Harm

Laatst was Jan even op de televisie. Hij had destijds gesproken bij de herdenking van Hans ter Laag, die was vermoord in El Salvador. Een paar seconden uit het archief. Als je hem zo zag staan, zo gezond... die mooie stem, die prachtige dictie... je zou zo weer verliefd op hem worden.

Harm is 46 en binnenhuisarchitect. Jan was zijn partner; ze leefden vijftien jaar samen. In juli 1987 bleek hij ongeneeslijk ziek te zijn, longkanker. Hij overleed zes maanden later, op 16 januari, 44 jaar oud.

Harm heeft hem thuis verzorgd. Soms met het gevoel van een klein jongetje dat veel te ernstige dingen moest doen. Soms met de radeloosheid onder zijn vingertoppen.

Wassen, verschonen, ontlasting, alles. Vierentwintig uur per dag in touw. “Maar”, zegt hij, “die tijd is ook heel waardevol geweest en Jan is gestorven zoals het hoort. Dat neemt het verdriet niet weg, maar maakt het wel draaglijk.”

Hij zegt: “Die zaterdag, ik denk dat het 's middags was, vroeg hij: mag ik nu gaan Harm? Dat ontroert me nog... Jan was een hele lieve man en tijdens zijn ziekte was hij nog almaar liever geworden... dat iemand die zoveel pijn heeft geleden, die zo gemarteld is en uitgeput... hij was helemaal weggeteerd, er was niets van hem over... dat iemand dan vraagt of hij mag gaan. Natuurlijk mag je nu gaan Jan.”

Die avond is hij doodgegaan, tegen half negen.