Hommage aan een strijder in lamme, Belgische tweestrijd

BRUGGE, 7 MAART. Wanneer hij voor de spiegel staat, in zijn glanzend zwarte, ruime broek, in zijn zwarte zijden blouse met daarover een hel geel vest, is hij prachtig. Wanneer de zwarte man daar in de kleedkamer staat en zijn dikke zwarte haar met een grove kam in model brengt, is hij schitterend. Hij draagt geen uniform. Daniel Amokachi is van een apart soort.

Hij is breed, maar niet groot, zo van dichtbij. Niet zo groot als hij in het veld leek. Niet zo sterk ook in werkelijkheid. Breekbaar zelfs. Niet zo'n krachtmens, zo snel, zo wild en zo dreigend als wanneer hij voor het vijandelijke doel opdook.

Hij kreeg geen kansen, hij maakte ze zelf, zonder ze te benutten. Hij was ongrijpbaar en onbegrijpelijk. Hij sprong verbazend hoog wanneer hij de bal wilde koppen. Maar nooit kopte hij zonder zijn brede borst en schouders te gebruiken. Daniel Amokachi was spectaculair.

Zonder Amokachi was de Belgische topwedstrijd Club Brugge - Anderlecht (0-0) minder spectaculair geweest. Zoals hij straalde en zwoegde, zo willen ze hem in Brugge. Dan houden ze van hun Nigeriaanse spits. Daarvoor komen ze massaal naar het Olympiastadion.

Aangrijpend waren de gevechten met zijn directe tegenstander Chidi Nwanu, wiens torso nauwelijks kleiner en smaller is. Nwanu was minder snel, hij sprong minder hoog, gebruikte minder zijn lichaam. Hij was minder aanwezig. Omdat hij verdediger is en Amokachi aanvaller. Hij had respect voor zijn landgenoot. Amokachi is pas 23 jaar, maar speelt al vier jaar topvoetbal. Nwanu is al 27 jaar, maar speelt pas sinds drie maanden aan de Belgische top. Het verschil in voetbalervaring liet zich gelden.

De tweestrijd was typerend voor het duel tussen koploper Anderlecht en nummer twee Club Brugge. De tweestrijd tussen een Brusselse verdediger en een Brugse aanvaller. De Belgische journalisten verontschuldigden zich bij hun Nederlandse collega's. Dit was het beste voetbal van België. Dit was Anderlecht, dat zijn koppositie verdedigde. Zich verdedigend als een degradatiekandidaat.

Verantwoordelijk was een Nederlandse trainer. Jan Boskamp, geprezen in België om zijn eerlijkheid, omdat hij recht door zee is. Hij werd een jaar geleden bij Anderlecht aangesteld als opvolger van zachtmoedige Luka Peruzovic, die zijn elftal te verdedigend liet spelen. Peruzovic was een 'seigneur', vertelt voorzitter Constant Vandenstock in de biografie 'Eén leven, twee carrières' van Hugo Camps. “Maar de voetbalwereld is hard.” Hij looft daarin Boskamp. “Onder Johan hervond Anderlecht zijn karakteristieke frisse aanvalsspel. De kampioenstitel 1993 kan door niemand worden betwist.”

Anderlecht speelt noch fris, noch aanvallend dezer dagen. De spelers hebben tegenslagen moeten incasseren. Hun beste man en voetballer van het jaar, Pär Zetterberg, is sinds een paar weken geblesseerd en zal dit seizoen niet meer spelen. De spelers hebben de discipline verloren, verkondigde Boskamp. Wedstrijden in de Champions League hebben veel krachten gesloopt. Boskamp schaamde zich wel een beetje voor de defensieve taktiek. Maar hij was ertoe gedwongen. En wie een voorsprong heeft (één punt), dient hem te verdedigen en hem niet uit te breiden.

Vandenstock zou zich zeker kunnen schamen. Begrip voor taktische vondsten is de bejaarde voorzitter weliswaar niet vreemd. Maar de ex-international, ex-trainer en ex-bondscoach vindt dat Anderlecht vooral frivool en artistiek moet spelen. Dat vraagt hij van zijn spelers, dat eist hij van zijn trainers. “Anderlecht staat niet alleen voor succes, de club staat ook voor een ziel, voor een eigen stijl, voor welbepaalde kwalificaties”, zegt hij in de biografie. Daarom moest ook Aad de Mos verdwijnen. Omdat hij “vooral als mens schromelijk tekort is geschoten”.

Anderlecht staat voor succes, omdat Vandenstock koopt wat hij kopen wil, omdat hij alle spelers koopt die bij zijn club passen, alle goede spelers van de concurrent. Vandenstock heeft weinig geduld. Anderlecht is het aan zijn stand verplicht kampioen te worden. Wie verzaakt, wordt vervangen. Dat weet Boskamp. Angst van de trainer is een slechte raadgever.

Zoveel geld, zoveel ambities, zoveel spelers. Club Brugge moet het wat met minder doen. De Westvlamingen moeten er harder voor werken. Hun trainer is Hugo Broos, eens een stoere, degelijke verdediger bij Anderlecht. En Brugge heeft gewerkt. Na een zwak seizoen, gesloopt door de wedstrijden in Champions League, en een zwak seizoenbegin heeft Club teruggevochten. Met Van der Elst, Staelens, Verheyen en Amokachi, stoere, hard werkende mensen.

Zoals Amokachi loopt, springt en werkt, dat is het sleeptouw dat Club nodig heeft. Dat is wat anders dan de gepolijste traptechniek van Nilis, het kunstzinnige inzicht van Degryse en de steriele bewegingen van Bosman bij Anderlecht. Zoals Amokachi in een luchtduel met Nwanu gewoonweg niet rechtstreeks op doel kopte, maar de bal op zijn borst nam om hem vervolgens in vogelvlucht onder de lat te kogelen. Dat was opportunisme èn opwindend. Doelman De Wilde redde, ook dat was spectaculair.

Nwanu had hem nog gevraagd Anderlecht een puntje te gunnen, vertelt Amokachi als hij zijn wapens heeft neergelegd. “Maar ik ga nooit voor één punt”, had hij geantwoord. Ze hadden veel met elkaar gepraat in het veld. Dat doe je als landgenoten, weet Amokachi, ook als je elkaars tegenstander bent. Maar ze hadden elkaar niet gespaard. “Ik wilde Nwanu de kans geven zich te bewijzen. Dat hij ook in het Nigeriaanse elftal thuis hoort.” Hij grijnst een beetje vals. Met zijn handen diep in de zakken van zijn ruime, zwarte broek. Hij is prachtig.

Even voor het einde van de wedstrijd was hij geblesseerd geraakt. Nwanu had hem op z'n enkel getroffen. Terwijl hij daar lag en verging van de pijn, viel Anderlecht aan. Even maar. Versavel schoot tegen de vallende keeper Verlinden en Crasson trof de bovenkant van de lat. Nwanu bezag het van afstand. Hij was bij Amokachi gebleven en had vergeefs de scheidsrechter gewenkt. Hier lag een speler geblesseerd, een Nigeriaan, een landgenoot, een aangeschoten tegenstander. Die heeft hulp nodig. Als eerbetoon aan een strijder.