Grieken rouwen om dood van Mercouri

PAG.6: GRIEKSE JEANNE D'ARC

ATHENE, 7 MAART. Alle Griekse theaters bleven gisteren gesloten als teken van rouw om de dood van de Griekse minister van cultuur en actrice Melina Mercouri. Zij overleed gisteren, waarschijnlijk op 73-jarige leeftijd, in een ziekenhuis in New York waar ze werd behandeld voor longkanker.

Morgen wordt haar stoffelijk overschot naar Athene gevlogen, waar ze donderdag begraven wordt. Tot die tijd zullen alle vlaggen bij Griekse monumenten, zoals het Parthenon, halfstok hangen, heeft de Griekse socialistische premier Andreas Papandreou bekendgemaakt. “Griekenland rouwt om de dood van Melina”, verklaarde Papandreou, “een vrouw die vocht, een vrouw die een groot actrice was en een fantastisch persoon.”

Mercouri werd vooral bekend als de actrice die zich tegen het Griekse kolonelsregime verzette. Dat verzet kostte haar enige tijd haar Grieks staatsburgerschap.

Ze speelde haar rol als strijdster voor de Griekse vrijheid met verve. In de periode van de junta, 1967 tot 1974, heeft zij in de talloze landen die zij als ballinge bezocht ophef veroorzaakt. In een Bussumse studio bij voorbeeld, waar zij voor een omroepvereniging zou optreden met liederen van Theodorakis. Goedwillende experts hadden voor haar een klein orkestje georganiseerd, waarin ook enkele dames zaten die de mandoline bespeelden. Toen Mercouri dat zag begon zij te jammeren: “Dit lied gaat over doden in de grond, wachtend op klokgebeier. Dat kan niet met mandolines. Melina wil alleen met de piano” - net als De Gaulle sprak zij over zichzelf vaak in de derde persoon - en zij ging op de piano liggen.

Als minister van cultuur werd ze vooral bekend vanwege haar (vergeefse) strijd om de teruggave van Griekse beelden van het Parthenon, die door Lord Elgin in de negentiende eeuw naar Londen werden vervoerd. Na een periode van ministerschap van 1981 tot 1989 werd ze in oktober vorig jaar opnieuw onder Papandreou minister van cultuur.