Losse jeugdherinneringen van twee aangespoelde heren; Vrolijk en ingetogen cabaret

Voorstelling: Andermans eiland, door Diederik van Vleuten en Arie van der Wulp. Decor en licht: Jan Boiten. Regie: Justus van Oel en Maarten Wansink. Gezien: 4/3 in De Purmaryn, Purmerend.

Het meubilair oogt aangespoeld, en hetzelfde geldt voor de twee heren die zich in deze ruimte ophouden. Ze zijn kennelijk vrienden, maar of ze hier op vrijwillige basis verblijven, is niet duidelijk. En de vraag is ook of ze tot in de eeuwigheid tot elkaar veroordeeld zijn. Ze lijken, kortom, wel twee Beckett-mannetjes.

In werkelijkheid fungeerden Diederik van Vleuten en Arie van der Wulp, voordat ze Andermans eiland maakten, alletwee echter als begeleider van een succesvolle cabaretgroep. Van Vleuten werkte bij Zak & As en Van der Wulp bij Dubbel & Dwars. Hun optreden is dan ook voornamelijk om te lachen. De scènes die ze spelen, zijn cabaretnummertjes. Maar niet op de traditionele manier: het zijn losse invallen zonder kop of staart, korte fragmenten die opeens opkomen en ook abrupt weer stoppen. Nergens zetten ze echt de tanden in.

Hoewel er geen vaste rolverdeling is, blijkt Van Vleuten van de twee de droogkomiek te zijn met de surrealistische, Kamagurkeske betoogtrant. Hij kan bovendien heel goed imiteren: een Veronica-stem die een reis naar het Midden-Oosten aanprijst, de piepstem van Chriet Titulaer, de autoriteit van Rinus Michels, de Rijksgenoot die over de warmte vertelt. Van der Wulp is meestal de bescheiden aangever. Samen spelen ze hun eigen en elkanders jeugdherinneringen en samen zingen ze, als rustpunt, een paar liedjes in de weemoedige toonzetting van Jan Boerstoel. Het mooiste heet De Grote Oorlog en gaat over de Noordfranse autowegen die langs de grote begraafplaatsen voeren.

Flarden van stemmingen zijn het, beurtelings vrolijk en ingetogen, die toch een eenheid vormen. De ene associatie haalt de andere uit; alles past bij alles en niets valt uit de toon. Het is alsof het allemaal wordt gespeeld zoals het ooit bij elkaar is verzonnen, in diezelfde aanstekelijke sfeer van binnenpretgrapjes en ontsporende gesprekken. “Jij luistert niet, jij luistert niet,” zegt de één. “Ik hoor je wel,” antwoordt de ander.

    • Henk van Gelder