Dodelijke Ramadan in Algerije

ALGIERS, 7 MAART. Gewapende mannen die waren vermomd als studenten hebben zaterdag de directeur van de Academie voor Schone Kunsten in Algiers en zijn zoon doodgeschoten. Elders in de Algerijnse hoofdstad werd een televisie-journalist ernstig gewond bij een aanslag, de twaalfde op een journalist in Algerije sinds mei 1993. Daarbij zijn in totaal acht journalisten om het leven gekomen.

Ahmed Asselah (54), een schilder die bekend stond om zijn verzet tegen het moslim-fundamentalisme, stierf onmiddellijk bij de aan moslim-extremisten toegeschreven aanslag op het terrein van de kunstacademie. Zijn 22-jarige zoon Rabah, student aan de academie, werd dodelijk gewond, en stierf later in een ziekenhuis.

In Algerije vielen de afgelopen nog verscheidene doden in het kader van de moslim-extremistische oorlog tegen het gezag. Onder anderen een legerkapitein, een gevangenbewaarder en een 17-jarig schoolmeisje vonden zo de dood. Volgens een Algerijnse krant werd in een incident in de omgeving van Algiers 12 militairen de keel afgesneden. De autoriteiten ontkennen dit bericht.

Sinds het begin van de islamitische vastenmaand Ramadan, drie weken geleden, zijn nu bijna 200 burgers, militairen, politiemannen en moslim-extremisten om het leven gekomen bij politiek geweld, tegen 70 vorig jaar tijdens de Ramadan. Het aantal vermoorde burgers is zelfs vijfmaal zo hoog als vorig jaar.

Tevens hebben de extremisten in verscheidene grote woongebieden een waar pamfletten-offensief gelanceerd. Zo is de bevolking in een pamflet gemaand ten minste één “jihad-actie” uit te voeren tijdens de Ramadan, “al is het maar het doorsnijden van een band van een autobus van het openbaar vervoer”. Voorts is opgeroepen tot aanvallen op radio- en televisiejournalisten en ook op journalisten van kranten die “vijandig staan tegenover de islam en moslims”.

De pers op haar beurt heeft de noodklok geluid. De onafhankelijke, Franstalige krant Al-Watan bijvoorbeeld wees erop dat in het gebied van Blida, een moslim-extremistisch bolwerk ten zuiden van Algiers waar ook de veiligheidsdiensten massaal aanwezig zijn, “het terrorisme de wet uitmaakt, en vermoordt wie het wil, waar het wil, wanneer het wil”. De links-onafhankelijke krant Le Matin sprak van “genocide tegen de intellectuelen en de journalisten”.

Volgens verscheidene kranten heeft de intensivering van het geweld te maken met de aarzelende dialoog tussen facties binnen het bewind en binnen de fundamentalistische oppositie. Aan beide zijden, aldus plaatselijke waarnemers, heeft die dialoog de tegenstellingen tussen voor- en tegenstanders van een politiek vergelijk aanzienlijk verscherpt. (Reuter, AP, AFP)