Doodsbericht

Overlijdensadvertenties worden steeds levendiger. Daar zal het feit dat de gemiddelde leeftijd van de ondertekenaars steeds lager wordt debet aan zijn. Voor de cursieve regels put men niet meer uitsluitend uit het oeuvre van Toon Hermans, Nel Benschop en Ida Gerhardt. En ter bevrediging van menigeens morbide belangstelling wordt de doodsoorzaak steeds vaker vermeld. In navolging van buitenlandse kranten is ook al het eerste portret gesignaleerd. Allemaal vooruitgang.

Hoewel er op de hele pagina familieberichten minder doden te betreuren zijn dan op de bovenste helft van de voorpagina, is het leed dat in de tweekolommers gestopt wordt (afgezien van vertoonadvertenties van ook-heel-goed-bevrienden-hoor) aanzienlijk persoonlijker. Het zijn maar droeve berichten en het is logisch dat er dikwijls staat: 'We zullen je missen'; het gemis komt ook pas iets later.

Er is een recent fenomeen dat mij nu ook in Trouw is opgevallen, een krant waar ik het 't minst in had verwacht, en dat is de vermelding in de lijst van de treurende families van de reeds afgestorvenen, decent met een kruisje aangeduid. Maar de afgestorvenen zullen juist blij zijn! Geloven we, Trouw-lezers voorop, nou nog in het Eeuwige Leven of hoe zit dat?

Ik mag toch aannemen dat ook in het protestantse credo het geloof in het eeuwige leven wordt beleden, dus de overtuiging dat er na dit leven nog een altijddurend leven volgt. Dus moeten de reeds overledenen - zij die ons zijn voorgegaan - zich verheugen in de komst van hun familielid of vriend. Het wil me toch voorkomen dat het boven één grote, gezellige reünie is, waar men vrolijk een stoel aanschuift, een glas inschenkt en de nieuwkomer hartelijk verwelkomt.

En zelfs als de advertentie-opgevers niet in het eeuwige leven geloven maar wel in niks, kunnen ze dan niet inzien dat het weinig zinvol is om de namen van overledenen mee af te drukken? Het zal wel te doen zijn om de familieband tussen doden en levenden te beklemtonen en aan te geven dat uit het oog niet uit het hart is, maar mij komt het voor als een bizarre uiting van een geseculariseerde wereld.

    • Bart Makken