Huisarrest is 'niet tegen te houden'

ROTTERDAM, 7 MAART. Elektronisch huisarrest doet zijn intrede in Nederland. Nadat staatssecretaris Kosto van Justitie enkele jaren de boot heeft afgehouden, gaat in het ressort Leeuwarden nu dan toch een experiment van start waarin veroordeelden worden voorzien van een elektronische enkel- of polsband. Wanneer de drager zich te ver verwijdert van een in de woning aangebracht ontvangapparaat, gaat een alarm in een centrale meldkamer. Van daaruit wordt eerst geprobeerd telefonisch contact op te nemen. Lukt dit niet, dan treedt een van te voren opgesteld draaiboek in werking.

De oorsprong van deze methode moet worden gezocht in een curieuze combinatie van de stripheld Spiderman, de onderzoeker dr. Schwitzgebel van de Harvard Universiteit, en districtsrechter John Love uit Alburquerque in de staat New Mexico, de plaats die van oudsher geldt als symbool van doorsnee-Amerika.

Ergens in 1977 zag de magistraat een aflevering van Spiderman, waarin de stripheld door een boef werd voorzien van een elektronische armband om zijn doen en laten te kunnen volgen. De reactie van de rechter, die belangstelling had voor moderne elektronische beveiligingstechnieken, was dat deze methode in het belang van de wetshandhaving beter kon worden omgekeerd. Dat sloot mooi aan bij het prototype voor een telemetriesysteem dat dr. Ralph Schwitzgebel al tegen het eind van de jaren zestig in Harvard had ontwikkeld in het kader van een project voor psychologische experimenten. Hij maakte gebruik van draagbare zendertjes om de bewegingen van personen te volgen.

“Dr Schwitzgebel's machine” zoals de Harvard Law Review het trots noemde, was nadrukkelijk mede bedoeld als een “elektronisch reclasseringssysteem”. Niet alleen kunnen de autoriteiten met behulp van zo'n zendertje eventuele recidive beter ontdekken, het dragen van zo'n ding zal de betrokkene ook bepaald minder welkom maken als lid van een bende. Het mooiste was volgens dr. Schwitzgebel dat op afstand ook bepaalde indicatoren kunnen worden gemeten, zoals het alcohol- en drugsgehalte van het bloed of bepaalde hormomen. Dat zou het zelfs mogelijk maken tussenbeide te komen voordat het kwaad geschiedt.

Het zou overigens pas tot april 1983 duren voordat rechter Love in Alburquerque voor de eerste maal met de wet in de hand een elektronische band kon leggen om de enkel van een 30-jarige man die de afspraken bij zijn voorwaardelijke invrijheidsstelling niet was nagekomen. Sindsdien is elektronisch huisarrest in de VS aardig van de grond gekomen. In het midden van de jaren tachtig ging het nog om een handjevol experimenten, maar in november 1992 maakte de New York Times melding van 1.200 projecten met bij elkaar 45.000 cliënten.

Naar aanleiding van een experiment in Florida brak senator en oud-staatssecretaris van justitie J.F. Glastra van Loon (D'66) in 1985 al een lans voor elektronisch huisarrest als remedie tegen het cellentekort in Nederland. Het Eerste Kamerlid zit in de adviesraad van de particuliere stichting Oase (ontwikkeling alternatieve strafexperimenten), die een voorstel voor een enkelbandproject heeft uitgebracht.

De gedachte van elektronisch huisarrest werd in Nederland echter met terughoudendheid ontvangen. Een door de minister van justitie ingestelde commissie onder voorzitterschap van de Amsterdamse hoogleraar strafrecht T.M. Schalken adviseerde in 1989 tegen een experiment. Dat zou bedoeld of onbedoeld de verkeerde indruk wekken dat de 'basisvragen' die elektronisch huisarrest oproept, reeds zijn opgelost. Staatssecretaris Kosto van Justitie sloot zich bij dit oordeel aan.

Op een symposium dat naar aanleiding van het rapport-Schalken werd georganiseerd, bleek een meerderheid van de deelnemers er toch wel wat in te zien, met name de advocatuur, onder het motto dat alles beter is dan de gevangenis. De officiële commissie alternatieve sancties adviseerde echter tegen een experiment met elektronisch huisarrest, met name omdat dit het ontwikkelen van alternatieven in de weg zou staan. Opnieuw nam staatssecretaris Kosto deze conclusie over.

Wat waren dan die basisvragen? Op het eerste oog pleit er immers veel voor elektronisch huisarrest. Het is goedkoper, het bespaart schaarse celruimte, heeft minder criminogene bijwerkingen dan de gevangenis, vormt een alternatief voor mensen die om gezondheids- of andere redenen ongeschikt zijn voor de gevangenis en maakt tegelijk een straffer toezicht mogelijk dan het geval is bij de gemiddelde dienstverlening.

Toch is het te gemakkelijk om in navolging van Amerika te spreken van een “Do it yourself prison in the comfort of home”, al was het alleen omdat de belasting voor de huiselijke kring niet valt te onderschatten. Nog afgezien van de inbreuk op de privacy die het constante karakter van deze vorm van toezicht meebrengt.

Tot de keerzijde behoren verder de mogelijkheid van technische storingen, met alle bewijsproblemen van dien, en het gevaar van rechtsongelijkheid: iemand met een comfortabele woning (of een huis boven het café) is een stuk beter af dan iemand op een zolderkamertje. Belangrijke bezwaren waren ook de aanzuigende werking - de kans dat elektronisch huisarrest ook andere straffen dan celstraf gaat vervangen - en de algemene verharding van het strafklimaat. Of elektronisch huisarrest werkelijk kostenbesparend werkt, staat daarbij nog te bezien. In Amerika brengt het veel meer overtredingen aan het licht dan een reclasseringsambtenaar op het spoor komt, zei een medewerker van de Rand Corporation in 1992 tegen de New York Times: “het is heel, heel erg arbeidsintensief”. In Engeland werden voorstellen van de regering-Thatcher om elektronische controle in te voeren in 1988 weggehoond als niet meer dan een “politiek foefje”.

In Nederland gingen de bewindslieden van justitie medio vorig jaar om, toen zij het kabinet wisten te bewegen tot een uitbreidingsplan van tweeduizend gevangeniscellen. Dat gebeurde alleen onder voorwaarde dat er alles wordt gedaan aan alternatieven.

De reclassering, die aanvankelijk grote moeite had met de haar toebedachte rol van “sociaal cipier”, ging begin dit jaar om. “Het valt toch niet tegen te houden”, is de pragmatische verklaring op het reclasseringshoofdkwartier in Den Bosch.

Een noviteit voor Nederland is dat het directe elektronisch toezicht niet bij politie of gevangeniswezen berust, maar bij een particuliere meldkamer. Een opstapje naar een particuliere gevangenisindustrie?

    • F. Kuitenbrouwer