Speculatieve fondsen veroorzaken paniek

AMSTERDAM, 5 MAART. Speculatieve hedge-fondsen stonden deze week aan de basis van paniek op de financiële markten, die vele zogenoemde deskundigen voor een raadsel stelt. Na berichten over onverwacht sterke groei van de Amerikaanse economie en een forse toename van de Duitse geldhoeveelheid was vooral op de obligatiemarkten sprake van een 'bloedbad'.

De Amerikaanse hedge-fondsen, die met geleend geld grote posities innemen in één bepaalde markt, trokken vooral hun obligatiebeleggingen razendsnel terug, waardoor de kapitaalmarktrente in Europa even vlot steeg. De meeste analisten wijzen op het fenomeen van deze speculatieve fondsen, die een op zichzelf bescheiden koersval vele malen versterkten. Door hun bescheiden eigen vermogen kunnen hedge-fondsen een flinke koersdaling niet zomaar 'uitzitten'. Zo gauw de koersen flink dalen, zijn zij gedwongen hun posities te liquideren, wat het neergaande proces versnelt.

Op zichzelf zijn de economische indicatoren in de VS en Duitsland die deze week werden aangevoerd als aanleiding voor de onrust van weinig betekenis als graadmeters voor stijgende inflatie. Zo werd de graadmeter M3 voor de geldhoeveelheid sterk beïnvloed door een fiscale maatregel waardoor Duitse middelen massaal werden teruggetrokken van bankrekeningen in Luxemburg.

De aandelenmarkten daalden eveneens in het kielzog van de obligaties, maar hielden - tot verbazing van sommigen - de schade beperkt. De meeste analisten menen dat de hoge koers/winstverhoudingen op de aandelenmarkten een gevolg zijn van de lage rendementen op obligatiebeleggingen. Door die lage rendementen zijn veel middelen naar de aandelenmarkt gevloeid. Een fors stijgende kapitaalmarktrente (het effectief rendement van obligaties) zou volgens die visie onmiddellijk moeten leiden tot een crash op de aandelenmarkten.

Maar die visie werd gelogenstraft door de gebeurtenissen deze week. De aandelenkoersen op Wall Street stegen zelfs na de massale verkopen van Amerikaanse staatspapier. In Europa krabbelden de aandelenmarkten eveneens op.

Ook op de Amsterdamse effectenbeurs was dat het geval. Na het wegebben van de ergste onrust, werd de Amsterdamse effectenbeurs afgelopen donderdag gedomineerd door de jaarcijfers van Philips en DSM. Philips doorbrak zelfs de grens van 50 gulden, een niveau dat sinds oktober 1987 niet meer gehaald is. De netto winst van 856 miljoen gulden (exclusief buitengewone baten) was hoger dan de meeste voorspellingen. Maar nog belangrijker is dat Philips voor het eerst sinds 1989 weer dividend (twee kwartjes) uitkeert aan de aandeelhouders. Deze mededeling had onmiddellijk een sterk koersopdrijvend effect. Een aantal Amerikaanse pensioenfondsen mag volgens hun statuten alleen beleggen in aandelen waarop dividend wordt uitgekeerd. De koerswinst van Philips de afgelopen dagen was dan ook voor een groot deel toe te schrijven aan Amerikaanse interesse.

DSM ging eveneens fors omhoog, ondanks een slecht vierde kwartaal. Maar ook hier was sprake van een onverwachte dividenduitkering (1,50 gulden). DSM schoot donderdag door de grens van 100 gulden en gisteren kwamen daar nog enkele guldens bij.

Intussen maken steeds meer beursfondsen gebruik van de hoge koersen om aandelen uit te geven. Het gebruikelijke scenario daarbij is dat na de aankondiging van goede resultaten de uitgifte van een emissie wordt bekendgemaakt. Deze week was het de beurt aan Pakhoed, dat op basis van de slotkoers maandag (55,20 gulden) onderhands aandelen plaatste bij institutionele beleggers. Op de beurs werd gesuggereerd dat ABN Amro, de begeleidende bank, de emissie onderhands zou hebben gedaan omdat de koers toch al het hoogste punt had bereikt. In ieder geval was de koers van Pakhoed gisteren tot om en nabij het niveau van 50 gulden gedaald.