Duitse metaal stelt werk boven inkomen

BONN, 7 MAART. De sociaal-economische geschiedenis van de Bondsrepubliek heeft er weer een hoofdstukje bij. In de spanning tussen de psychologisch-rituele verplichtingen jegens de leden en het acute risico van een alles meeslepende stakingsgolf is zaterdag nog net een CAO-akkoord voor de in grote structurele én conjuncturele nood verkerende Westduitse metaalindustrie bereikt. Wat beide partijen niet wilden - algemene stakingen tegen het decor van een economische recessie - was zó dichtbij gekomen dat het kon worden vermeden.

Dat lukte in een finale van 14 uur onderhandelen in het Kongresszentrum van Hannover, die aardig wat bood van de vereiste heroiek, die vanzelfsprekend - en ook dat heeft een mooie functie - in de media terugkeert. In media die, als het goed is, zelf ook weten dat zij op die gebied een spanningsverhogende en daarna een bliksemafleidende bijrol hebben. Nu geven zij dus zicht op mannen met vermoeid-kleine oogjes, de sfeer in de wandelgangen, spannende schorsingen, het touwtrekken voor de poort van de hel, de grote verantwoordelijkheden. Zicht op het jongensboek ook. De voorzitters trekken een vroom gezicht terwijl achter de hand hun voorlichters roepen: kijk maar eens, wij hebben gewonnen, zij hebben verloren en het land is daardoor nu gered. De knipoog over alle klassegrenzen heen, die zeker ook in het gesprek moet hebben gezeten, staat natuurlijk niet op de band.

Aan wat de IG Metall, die maandelijks een kleine 20.000 van haar nu nog 3,1 miljoen leden verliest, en de werkgeversorganisatie Gesamtmetall, die flink wat leden-bedrijven op de rand van het faillissement weet, tegenover elkaar aan drukmiddelen en argumenten hadden kunnen presenteren was ruim voldaan.

De leden van de IG Metall in het voorzichtig gekozen onderhandelingsdistrict Nedersaksen (dat niet zó geïndustrialiseerd is) hadden zich vorige week met overgrote meerderheid uitgesproken voor stakingen voor CAO-eisen (van 5 à 6 procent) waarvan de bondstop in feite wel wist dat ze niet haalbaar waren. Economisch niet en - gezien enqûetes waaruit blijkt dat 70 procent van de Duitse bevolking onder de huidige omstandigheden stakingen ongewenst acht - ook psychologisch niet. De werkgevers hoefden slechts aan de crisis in de sectoren metaal en staal en 400.000 banen die daar sinds 1991 verdwenen zijn te herinneren om duidelijk te maken dat een nieuwe CAO met minlijnen of op zijn best een 0-lijn weliswaar ongewoon maar toch vrij onontkoombaar was.

Een paar weken geleden, in een topgesprek in Darmstadt, had de spanning het vereiste niveau klaarblijkelijk nog niet bereikt. De voorbeelden van de CAO's in de chemie (2 procent over 15 maanden) en bij Volkswagen (4-daagse werkweek bij inkomensoffers én banengaranties) lagen er toen al wel, maar konden nog niet de rol spelen die zij in de nacht van 4 op 5 maart in Hannover vervulden. En dat zij daar een rol hebben gespeeld bleek bijvoorbeeld zaterdagmiddag al uit de prompte gelukwens van Hermann Rappe, voorzitter van de IG Chemie, met het bereikte resultaat. “Goed gedaan jochies, en zo deden wij dat twee maanden geleden al”, zo klonk zijn felicitatie (“geweldig”) ook enigszins.

Zoals een zekere hoeveelheid cynisme en regie in dit soort processen niet mag worden onderschat, mogen ook de wederzijdse belangen en de inzet en deskundigheid van de onderhandelaars niet worden miskend. Zeker dit keer niet, nu de metaalcao meer dan ooit ook elders doorwerkt en de voorrang van werk boven inkomen echte, tot nu toe ongekende offers vereist. Wat dat betreft mag Duitsland dankbaar zijn voor het bestaan van het onderhandelingskoppel Dieter Hundt (metaalwerkgevers) en Walter Riester, de nieuwe vice-voorzitter van de IG Metall. Dit duo onderhandelt al jaren in wat anders (doorgaans) het eerste CAO-district in de Duitse metaal is: Noord-Baden/Noord-Württemberg. Zij waren het die zaterdagmorgen vroeg tussenbeide kwamen in een gesprek onder vier ogen het akkoord alsnog in elkaar wisten te zetten.

Er er was afgelopen weekeinde nog iemand die een prijs verdiende. Namelijk Klaus Zwickel, de 54-jarige voorzitter van de IG Metall, die tien maanden geleden het roer van de bond in zijn handen geduwd kreeg toen zijn chef, Franz “zonnekoning” Steinkühler, was ontmaskerd als een beurspeculant die met vóórkennis had geopereerd. Zwickel, een grote zware man die onder de 56-jarige Steinkühler tevreden diende als deputy en CAO-kenner, mocht nu bij zijn eerste vuurproef helpen de toegeeflijkheid die de zo “plotseling” door het noodlot getroffen werkgevers de afgelopen jaren hebben vertoond te corrigeren. Want dat was nog een kenmerk van het CAO-dilemma in de Westduitse metaal: veel van de misère van vandaag was voor de metaalwerkgevers wel erg onverwacht gekomen, nu zij vorig jaar nog met circa zes procent plus akkoord gingen en dit jaar liefst naar tien procent minus hadden gewild.