Woordenboek I

Wie een boek bespreekt, heeft het volle recht een hard oordeel te vellen.

Maar laat het dan ook een rechtvaardig oordeel zijn en stel eventuele consumenten in de gelegenheid na te gaan hoe men tot dat oordeel komt. En dat is slechts mogelijk wanneer feiten niet vertekend of achtergehouden worden. Van zowel vertekening als onvolledigheid is naar onze mening sprake in de recensie van mevrouw Josephus Jitta over de Prisma Woordenboeken Italiaans, die vorige week in het Italiënummer van de boekenbijlage werd gepubliceerd. Een aantal punten in deze recensie verdient daarom nadere toelichting.

De herziening van de Prisma Woordenboeken heeft in hoofdzaak op de volgende twee punten betrekking gehad. Ten eerste zijn de artikelen zoals die waren opgenomen in de voorafgaande drukken ingepast in een databasestructuur. Daarbij ging het om het 'etiketteren' van bestaande informatie en het signaleren van fouten en omissies. Voor deze werkzaamheden zijn studenten en pas afgestudeerden in de desbetreffende taal aangetrokken. Ten tweede is het aldus bewerkte bestand aangevuld met woorden uit het hedendaagse taalgebruik en zijn de gesignaleerde fouten en omissies opgelost. Dit deel van de werkzaamheden is uitsluitend verricht door gekwalificeerde vertalers (waaronder een vertaalster van Umberto Eco's 'De slinger van Foucault') en een aantal moedertaalsprekers van het Italiaans. Te zeggen, zoals mevrouw Josephus Jitta doet, 'dat de vertalers (om) de kosten te drukken voor het merendeel zijn gerecruteerd uit Nederlandse en Italiaanse studenten en pas afgestudeerden'', is dus een vertekening van de feiten.

Het Nederlands-Italiaanse deel (NI) bevat ongeveer 6% meer trefwoorden dan het deel Italiaans-Nederlands (IN). De reden hiervoor is zeker niet de reden die mevrouw Josephus Jitta geeft (namelijk het verschil in gebruik), maar het simpele feit dat het basisbestand van NI al groter was dan dat van IN (oud: NI 311 pagina's, tegenover IN 239; nu: NI 449 tegenover IN 336). Als men bovendien in Italiaans-Nederlands de trefwoorden opzoekt die de recensente noemt om dit voorbeeld te staven, zal men zien dat ze allemaal voorkomen.

Andere onnauwkeurigheden van de recensente blijken uit de voorbeelden die worden gegeven om aan te tonen dat de werkzaamheden ten onrechte door studenten zouden zijn uitgevoerd. Wanneer zij de besproken woorden namelijk in de vorige druk van het woordenboek zou hebben opgezocht, zou ze hebben kunnen constateren dat ze nagenoeg gelijk zijn gebleven, met andere woorden: dat de vertalingen 'rubare' en 'poliziotto' noch door de vertalers zijn toegevoegd, noch gekuist.

Bovendien doet de recensente voorkomen alsof de hierboven gegeven vertalingen de enige vertalingen zijn van 'jatten' en 'smeris'. Dit is echter niet het geval. 'Jatten' wordt ook vertaald met 'sgraffignare' en bij 'smeris' vindt men ook 'sbirro' en 'sgherro', vertalingen die wél hetzelfde stijlniveau hebben als de Nederlandse trefwoorden.

Lexicografen moeten keuzes maken, het is onmogelijk om alle woorden uit een taal in een woordenboek op te nemen (hoe kleiner het woordenboek, hoe moeilijker de keuze). Een criterium bij het samenstellen van een trefwoordenlijst Italiaans-Nederlands is de vraag of de gemiddelde Nederlander de woorden in een Italiaanse (gesproken of geschreven) tekst kan tegenkomen. Bij woorden als 'milanese' is dit het geval, bij een woord als 'teatino' (wat zelfs niet in de kleine Garzanti is opgenomen) allerminst.

Omdat de herziene woordenboeken meer informatie moesten bevatten dan de oude en daarbij niet onnodig veel dikker mochten worden (het blijven immers pockets), moest gekozen worden voor een ander lettertype. Dat 'de gemiddelde veertigplusser ze zonder loep vrijwel niet kan ontcijferen', is een oordeel dat bepaald onrechtvaardig is wanneer men het vergelijkt met de unaniem positieve reacties op de verbeterde leesbaarheid en typografie van de Prisma Woordenboeken. Overigens bestaat maar een klein deel van de doelgroep van de Prisma Woordenboeken uit 'het traditionele publiek van in de Schone Kunsten geïnteresseerde, soms enigszins bedaagde Italiëgangers'': het merendeel behoort tot de niet-bedaagde Italiëgangers en studenten aan hogescholen en universiteiten.

Als mevrouw Josephus Jitta zegt dat er vier maanden zijn uitgetrokken voor de herziening van de besproken woordenboeken, dan heeft ze gelijk. Ze vermeldt er alleen niet bij dat deze vier maanden zijn uitgelopen tot anderhalf jaar. Grote haast heeft Uitgeverij Het Spectrum dus niet gehad met de herziening van de woordenboeken. Er is wel wat meer gedaan dan de boeken 'in een nieuw jasje steken' en het zou dan ook op zijn plaats zijn geweest te vermelden wat er allemaal wél ten goede is veranderd. De genoemde herziening was bovendien slechts een begin; in de komende jaren zullen de Prisma Woordenboeken met meer regelmaat worden herzien, waarbij dankzij de computerisering van de woordbestanden vooral aan de interne consistentie kan worden gewerkt.

Het is nog maar de vraag of de Nederlandse uitgevers de 'italianisten en italofielen'' in de kou hebben laten staan, zoals mevrouw Josephus Jitta beweert, maar mochten zij het zo hebben gevoeld, dan is het goed te weten dat het klimaat er voor hen de komende jaren alleen nog maar gunstiger op zal worden.