Chinese politie houdt opnieuw dissident aan

PEKING, 7 MAART. De Chinese politie heeft gisteren opnieuw een vooraanstaande dissident opgepakt. Het is Zhai Weimin, een van de leiders van de studentenopstand in 1989.

Zhai (23), die in september vrijkwam na drieëneenhalf jaar gevangenschap wegens “contrarevolutionaire propaganda en opruiing”, werd op straat aangehouden door vier mannen, vermoedelijk leden van de Chinese veiligheidsdienst, zo liet een vriend van de activist weten.

De Chinese politie heeft de afgelopen dagen meer dan tien dissidenten aangehouden, onder wie de bekende mensenrechtenactivist Wei Jingsheng. Wei werd zaterdag, na dertig uur te hebben vastgezeten, weer vrijgelaten. Zijn secretaris, Tong Yi, zei dat Wei gisteren Peking had verlaten om elders onderdak te zoeken. Onduidelijk is of de dissident door de regering is gedwongen de hoofdstad te verlaten of dat dit op eigen initiatief is gebeurd. Ook Wei, die een centrale rol speelde in de muurkrantenbeweging van 1978-'79, werd in september, na bijna vijftien jaar gevangenisstraf, vrijgelaten toen China meedong naar het organiseren van de Olympische Spelen in het jaar 2000. Behalve Wei werd de afgelopen week ook de dissident Qian Yumin drie dagen vastgehouden.

Vrijdag komt de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher, in China aan voor een kort bezoek. De bewindsman heeft de kwestie van de mensenrechten in China bovenaan de agenda gezet. Christopher zou volgens Westerse diplomaten in Peking een ontmoeting willen hebben met Wei Jingsheng. Peking lijkt alles in het werk te stellen om dat te voorkomen. De Verenigde Staten hebben verbetering van de mensenrechten in China als voorwaarde gesteld voor verlenging van de status van meest begunstigde handelsnatie (MFN) voor de Volksrepubliek. Die status, waarover president Clinton in juni moet beslissen, levert China een miljardenvoordeel op door lagere importtarieven in de VS; een derde van de Chinese export gaat naar de VS. Peking verwerpt de koppeling tussen handel en mensenrechten categorisch.

Intussen zijn er verschillende verklaringen van waarnemers in omloop voor de recente gebeurtenissen in China. Sommige diplomaten zien een tegenstelling tussen de duiven op het Chinese ministerie van buitenlandse zaken en de haviken in het veiligheidsapparaat. Begin vorige week werd de dissident Zheng Xuguang vrijgelaten en mochten Amerikaanse journalisten het afgelegen werkkamp Lingyuan in het noordoosten bezoeken. Het afgelopen weekeinde werd het bezoeksverbod voor de familie van dissident Liu Gang, die in Lingyuan gevangen zit, opgeheven. “We waren zeer verrast, ze waren zeer tolerant. Het was totaal anders als voorheen”, zei de broer van Liu vandaag. (De Amerikaanse journalisten mochten overigens niet met Liu Gang praten.)

Deze liberale ontwikkelingen zouden op initiatief van het ministerie van buitenlandse zaken tot stand zijn genomen om de Amerikaanse regering tegemoet te komen. Het Chinese veiligheidsapparaat zou tegen dergelijke stappen zijn en als reactie de arrestatiegolf in de tweede helft van vorige week hebben geëntameerd.

Een andere theorie is dat het Chinese leiderschap in grote verwarring is door de toenemende zwakte van de opperste leider in ruste, Deng Xiaoping. De 89-jarige Deng verscheen vorige maand nog in het openbaar, maar maakte een zeer zwakke indruk. Zijn opvolging lijkt niet te zijn geregeld en de tegengestelde signalen op het gebied van de mensenrechten zouden aangeven dat de huidige leiders aarzelen over de te volgen politieke koers. Volgende week begint de jaarlijkse zitting van het Volkscongres, het parlement, waarin maar één partij zitting heeft: de communistische, de enige die is toegestaan. Naar verwachting zal op het Volkscongres meer duidelijkheid komen over de huidige koers. (AFP, Reuter)