery music'. Wie zich erbij verveelt, moet nodig naar de dokter.

Op Négligé van Moore's Quartet met op piano Alex Maguire is de sfeer jazzier, al moet men daarbij niet aan bebop denken. Het repertoire is merendeels licht en speels, en rijk aan pianissimi en stiltes, zaken die in de 'echte' jazz juist uitermate schaars zijn. Moderne kamermuziek met improvisatie, dat is misschien de beste omschrijving.

Opnieuw bespeelt Michael Vatcher het slagwerk; beheerst en kleurrijk. Even kleurrijk maar wat minder subtiel is collega Han Bennink op I am an Indian van het Clusone Trio, de meest 'spontane' van de drie cd's. Het openingsstuk Wigwam is van Moore, vervolgens zijn afwisselend groepsimprovisaties en composities van anderen te horen, zoals het titelstuk van Broadway songsmith Irving Berlin, gelardeerd met 'Siouxgehuil' van Bennink.

In andere stukken tracht Reijseger de show te stelen maar dat is niet eenvoudig omdat hij zijn krachten moet verdelen. Hij speelt 'walking bass' als het ritme dat vraagt, strijkt waar nodig een mooie melodie en legt zijn cello soms horizontaal om er een 'slaggitaar' van te maken. Michael Moore hoort glimlachend toe en grijpt de kans om te schitteren als die zich aandient. In Ellingtons Angelica bijvoorbeeld voor een hemelse solo op basklarinet en in The Song is ended voor een laconieke lezing op altsaxofoon.

Deze week speelt het trio Clusone, net terug van een toernee door West Afrika, in Eindhoven, Utrecht en Leeuwarden.