Gelijke kansen, niet gelijk beloond

Met crackers in de ene en een boek in de andere hand, stommelen Mees (2) en Coen (4) de woonkamer binnen. Moeder Cathrien Ruoff heeft hen net opgehaald uit kinderdagverbijf Boomer. Vader Auke Bloembergen schenkt thee en yoki-drink. In het Haagse gezin zijn de taken verdeeld: Hij doet de was in de machine, zij vouwt de schone was. Hij doet het ontbijt, zij het avondeten. Boodschappen doen ze beurtelings en schoonmaken doet een 'werker'.

Beiden werken parttime: hij vier dagen per week als automatiseringsspecialist, zij drieëneenhalve dag als technologisch adviseur. Op woensdag en vrijdag is zij thuis voor de kinderen, op dinsdag hij. Dat ze beiden kunnen werken èn voor de kinderen zorgen, is volgens Auke Bloembergen “een gevolg van de emancipatie”. “Daardoor zijn er randvoorwaarden als crèches die aftrekbaar zijn van de belasting.”

Anno 1994 zijn werkende vrouwen met jonge kinderen en moederende vaders geen rariteit meer. Dat was 25 geleden wel anders, toen radicale feministes die zich Dolle Mina's noemden, vers getrouwde bruiden aanmoedigden vooral geen huisslaaf te worden. Vanaf de eeuwwisseling tot de jaren zestig was de participatie van vooral gehuwde vrouwen op de Nederlandse arbeidsmarkt laag. In 1960 kon slechts 23 procent van de vrouwen van 15 tot 65 jaar tot de beroepsbevolking worden gerekend. In 1992 was dit percentage verdubbeld. “Als de tweede feministische golf iets heeft bereikt, is het wel dat het geen discussiepunt meer is dat vrouwen mogen werken”, aldus Greetje den Ouden-Dekkers, voorzitter van de Emancipatieraad.

Gelijke kans op werk en onderwijs, waren twee belangrijke strijdpunten in de tweede feministische golf die eind jaren zestig begon te rollen. Dolle Mina's gingen ervoor de straat op en vanaf 1974 nam de overheid maatregelen om die kansen te bevorderen. In dat jaar werd de Emancipatiecommissie opgericht, de voorloper van de Emancipatieraad, die het kabinet moest adviseren over emancipatiebeleid. Diezelfde raad wordt over drie jaar opgeheven. Vandaag dient de Emancipatieraad zijn testament in bij staatssecretaris Wallage (sociale zaken).

“Het is prematuur de Emancipatieraad op te heffen want er is nog veel te doen”, aldus Den Ouden-Dekkers. Daarom stelt haar raad voor dat er een onafhankelijk expertisecentrum komt, dat de overheid wijst op leemtes in het emancipatiebeleid. Vandaag ook komt de Uitgebreide Kamercommissie voor het Emancipatiebeleid voor de laatste keer bijeen. De politiek lijkt het signaal te geven dat de emancipatie af is.

Dr. Hettie Pott-Buter, econoom aan de Universiteit van Amsterdam, laat een minachtend lachje horen. De tweede feministische golf mag er voor gezorgd hebben dat vrouwen met een betaalde baan worden geaccepteerd, Pott-Buter zet vraagtekens bij het soort werk. De meerderheid van de gehuwde vrouwen werkt in deeltijd. “Voordeel is dat werk en huishouden goed te combineren zijn, nadeel is dat deeltijdwerkers een zwakke rechtpositie hebben.” Ze wijst erop dat het vaak om 'baantjes' gaat: oproepcontracten en weekend- en avonddiensten.

De beloning van vrouwen en mannen die dezelfde arbeid verrichten, is meestal gelijk. Toch verdienen vrouwen over het algemeen minder dan mannen. Ze zijn vaak te vinden in zogenaamde vrouwenberoepen: ze verzorgen patiënten in het ziekenhuis, knippen haren of maken kantoren schoon. De beloning voor dit werk is relatief laag.

Uit onderzoek blijkt dan ook dat veel vrouwen in Nederland niet financieel zelfstandig zijn. Daarmee zien de feministes van de tweede golf één van hun belangrijkste eisen, economische zelfstandigheid, stranden. “Ons belasting- en sociale zekerheidsstelsel moet aangepast”, zegt Pott-Buter. Ze pleit voor een verlofregeling voor vaders met een betaalde baan - om hen te stimuleren voor de kinderen te zorgen.

Want vrouwen mogen de afgelopen 25 jaar massaal de arbeidsmarkt hebben betreden, mannen zijn niet massaal de helft van het huishouden gaan doen. Werkende vrouwen spenderen 16,4 uur per week aan huishoudelijke klussen, werkende mannen 8,4 uur. “Vooral lager opgeleide vrouwen doen relatief meer in het huishouden”, zegt prof.dr. Jacques Siegers, hoogleraar economie aan de Universiteit Utrecht. “Maar die werken ook vaker parttime.”

De herverdeling van 'zorgarbeid' is volgens Siegers één van de belangrijkste punten op de emancipatie-agenda. Hij is voorzitter van een vorig jaar door Sociale Zaken in het leven geroepen projectgroep die moet aangeven hoe onbetaalde arbeid verdeeld moet worden. Is de verdeling van huishoudelijke taken niet iets wat aan de keukentafel beslist wordt? Siegers: “Inderdaad beslissen mensen uiteindelijk zelf. Maar aan die keukentafel spelen allerlei factoren mee die je niet ziet, maar die je keuzes wel beïnvloeden zoals het tekort aan kinderopvang en het gebrek aan recht op deeltijdarbeid.”

In het Haagse gezin Ruoff-Bloembergen zijn de taken nu eerlijk verdeeld. Maar als er straks een derde kind komt, is Auke Bloembergen niet van plan meer te doen in het huishouden. “Ik heb geen zin in stofzuigen, planten watergeven en dingetjes gezellig neerleggen. En ik ga ook niet minder werken.” Cathrien Ruoff daarentegen zegt eventueel minder te gaan werken of te stoppen na de geboorte van het kind waarvan ze nu in verwachting is. “Dat idee had ik na de geboorte van Coen nog niet, maar ik ben er in de afgelopen vier jaar anders over gaan denken.”

Cathrien Ruoff is in dit opzicht illustratief voor vrouwen met kinderen en een baan buitenshuis. Na hun eerste kind blijft eenderde van de buitenshuis werkende vrouwen doorwerken. Maar na de tweede of derde baby verdwijnt 80 procent alsnog van de arbeidsmarkt. Hoe lager opgeleid en hoe minder interessant het werk, hoe eerder ze stoppen. “Emancipatie begint in de portemonnee”, zegt Auke Bloembergen. “Je moet een behoorlijke baan hebben en ongeveer evenveel verdienen. Als een vrouw minder verdient, winnen economische overwegingen het van goede voornemens.”

Niet iedereen is te spreken over de groei van het vrouwelijke arbeidsleger. Volgens het CDA-Tweede Kamerlid Hans Hillen stelt de vrouwenbeweging betaalde arbeid ten onrechte voor als toppunt van zelfverwerkelijking. “Alsof daar de emancipatie zit.” Volgens hem wordt er te veel nadruk gelegd op de “economisering van de samenleving”. “Vrouwen hebben de mannenwereld veroverd, maar hun eigen wereld blijft leeg achter.”

Toch is hij niet louter negatief over 25 jaar vrouwenemancipatie. “Jonge vrouwen maken op een andere manier hun schoolkeuze. Daardoor hebben ze een ruimere keuzemogelijkheid voor de rest van hun leven.” Dit is volgens hem niet in de eerste plaats te danken aan de overheid (“het overheidsbeleid is niet meer dan gekanaliseerd enthousiasme”), maar aan de vrouwenbeweging die hij overigens beschrijft als een “stuivende brigade” die nog altijd niets opheeft met mannenbemoeienis.

Inderdaad hebben meisjes hun achterstand in opleidingsniveau bijna weggewerkt. Maakten vrouwen in 1968 eenvijfde deel uit van de studentenpopulatie, nu vormen ze bijna de helft. Maar waar jongens voor een technische of economische richting kiezen, zijn veel meisjes te vinden bij Frans of culturele antropologie. “Pretvakken”, typeert socioloog drs. Jolanda Withuis. Meisjes zouden voor deze vakken kiezen omdat ze ervan uitgaan te trouwen, kinderen te krijgen en een baantje erbij te nemen. Jongens zouden studeren met het idee later kostwinnaar te worden. Niet dat Withuis mannelijke studenten beter vindt. “Bij bestuurskunde zie je van die 22-jarige etters die doctorandus zijn geworden en nog nooit een boek hebben gelezen.”

Het aantal meisjes op de universiteiten is gestegen, evenals de hoeveelheid vrouwen die buitenshuis werken. Mannen zijn vaker geneigd, als het meezit, een dag in de week voor de kinderen te zorgen. De pil zit in het ziekenfondspakket en abortus is gelegaliseerd. Het zijn deze resultaten van de tweede feministische golf die morgen, op Internationale Vrouwendag, gevierd mogen worden. Maar is de emancipatie af? Nee, luidt het unanieme oordeel van veel deskundigen. De emancipatie van Nederland is een golfbeweging. Zoals vandaag de Emancipatieraad zijn testament indient, wilde de Nederlandse Vereniging voor Vrouwenbelangen ooit zichzelf opheffen. De emancipatie was immers voltooid. Dat was eind jaren zestig.

    • Birgit Donker
    • Yaël Vinckx