'Het lijkt me heerlijk om als vrouw de zaal te bespelen'

Wie als man geboren is, kan zich meestal slecht voorstellen hoe het zou zijn om als vrouw door het leven te gaan. En omgekeerd. Annemarie Oster vroeg aan twaalf mannen uit verschillende beroepen en van verschillende leeftijden hoe zij zichzelf als vrouw zouden zien.

Als tweede Herman Krebbers.

“Het lijkt me fantastisch om een vrouw te zijn. Niet mijn eigen vrouw, Ans. Stel je voor, zesenveertig jaar getrouwd zijn met mezelf!

Ik zou zeker violiste zijn. Juist. In dit vak word je steeds weer geconfronteerd met jongedames die niet alleen fenomenaal viool spelen maar zich daarnaast ook op hun carrière werpen. Vrouwen kunnen veel langer doorgaan met de studie, hebben meer tijd om de boog van hun loopbaan te spannen, kunnen concerten aannemen die niet eens zo belangrijk zijn maar toch bijdragen tot die carrière. Het lijkt me heerlijk om niet steeds de zorg te hebben die je als man parten speelt. Als je de verantwoordelijkheid hebt voor een gezin, ben je al gauw geneigd bij een orkest te gaan, want dan weet je iedere maand waar je aan toe bent. Ze zeiden wel tegen me: je speelt zoveel als solist, waarom zit je dan bij het Concertgebouworkest? Maar dat kwam door die dodelijke angst. En als zo'n meisje er ook nog goed uit ziet. Je voelt het meteen als je in de zaal zit en er komt iemand op in een schitterende avondjurk, dan hoeft het publiek het eerste half uur helemaal niet te luisteren.

Aan de andere kant - ik ben een tweeling, dus ik spreek mezelf graag tegen - denk ik dat ik er op den duur misschien niet gelukkiger door zou zijn geworden. Het blijft toch een solitair bestaan. Dat valt me vooral op bij oudere vrouwelijke collega's. Vaak trouwen ze niet, krijgen geen kinderen en reizen de hele wereld rond. Laatst toen Ida Händel bij ons aan tafel zat, dacht ik: je bent toch eigenlijk verdomde zielig.

Maar goed, laten we er van uitgaan dat ik een mooie, jonge violiste was. Sophia Loren, daar zou ik op willen lijken als vrouw, maar ik zie haar niet direct met een viool. Mezelf kennende zou het heel gevaarlijk zijn als ik zo mooi was. Ik zou dat enorm uitbuiten. Behaagziek zijn. Het lijkt me verrukkelijk om op het podium te staan met een strapless jurk en dat je daar dan je viool tegen aan kunt houden, dus dat je niet gehinderd wordt door dat rotte rokkostuum. En dat je na afloop wordt afgehaald. Zoals die mooie zangeres, die, nadat ze prachtig had gezongen in het Concertgebouw, zich in een schitterende auto tegen een puissant rijke man vlijde. Ik dacht: jij zit aan alle kanten gebeiteld, jij hebt mooi gezongen en nu ga jij natuurlijk heerlijk met die man souperen. Vooral zangeressen zijn vaak omgeven door mannen met veel geld. Dat zou ik ook best willen en reken maar dat ik het me zou laten aanleunen. Als violiste dan. Zelf verdomd hard werken en veel geld verdienen is leuk, maar het lijkt me ook niet onaangenaam om je te laten verwennen. Meestal zijn het geen artiesten met wie zo'n vrouw verkeert maar zakenmensen. Dat zou me helemaal niet storen. Misschien zou ik met een dirigent zijn. Iedere dirigent is natuurlijk onmiddellijk gecharmeerd van een mooie vrouw.

Je kunt ook iemand treffen die zegt: allemaal goed en wel, maar je mag het podium niet meer op. Dat zouden ze mij als vrouw niet moeten flikken. Ook ben ik niet het type om een veel oudere man te hebben. Dat lijkt me een bezwaar en dat is ook gebleken, bijvoorbeeld bij Maria Callas. Die Menighini was dan wel haar manager, maar als attractieve vrouw in dit milieu sta je nu eenmaal bloot aan verleidingen. En we hebben aangenomen dat ik een schoonheid was, met heel lang donker haar op blote schouders en een Stradivarius. Die heb ik gekregen van die man met al dat geld, want dat is noodzakelijk voor mijn carrière. Een Guarneri mag ook.

Ik denk niet dat ik monogaam zou zijn. Nee, zeg, nee! Kijk, je bent met één facet getrouwd en dat is je instrument. Daar ga je dag en nacht mee om. Ik denk dat je er met dit soort leven niet aan ontkomt polygaam te zijn. Ik zou als vrouw verliefd kunnen worden op een Italiaanse ambassadeur, Marcello Mastroianni maar dan in het diplomaat. Of Fellini. Het moet wel iemand zijn met wie je kunt praten. Hij zou alle facetten van de liefde moeten kunnen beheersen. Alle technieken die ik me heb eigen gemaakt op de viool, zou hij als minnaar moeten beheersen. De techniek is de basis van het vioolspel, daar hoort natuurlijk het vibrato bij, de toon-, de stokvoering...

Het lijkt me heerlijk om als vrouw de zaal te bespelen, letterlijk en figuurlijk, het publiek om je vinger te winden. Want ik zou er niet alleen fantastisch uitzien, ik zou ook prachtig spelen. Ik zou willen bewijzen, zoals Ida Händel en Kyung-Whachung, dat ik die stukken waarvan ze altijd zeggen dat het typische mannenstukken zijn zoals de concerten van Brahms en Sybelius, als mooie vrouw met blote schouders net zo goed of nog beter speel. Ik zeg altijd: je moet spelen alsof je verliefd bent, je naakt uitkleden en je nergens voor schamen, je hele wezen op een presenteerblaadje aanbieden. Of je man of vrouw bent, maakt dan geen enkel verschil. Hoe dat als vrouw voelt, weet ik natuurlijk niet echt. Maar daar kom ik dan misschien in mijn tweede leven achter. Als ik nog lang doorga met dit gesprek, is er een kans dat ik me laat ombouwen. Dan stuur ik jou de rekening.''