'Tijgers' vrezen Super-301

TOKIO - Het leek wel of gisteren de hele wereld, tot aan China toe, afwijzend reageerde op het Amerikaanse besluit 'Super-301' te reactiveren. Vooral de snel groeiende Aziatische landen hebben redenen om deze beruchte wet te vrezen. Want al deze landen hebben almaar oplopende handelsoverschotten met de Verenigde Staten. China is zelfs bezig Japan in te halen. Zou Japan straks worden getroffen door Amerikaanse sancties, dan zal wellicht de rest van Azië volgen. Menig Aziatisch land volgt het handelsconflict daarom met argusogen.

Van Australië tot Zuid-Korea, iedereen hoopt dat Japan zijn markten snel opent. Want niet alleen de VS hebben een handelstekort met Japan, de meesten hebben dat zelf ook. Ze fungeren daarbij als werkplaats van de Japanse economie. Japan geeft hen de meeste ontwikkelingshulp. De hulp dient voor de infrastructuur voor Japanse vestigingen. De Japanse vestigingen betrekken van Japan hun onderdelen. De eigen, inheemse bedrijven kopen van Japan de technologie. Allemaal exporteren ze naar het Westen. Zodoende fungeren ze als bruggehoofd voor de wereldwijde expansie van de Japanse economie.

De meeste van deze landen willen niets liever dan economisch onafhankelijk worden van Japan en op eigen benen staan. Dat wil zeggen produkten met veel eigen toegevoegde waarde maken, die ze vervolgens kunnen exporteren naar Japan. Als tegenwicht tegen Japanse investeringen, willen ze ook allemaal graag Amerikaanse en Europese investeringen. Westerse investeerders zouden extra druk op Japan uitoefenen zijn markten te openen. Japan importeert nu hoofdzakelijk 'eigen' produkten uit Azië. Zo voerde Japan vorig jaar voor het eerst meer kleurentelevisie's in dan uit, maar de onderdelen zijn allemaal Japans. Net als de hoge prijzen.

Zolang Japan deze Aziatische landen niet in staat stelt hun eigen produkten naar Japan te exporteren, zijn ze als de dood voor het openstellen van hun markten. Het zou hun handelsoverschot met het Westen als sneeuw voor de zon doen verdwijnen, sommige inheemse produkten zouden het niet overleven. Kortom: Westerse investeringen en Westerse technologie zijn welkom, maar Westerse import? Nou nee. Ze hebben er dus alle belang bij dat Japan zijn markten openstelt, want ze zouden er zelf volop van profiteren en de dreiging met sancties zou verdwijnen.

Maar worden zij ook getroffen door Amerikaanse sancties, dan verliezen ze hun grootste en belangrijkste markt: Amerika. Omgekeerd zouden sancties de VS zelf ook treffen, want heel wat Amerikaanse bedrijven zijn afhankelijk geworden van Aziatische produkten. Zo is Zuid-Korea na Japan 's werelds grootste producent van geheugenchips geworden, produkten die de VS nauwelijks nog maken, maar die ze wel op grote schaal toepassen in hun computers. En sancties kunnen tegen-sancties uitlokken en tot een handelsoorlog leiden, die iedereen van de regen in de drup zou helpen.

Toch betekent de reactivering van 'Super-301' nog lang geen sancties. De procedures zijn zelfs verlengd van 30 dagen in de oude wet tot zes maanden in de nieuwe wet voordat, na 'bewezen overtreding', vergeldingsmaatregelen door de VS kunnen worden getroffen. En voor de wettelijk verplichte onderhandelingen met de boosdoener geldt een termijn van maximaal anderhalf jaar. Nog meer dan de vorige dreigt deze 'Super-301' dus met sancties. Ze heeft dan ook voor alles een afschrikwekkende waarde.

Nog deze maand zou de Japanse regering maatregelen bekend maken om de Japanse markten verder te openen. Premier Morihiro Hosokawa beklemtoonde gisteren dat die in de eerste plaats in het belang zijn van Japan zelf. We doen het niet voor u, leek hij tegen president Clinton te zeggen. Hoe dan ook, de winkelende Japanner zal er wel bij varen. Zeker nu het recessie is, smacht die naar goede en goedkope produkten uit het buitenland. In die zin had Hosokawa gelijk. Dat mogelijk later blijkt dat Amerika door onwillige Japanse bureaucraten weer een oor is aangenaaid, is maar voor één een tragedie: de Japanse consument.

    • Paul Friese