'We kunnen geen business-seats in de lichtmasten bouwen'

Arnhem wacht in spanning. Komt het Akzodrome er nu wel of niet? Vitesse-voorzitter KAREL AALBERS hoort het volk morren. De club zit aan het plafond van zijn financiële mogelijkheden. Over de dringende noodzaak van een nieuw stadion.

Vitesse leeft in Arnhem. Voetbal leeft er. De Arnhemmers hebben behoefte aan voetbal, ze willen topvoetbal in een ècht stadion. In zomaar een broodjeszaak in het centrum van de stad blijkt het gesprek maar één onderwerp te kennen. Echt waar. Eén vraag eigenlijk: “Als het stadion er niet komt, wat dan?” En één antwoord: “Dan kunnen ze Helder, Cocu en Gillhaus weer verkopen. Dan kunnen we weer van voren af aan beginnen.”

De wijsheid van het volk is doorgedrongen tot de burelen van de voorzitter. Hij deelt de bezorgdheid. Hij kent de realiteit. Maar hij staat machteloos. Een dezer dagen zal de Raad van State een besluit moeten nemen. Eigenlijk zou de uitspraak al in december zijn geweest. En toen weer in januari. Uiteindelijk besloot de Raad zich nog eens te verdiepen in de bezwaren die zijn geopperd door de mensen die straks rondom het prestigieuze Akzodrome moeten wonen. En zo duurt het maar voort.

Alles draait om een hinderwetvergunning. In feite is die al in augustus 1993 door de Raad van State afgegeven. Maar een groepje bewoners van de locatie waar straks het stadion moet verrijzen, maakte gebruik van de mogelijkheid binnen dertig dagen bezwaar aan te tekenen. Het protest leek weinig kans van slagen te hebben, maar uiteindelijk besloot de Raad van State zich toch nog eens te informeren over mogelijke parkeeroverlast. Want die zal er toch zijn.

Aalbers noemt de slepende zaak “frusterend”. Omdat Vitesse zelf geen partij is in de discussie. “Het is een hinderwetvergunning die wordt afgegeven aan Holzmann AG, een Duits bouwbedrijf. En de bezwarenmakers zijn de omwonenden. Een groepje mensen uit het stadsdeel Elderveld. Elden was vroeger een dorpje en is nu onderdeel van Arnhem. De dorpsraad is tegen zo'n groot gebouw, men wil het stadsgezicht handhaven. Dan is er nog een winkeliersvereniging. En een architect die grootschalige projecten in deze omgeving tegenhoudt.”

Mocht de zaak zich blijven voortslepen dan zouden de buitenlandse investeerders die Holzmann nodig heeft bij de bouw, zich weleens kunnen terugtrekken. “Ze hebben onlangs laten blijken zich ongerust te maken”, beweert Aalbers. “Holzmann heeft in de ontwikkelingskosten al meer dan tien miljoen gulden gestoken. En die investeerders hebben al jaren geleden geld gereserveerd. Nu zeggen ze: als we niet exact weten wat die hinderwet inhoudt, gaan we niet beginnen met die bouw. In Amsterdam ligt de situatie wat anders. Omdat daar Nederlandse partijen aan tafel zitten. Die hebben een andere interpretatie van de hinderwet dan buitenlanders.”

Mocht de bouw niet doorgaan, dan is er geen alternatief, weet Aalbers. “We moeten weg van Monnikenhuize. Ten eerste is daar een enorme parkeeroverlast. Ten tweede is er een bestemmingsplan voor 230 woningen. We zouden dan op zoek naar een andere locatie moeten. Maar je zult altijd dezelfde procedure moeten volgen. Je zult altijd mensen tegenkomen die bezwaren aantekenen. Hoe groot die bezwaren ook zijn. Zo is onze democratie.”

Voor Aalbers is duidelijk dat Arnhem behoefte heeft aan een groot stadion. “Als ik het de Arnhemmer vraag, antwoordt hij dat het stadion er moet komen. Er is een enquête geweest van de Arnhemse Courant. Verreweg het grootste deel van de Arnhemmers vindt het prima. Ik heb weleens de indruk dat het om pakweg 35 mensen gaat die tegen zijn. Zulke mensen mogen ook macht hebben. Maar als het twee keer is behandeld in de gemeenteraad en twee keer door Gedeputeerde Staten, en beide keren met tweederde meerderheid is aangenomen, dan is dat toch representatief voor de bevolking. Honderd procent van de zakelijke bevolking wil het stadion. En meer dan tweederde van de bewoners.”

De bouwkosten bedragen 130 miljoen gulden, gesubsidieerd door het ministerie van Economische Zaken (7,5 miljoen), de provincie Gelderland (3 miljoen) en de gemeente Arnhem (12 miljoen). Zakelijke motieven spelen een hoofdrol, hoezeer Aalbers zich ook probeert sterk te maken voor sportieve overwegingen.

“Ten eerste is het knooppunt Arnhem-Nijmegen in de komende twintig jaar een van de groeiregio's in Europa. Dat heeft onlangs het Duitse onderzoeksbureau Empirica in kaart gebracht. Dat betekent dat er bouwkundige ontwikkelingen komen, dat Arnhem en Nijmegen naar elkaar toe groeien. Met bedrijfseconomische mogelijkheden. Dan komen hier 500.000 mensen wonen met aantrekkingskracht tot aan Utrecht. Daarin past een stadion met een cultuur voor topvoetbal.”

Wil Vitesse topvoetbal blijven spelen of nog hoger op, dan zullen er “inkomstenstromen op gang moeten komen”. Precies tien jaar is Aalbers (45), in het dagelijks leven directeur van een internationale handelsmaatschappij, nu voorzitter van Vitesse. Sinds de reddingsoperatie begin jaren tachtig, toen de club op de rand van de afgrond in de eerste divisie vertoefde, is Vitesse elk jaar een stapje vooruit gegaam. “Om topspelers te behouden en liefst nog aan te trekken, moet er geld binnenkomen. En dat kan alleen maar met een groter stadion”, beweert Aalbers.

In de huidige accommodatie is Vitesse beperkt in zijn financiële mogelijkheden. “Hoe creatief we ook zijn, het houdt een keer op. Dit weekeinde openen we negen loges met daaronder een restaurant. Negen bedrijven met een strategisch belang in Gelderland krijgen een eigen business-home. Sinds 1 januari dragen de Vitesse-spelers al de naam Gelderland op de rug. Die bedrijven zorgen voor een belangrijke financiële injectie. Maar het is een tussenoplossing. Omdat het stadion er nog niet is.”

De begroting van Vitesse bedraagt nu 7,5 miljoen gulden. Inclusief Europees voetbal zou dat 8,5 miljoen zijn. Volgend jaar wil Vitesse de begroting opvoeren tot 10 of 11 miljoen gulden. “Maar dan zit Vitesse echt aan het plafond. Er valt niets meer te bedenken waar geld mee te verdienen is. We kunnen geen business-seats in de lichtmasten gaan bouwen. We moeten weg, maar we kunnen niet eerder weg dan dat het nieuwe stadion er is.”

Aalbers zegt dat Vitesse ongeduldig en ongerust is. “Of we de echte top halen, hangt af van die accommodatie. Maar we zitten niet aan tafel bij de discussie. De toekomst is zo ontzettend onzeker. Als je weet wat je over drie jaar aan inkomsten hebt, dan kun je daar je beleid op afstellen. Gaat het niet door, dan moeten we weer helemaal opnieuw beginnen.”

Geen zakelijke motieven maar sportieve motieven spelen een hoofdrol voor Aalbers. Tot zijn achttiende stond hij bij elke wedstrijd van Vitesse op de tribune. “Toen ben ik gaan studeren en heb ik een jaar in het buitenland gewoond. Ik ben opgevoed met geelzwart in mijn hart. Toen we met het reddingsplan kwamen bleken een paar mensen dezelfde ideeën te hebben over voetbal, hoe we voetbal in Arnhem weer konden laten leven.”

Ze keken naar Groningen en Utrecht. Dat moest in Arnhem ook mogelijk zijn. En waarom niet zoals Ajax? “In Amsterdam wonen ook gewone mensen. Zestig procent van wat bij Ajax komt kijken, woont buiten Amsterdam. Als je het elftal van Ajax bekijkt, zitten er weinig echte Amsterdammers in. Dus als het daar kan, kan het hier ook. Denken we. Als je merkt dat er schot in zit, blijf je gemotiveerd. Maar die motivatie dreigt nu te verdwijnen.”

Grote moderne stadions, met veel business-seats en loges. Ze horen bij het moderne voetbal, bij de verzakelijking van het voetbal. “Voetbal moet altijd aantrekkelijk blijven. Daar valt of staat het voetbal bij”, beseft Aalbers. “Het draagvlak moet altijd het grote publiek zijn. In de jaren zestig droeg de overheid een steentje bij om het professionalisme te handhaven. Nu de overheid zich terugtrekt, moet er een alternatief komen. Straks kunnen we over een stadion met 27.000 zitplaatsen beschikken, met een uitloop naar 30.000. Van die 27.000 zijn er 1.300 business-seats en 28 loges met tien plaatsen. Vijftienhonderd mensen die de zaak financieren. Die kunnen de entree betrekkelijk laag houden. Want het is van essentieel belang dat het stadion vol zit. Dat is de sfeer die je nodig hebt en de aandacht waarvoor de 1.500 financierders hun investering beloond zien.”

Goede randvoorwaarden zijn vereist voor de mensen die voor het voetbal verantwoordelijk zijn. Spelers en trainers moeten zich geen zorgen hoeven te maken over de toestand van de club. “Rust, plezier en vrijheid zijn belangrijk. Dan kan er gepresteerd worden, dan wordt er aantrekkelijk voetbal gepresenteerd”, beseft Aalbers. “Maar krijg je financiële druk, dan ontstaat er verkramping. Dan willen spelers weg. Een integer beleid, goede speler, goede trainers, geen sponsors die zich met het beleid bezighouden, en vooral een goede accommodatie. In een nieuw huis voel je je beter dan in een huis dat al bijna onbewoonbaar is verklaard.”

Soms lijkt Vitesse (Aalbers) in zijn ambitie te ver te gaan. De vrijage met John de Mol (nu samen met Joop van den Ende) omtrent speciale, commerciële tv-produkties rondom Vitesse, had iets weg van voetbalprostitutie. Beelden van voetballers in de kleedkamer, beelden van huilende voetballers, beelden vol emotie die weinig met het spel te maken hebben. “Zonder televisie en reclamegelden is sport niet meer realiseerbaar. Maar je moet de grenzen in de gaten houden”, beseft Aalbers. “Als je ziet hoe de Winterspelen worden vergald door regels en commercieel aantrekkelijke aanvangstijdstippen van de televisie. Dat kun je niet ongestraft blijven doen. Dat proeft het publiek. Pure sport is noodzaak. Altijd.”

Misschien vergist Aalbers zich in de apathie van de mensen die naar sport kijken. “Nee hoor”, beweert Aalbers. “Dat duurt nooit lang. Dat tenniscircuit, daar komt toch geen mens op af. Omdat het gekunsteld is. Klassementen en ongeloofwaardige uitslagen en rondom op de tribune alleen maar sponsors. De toernooien worden alleen maar gemaakt voor het geld. De wielersport ook. Gekunstelde uitslagen zijn de dood voor de sport. Er moet echte strijd zijn. Geen spelers die vandaag de overwinning aan een ander gunnen omdat de organisatie, de televisie of de sponsor een speciale winnaar wenst.”

Aalbers roemt de “fantastische” tv-reportage van de afscheidswedstrijd van René Eijer, de Vitesse-speler die door multiple sclerose zijn loopbaan moest beëindigen. “Dat was toch echt. Daar was toch geen sprake van een overdosis aan emotie. Wij hebben de produktie goed met Eijer en De Mol doorgenomen. Wat hij niet wilde, werd niet in beeld gebracht. Zo praten we ook met onze trainers en andere spelers. Dat hele verhaal over onze eigen tv-produktie is uit z'n verband gerukt. Alleen omdat ik zei: Je kunt een blik in de kleedkamers geven.”

Waarom zoveel ingekleurde plaatjes? Waarom zoveel om het voetbal heen? “Omdat we aandacht willen”, geeft Aalbers toe. “We zijn nog niet zo groot als Ajax. En we kunnen ons profileren. We kunnen extra interessant worden voor onze sponsors. Door bijvoorbeeld zoals bij de reportage over Eijer op een subtiele manier onze nieuwe hoofdsponsor aan zijn trekken te laten komen. De uitzending draaide niet om de sponsor, maar om de speler, om het voetbal. Ik ben daarin voorzichtig. Ik reis twee keer per jaar met de trein mee met de supporters naar een risicowedstrijd. Ik ga voor elke thuiswedstrijd even langs de tribunes. Ik wil het volk horen. Als we straks maar niet een onderdeel worden van een commercieel apparaat. Dat signaal hoor ik elke week.”

    • Guus van Holland