Allochtoon

Briefschrijver Dorine E.G. van Hinte-Rustwijk (NRC Handelsblad, 1 maart) levert kritiek op de definitie van het begrip 'allochtoon' in de bevolkingsprognose van het NIDI. Deze prognose heeft betrekking op personen geboren in Turkije, Marokko, Suriname of de Antillen, of met ten minste één ouder die in een van deze landen is geboren.

Het is niet moeilijk om voorbeelden te geven waarin dit soort definities betekenisloos overkomen. De definitie is dan ook niet bedoeld om op individueel niveau te worden toegepast. De NIDI 'allochtonen'-prognose is bedoeld als hulpmiddel bij het minderhedenbeleid van de overheid, in het bijzonder het arbeidsmarktbeleid. In het algemeen ondervinden de hier bedoelde 'allochtonen' van zowel de eerste als de tweede generatie problemen bij het vinden van een geschikte baan. De tweede generatie is dan ook expliciet in onze prognose opgenomen, dit in navolging van bijvoorbeeld het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Centraal Bureau voor de Arbeidsvoorziening. Niet omdat wij groepen individuen graag een etiket willen opplakken, maar omdat een dergelijke definitie het beste benadert wat we willen weten, namelijk hoeveel mensen een speciale ondersteuning in onze samenleving verdienen.