'Betrek lokale partijen bij de college-vorming'; Voorzittersduo wil PvdA 'maatschappelijk wortelen'

De PvdA zoekt na de verkiezingsnederlaag van woensdag nieuwe methoden om de burger te bereiken. De twee partijvoorzitters F. Rottenberg en R. Vreeman hebben een strategie ontwikkeld. “Het gaat niet om netwerken, dat heeft iets yuppenachtigs, maar om maatschappelijk wortelen.”

AMSTERDAM, 7 MAART. F. Rottenberg en R. Vreeman zijn net terug van een PvdA-bijeenkomst met campagneleiders en andere betrokkenen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Tijdens de vergadering in Utrecht zijn harde noten gekraakt over de nederlaag van de partij en de opkomst van extreem-rechts en lokale partijen. De conclusie in Utrecht luidde: de partij moet er alles aan doen haar aansluiting op de wijken en buurten terug te vinden, dient zich verre te houden van machtsvertoon bij de college-onderhandelingen, moet samenwerking met lokale partijen niet schuwen.

Over het eerste - de 'maatschappelijke worteling' van de partij - zullen Rottenberg en Vreeman binnenkort een nota uitbrengen. In die nota, grotendeels reeds voor de verkiezingen geschreven, kondigt het duo een nieuwe reorganisatie van de partij aan. Na de tweede grote electorale nederlaag van de PvdA in de gemeenten achten de voorzitters daarvoor de geesten rijp.

In een zestigtal stedelijke centra willen Rottenberg en Vreeman kennis, ervaring en menskracht bundelen. Ongeveer drie medewerkers per centrum helpen de lokale politici de sociale en economische problemen van de betreffende stad in kaart te brengen en vervolgens een 'strategie' te ontwikkelen voor aanpak van die problemen. Bovendien moeten de centra een 'knooppunt' vormen voor partijleiding, Tweede Kamerfractie en lokale politici. Parlementariërs houden nauw contact met die centra en organiseren regelmatig bijeenkomsten met vertegenwoordigers uit de samenleving. De centra voeden de partijleiding tijdig met informatie over onrust over maatregelen, zoals onlangs over de AOW.

Het gaat hier noch om een wanhoopsoperatie 'zieltjes winnen', noch om een nieuwe centralisatie van macht ten koste van de lokale partijafdelingen, verzekeren Rottenberg en Vreeman. De laatste betoogt: “De nota zal een verdere precisering zijn van het probleem dat we zagen toen we begonnen: in hoeverre bestaat de PvdA nog als partij die aansluiting heeft op wijken, opinieleiders, of bedrijven. Dat gaat verder dan het electorale belang.”

Rottenberg stelt: “Niemand kan zeggen dat we daarmee aan het centraliseren zijn. We willen mensen op lokaal niveau alleen maar aanmoedigen en de gelegenheid bieden zelf aan het werk te gaan. Zelf halen Ruud Vreeman en ik dit najaar honderd mensen uit bedrijven, buurt en opbouwwerk bij elkaar, die lang niet allemaal lid zijn van de partij, maar wel nodig zijn om een werkgelegenheidstrategie uit te zetten. Daarmee hebben een elite uit de praktijk bij elkaar, niet een elite van boven.”

Toch lijken de plannen van de partijleiding op zijn minst een reactie op het falen van de lokale afdelingen en raadsleden. Rottenberg vertelt: “In Duindorp in Den Haag gaat binnenkort het zwembad dicht, de bibliotheek dicht en de jongerensocieteit dicht. De klagers hebben er geen raadslid gezien de afgelopen jaren. Ik ben daar nu wel een aantal keren geweest. Met veel moeite gaat er misschien nu weer iets met de bibliotheek gebeuren.”

De centra moeten ook een uitvalsbasis bieden voor een (her-)ontdekkingstocht van wat CDA-ers het maatschappelijk middenveld zouden noemen, maar bij Rottenberg en Vreeman de 'haarvaten' van de stedelijke samenleving heten. Huurdercomité's, sportverenigingen, speeltuinverenigingen, de rotary, het zijn verbanden die de PvdA om ideologische of andere inmiddels niet meer ter zake doende redenen was gaan mijden, maar door Rottenberg en Vreeman tot object van “vriendelijke infiltratie” zijn uitgeroepen. Het gaat er daarbij niet om, zegt Rottenberg, ze als werktuigen van maatschappelijke verandering te annexeren, maar om zorgen te registeren en de verenigingsleden het gevoel te geven dat ze serieus worden genomen. “Het gaat niet om netwerken. Dat doet ontzettend Amerikaans aan, heeft iets yuppenachtigs. Ik zou het liever coalitie-bouwen willen noemen, maatschappelijk wortelen.”

Nu was zoiets al langer het streven. Het verlangen naar een ander type volksvertegenwoordiger, 'bruggenbouwers' noemde Rottenberg ze, klinkt eigenlijk al sinds het aantreden van de twee. Sommige namen van lokale politici die volgens Rottenberg en Vreeman aan dat profiel voldoen, zoals de Deventer wethouder J. Bugter, liggen bij de twee voorzitters al veel langer voor op de tong. Een onderzoek van de Leidse bestuurskundige W. Derksen (tevens actief in de PvdA) wees echter uit dat de politieke partijen, dus ook de PvdA, er onvoldoende in zijn geslaagd hun kandidatenlijsten met veel nieuwe gezichten te verrijken. “Het onderzoek van Derksen is te snel, niet diep genoeg en ontmoedigt ten onrechte het proces dat is ingezet”, reageert Rottenberg fel. “Ik kan allerlei voorbeelden van het tegendeel geven, zoals in Amsterdam en ten dele in Rotterdam.”

Beiden hameren op het grote belang van contact met maatschappelijke organisaties. Rottenberg overhandigt de tekst van zijn speech van die middag in Utrecht. “Hierin werp ik de volgende these op. lanceer ik een stelling”, zegt hij. “Wij vragen ons af of het waar is dat in steden en dorpen met een hoge organisatiegraad extreem rechts geen factor is. Ik kwam tot nu toe al zes steden tegen waarvoor die stelling opging: Dronten, stad met een sterk christelijk middenveld, geen CD. Egmond aan Zee, hoog ontwikkeld verenigingsleven, geen CD. Zo zijn er meer.”

Een recent bezoek van vice-voorzitter Vreeman aan Den Haag bevestigde die stelling ook. “Ik was vorige week zaterdag in de Schilderswijk”, vertelt Vreeman. “De maandag daarna was in Den Haag Zuid-West, met zijn grote monotone flatwijken. Daar wonen veel mensen die uit die oude wijken afkomstig zijn maar wat sociale stijging hebben meegemaakt. Extreem rechts is in die wijken met de betere inkomens net zo aanwezig als in de volksbuurten, of zelfs nog sterker. In die volksbuurten heb je tenminste nog pleintjes, de markt of een sportschool waar mensen samen komen. Maar in die flatwijken is de sociale infrastructuur veel zwakker. Het winkelcentrum is er desolaat, er is weinig te beleven. Ik ben optimistischer over het opvangen van de onvrede in de oude wijken dan in die monotone buurten.”

Ook bij hun analyse van het succes van de lokale partijen komen de twee bij het maatschappelijke middenveld uit. Vreeman: “Ze zijn vaak, laat ik zeggen, wat volkser dan wij. Het zijn vaak progressieve mensen van wie we heel wat kunnen leren: ze hebben meer gezag in de buurt.” Pijnlijk voorbeeld voor de PvdA is de oud-PvdA-senator en oud-VARA-medewerker J. Nagel. Die voerde in het Gooi zijn lokale partij 'Leefbaar Hilversum' naar een grote verkiezingsoverwinning, terwijl de PvdA stevig verloor. Hoewel Nagel op landelijk niveau de PvdA blijft steunen, was hij gedwongen zijn PvdA-lidmaatschap op te geven vanwege deze lokale activiteiten.

“Onze statuten dwingen daartoe”, zegt Rottenberg. Hij kondigt echter een statutenonderzoek aan te bekijken om te zien of aan een dergelijk 'provincialisme', zoals oud-burgemeester C. Waal het zaterdag in deze krant noemde, een einde gemaakt kan worden. Het gevaar van een concurrentie met de eigen lokale afdelingen ligt echter op de loer. Rottenberg zegt: “Zo'n statutenwijziging moet geen vrijbrief worden voor mensen om te zeggen: Hoi hoi, nu kan ik me op de plaatselijke de Jong-lijst storten.”

Toch is de sympathie van de twee voorzitters voor de lokale partijen onmiskenbaar. Rottenberg en Vreeman zijn bereid uit hun electoraal succes politieke consequenties te trekken. Rottenberg: “Betrek ze bij college-vorming. Doe dat niet alleen vanuit het tactisch streven om ze medeverantwoordelijk voor beleid te maken, waardoor het misschien weer snel met ze afgelopen is. Nee, neem hun mandaat serieus.”'

In 1990 hielden veel PvdA-wethouders de winnaar van toen, D66, buiten de college-onderhandelingen. Nu kan hier en daar hetzelfde gebeuren, maar dan met de lokale partijen in de slachtofferrol. Rottenberg vertelt: “Ik belde met de PvdA-wethouder in Hilversum, een goeie jongen. Ik zeg tegen hem: Ga met die mensen van Leefbaar Hilversum praten. Hij zegt in nota-taal terug: dat neem ik mee. Nee, zeg ik: ga met ze praten. Als je niet gaat praten en machtspolitiek bedrijft, verlies je.”

    • Kees Versteegh