De AOW affaire

DE GOLF VAN verhoogde opwinding die over de AOW is ontstaan, is voer voor massapsychologen. Zodra een onderwerp tot een 'affaire' uitgroeit, kan het mis gaan. De Bolderkar, de clown van Oude Pekela, de potjes Olvarit en dan nu de AOW. Het begint met een onderschatting van het probleem en op een golf van nationale emoties krijgt het onderwerp vervolgens een onbeheersbare dynamiek. Het crisismanagement mislukt, de ruimte voor redelijke oplossingen vernauwt zich en uiteindelijk staan de verantwoordelijken voor een situatie waarin iedere uitweg gezichtsverlies of een nederlaag oplevert.

De AOW-kwestie is uitgegroeid tot het strijdpunt van dit verkiezingsseizoen. Vergeten zijn de ruzies over de WAO van de afgelopen jaren of de voorgestelde bevriezing van ambtenarensalarissen en overige uitkeringen in de komende kabinetsperiode. De verkiezingen spitsen zich toe op de onzekere financiële toekomst van de bejaarden. In vergrijzende samenlevingen is dat een gevoelig onderwerp: twee miljoen bejaarden en een onbekend aantal van hun directe familieleden voelen zich aangesproken. Het politiek handboek vermeldt dat pensioenen nooit tot onderwerp van een verkiezingscampagne gemaakt moeten worden. Hoewel de grote partijen allemaal weinig feestelijks voor uitkeringsgerechtigden in petto hebben, gleed het CDA - roekeloos marcherend over het gladde ijs - met een smak onderuit.

Politieke blunders worden vaak toegeschreven aan een ongelukkige presentatie. Maar dan heeft het venijn al toegeslagen en leiden pogingen tot crisisbeheersing slechts tot grotere verwarring. Zo ook het CDA en de AOW. Na de nederlaag bij de gemeenteraadsverkiezingen kwam het AOW-standpunt openlijk onder vuur te liggen. De lokale afdelingen roerden zich, de partijleiding zocht haastig naar een nieuwe formulering van hetzelfde standpunt. Maar inmiddels had de publiciteit zich van het onderwerp meester gemaakt en toonden vluchtige enquêtes aan dat niemand spontaan antwoordt dat zijn bejaarde ouders door de politiek 'in de kou gezet' mogen worden.

DE AOW, de schepping van Suurhoff uit 1957, verkeert op termijn onmiskenbaar in moeilijkheden. Aangezien sprake is van een omslagstelsel waarbij de jonge generatie betaalt voor de oudere, nemen de lasten door vergrijzing toe. De AOW is gekoppeld aan het sociale minimum en de vraag van wel of niet bevriezing wordt geregeld in de Wet Koppeling met Afwijkingsmogelijkheid. Deze WKA is een compromis van de overlegeconomie dat de koppeling van uitkeringen en lonen afhankelijk maakt van de verhouding tussen werkende premiebetalers en niet-werkende uitkeringsontvangers. Zelfs in de meest optimistische berekeningen voor de komende vier jaar beweegt deze verhouding zich ongunstig en technisch gesproken is koppeling dus nagenoeg uitgesloten. Alle politieke bezweringen die nu worden gebezigd ten spijt.

Een andere vraag is of voor de bijstand, voor uitkeringen die aan de arbeidsmarkt zijn gerelateerd, en voor de AOW dezelfde criteria moeten gelden. Het CDA zoekt verzachting door extra geld beschikbaar te stellen voor schrijnende gevallen. Trouwens, ook als de AOW van bevriezing wordt uitgezonderd, blijft de AOW achter bij de loonontwikkeling, heeft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid vorig jaar al eens uitgezocht. De VVD heeft dit tot haar schrik gemerkt bij de doorrekening van haar voorstel om de AOW-koppeling in stand te houden. Bij de VVD dreigen AOW'ers er zelfs iets meer op achteruit te gaan dan bij het CDA.

TOCH HEEFT het CDA door politieke onhandigheid alle gram op zich weten te richten. Dit verlevendigt de verkiezingscampagnes en het toont de nieuwe macht van de ouderenbonden. Maar in alle partijprogramma's staan de betaalbaarheid van de AOW en pensioenen ter discussie. Daar rustig over nadenken valt niet mee twee maanden vóór de verkiezingen. De liefde en eerbied voor grijze haren zitten in de emotionele centrifuge, en het CDA tolt mee.