Vluchtgedrag

Je hebt vluchten van, vluchten naar, vluchten voor en vluchten in. Over dat laatste vluchten wil ik het hebben. Het is nieuwer dan de eerstgenoemde versies van het genre: 'Soo haest als ick vernam 't gerommel, de geruchten, Ick volghde u terstont, ick stelde my aen 't vluchten.'' (Godewijck, 1641)

Vluchten in bestaat pas sinds 1951, als ik het Woordenboek der Nederlandse Taal mag geloven, wat ik vooralsnog maar doe.

Laat ik een voorbeeld noemen.

Een kennis van me, een schilder, haatte zijn beroep dusdanig dat hij allerlei vervelende karweitjes liever eerst deed, als daar zijn de vuilniszakken buiten zetten, of de zandhoop op het pad verplaatsen. Het was zo erg dat hij zich op de vlucht voor zijn ambacht een heel huis bouwde, waarbij hij zo nu en dan, door geldgebrek gedreven, toch weer het atelier in moest. Maar dan hield het schilderen wel rechtstreeks verband met de aankoop van bijvoorbeeld dakpannen, die op hun beurt weer een flinke 'time out' vertegenwoordigden. Een heilzame oplossing.

(Ik stel me nu even op als de psychiater die het beste raad kan geven in afwijkingen waaraan hij zelf lijdt).

Zelf merk ik dat ik allerlei dingen die als rotklusjes bekend staan met enige graagte aanpak, als een soort verschuivende workaholic die in een roes van deugdelijkheid dingen doet waardoor andere vervelende werkjes worden uitgesteld. Ik noem maar even de was doen.

Laat ik voorop stellen dat ik gelukkig voor het schrijven van stukjes geen vluchtgedrag vertoon, waarschijnlijk omdat ik het aardig werk vind waar ik niet tegenop zie. Ik zie wel op tegen treurige telefoongesprekken over oninteressante onderwerpen, het openen van treurig-saaie brieven op zakelijk gebied, het uitzoeken van rekeningen en, vooral, het opruimen van ongelezen kranten, tijdschriften en boeken. Die stapels groeien dus terwijl ik de was doe.

Hieruit volgt dat ik 'de was doen' niet echt naar vind. Mijn huis is zichtbaar in twee categorieën te delen: de opgeruimde afdelingen, en de stapels. Je kunt niet zeggen dat bijvoorbeeld de slaapkamer opgeruimd is, omdat ook daar stapels staan, maar de kasten zijn, op eentje met papieren na, opgeruimd en schoon, vanwege het op tijd de was doen. Er staan ook het hierboven genoemde woordenboek en de Winkler Prins, beide uiteraard in een nette rij, hoe kan het anders.

Toch baart die was mij zorgen.

Waarom vind ik dat nu aardig werk?

Als u me gerust wilt stellen dat miljoenen mensen de was doen, en misschien niet altijd met tegenzin, dan leg ik u even uit hoe ver ik heen ben. Ik heb vijf soorten waspoeder (Dato, Ariël, Dobbelman, Albi Fijn en Dreft) in huis, drie soorten witsel (waaronder natuurlijk Zakje Blauw), een waterontharder, twee soorten verzachter en een hoofdwasversterker. Ik heb daarenboven drie soorten voorwas, waaronder Biotex INWEEK en Biotex VOORWAS (en HANDWAS), beide zonder bleekmiddel. Ik doe de witte was dan ook vaak in de wastrommel met de INWEEK in het voorwasgedeelte, laat hem vollopen en zet daarna de trommel gedurende vier uur stil (het witsel zegt minimaal 2,5 uur, dus ik wil zeker zijn) en draai daarna door, met waspoeder dat zich op de borst klopt vanwege het witter zijn van de was - en daar moet je wel even naar zoeken want alle waspoeders heden ten dage roepen over kleur.

De eveneens aanwezige droogtrommel (met daarin door mij aangebrachte doekjes) gebruik ik zelden of nooit, uit zuinigheid.

Ten slotte heb ik twee soorten vlekkenspray en twee soorten vlekkenpasta.

Moet ik meer zeggen?

Waar slaat dit op? Heb ik zogezegd een 'dirty mind' en doe ik het daarom?

Toch voel ik me er wel bij, een idiosyncrasie waar ik niet vanaf wil, een vlucht die mooi voor stapels schoon wasgoed zorgt.

Bovendien, ter verdediging: ik strijk niet of nauwelijks en de overhemden gaan de deur uit (en er weer in, later).

Gek genoeg zeggen de wasmiddelspotjes op de televisie me niks. Ik kijk wel wat er op het pak staat (alsof dat de zuivere waarheid is) en gebruik absoluut geen bleekmiddel.

Mijn andere vluchten zijn minder spectaculair, meer in de regio van televisie-nieuws kijken, de krant lezen, de haard aanmaken, of noodzakelijke boodschappen doen.

Ik merk ineens dat ik bij het tikken van stukjes ook een vlucht(je) heb: het aanslaan van Ctrl-F2, de spellingcontrole die in WordPerfect is aangebracht. De mogelijkheid om je tikfouten en spelfouten te verbeteren door middel van een computerprogramma is van groot voordeel voor een slordige tikker als ik, omdat ik immer letters omdraai, of dubbel of aan elkaar tik (het is ook aardig om te zien wat de 'spellingcontrole' allemaal wel en niet weet, want aan werkwoordsvormen en meervouden wil het wel eens schorten). Bij het controleren van de spelling schuift de tikker de stoel opzij en bedient de 2 en de a en de F7 met één hand (nooit de 1!). Aardige bijkomstigheid is dan het nadenken of iets voorgoed in de controle moet worden opgeslagen of niet.

Zoals iemand anders eens even een sigaret opsteekt. Alleen, ik rook niet. Zoals mensen even een blik uit het raam werpen. Eigenlijk is er bij alles wat je doet een kleine of grote mogelijkheid om even aan de kant van de weg te zitten en in de lucht te kijken.

Of de was al droog is.

(Zo, nu even Ctrl-F2, 2.)